Rugpijn

Ik ben op weg naar een patiënt met rugpijn. Hij had vandaag tijdens het voetballen last gekregen. Hij was altijd trots geweest dat hij als zestigjarige nog een balletje kon trappen. Vroeger had hij ook bij de amateurs gespeeld, dat waren nog eens andere tijden, had hij weleens gezegd. Nu ging het alleen maar om geld.

Bij het huis aangekomen doet zijn echtgenote open. Haar blik is ernstig.

„Dokter ik ben blij dat u er bent, volgt u mij naar boven.”

In de gang hangen foto’s aan de wand. Van zijn voetbalmaatjes, van vroeger en van nu. Aan de andere kant hangen de kinderen en kleinkinderen keurig in kaders geschikt.

De treden van de trap brengen me na een scherpe hoek op de eerste etage. Als de slaapkamerdeur open gaat schrik ik.

In bed ligt een man die dood gaat. Zijn kleur is grijs grauwig. Hij staart voor zich uit en herkent me.

„Ah dokter, hoe is ‘t?” zegt hij met een van pijn vertrokken gezicht.

„Goed, met u wat minder zie ik zo, wat is er aan de hand?” vraag ik.

„Ik heb pijn in mijn rug. Normaal gesproken gaat het altijd wel weer over na wat paracetamol, maar dit is een andere soort pijn, alsof er iets gescheurd is in mijn rug.”

In mijn hoofd bevestig ik zijn vermoeden terwijl ik voel naar zijn pols. Die is zwak en bijna niet te voelen. Als ik zijn bloeddruk meet, vrees ik het ergste. Ik begin de ambulance te bellen, terwijl ik zijn buik onderzoek houd ik mijn telefoon met hoofd en schouder vast tegen mijn oor.

„Dokter…” hoor ik de vrouw op de achtergrond.

Ik heb geen tijd te verliezen. De ambulance moet zo snel mogelijk hier zijn. Zijn buikslagader is naar alle waarschijnlijkheid geknapt. Het bloed sijpelt nu uit zijn buikslagader en in zijn lichaam. De kans op overleving is klein, ook als hij het redt tot de operatietafel.

De minuten die de ambulance op zich laat wachten lijken uren te zijn. De ambulancebroeders stormen de kamer binnen en stabiliseren hem binnen enkele minuten. Op de trap lijkt het toch bijna mis te gaan. Er hoeft niet gereanimeerd te worden. Binnen een kwartier wordt mijn vermoeden bevestigd in het ziekenhuis. Verder komt hij niet. Hij overlijdt op de spoedeisende hulp.

Huisarts schrijft over de patiënten in zijn praktijk.