Pegida-leider niet veroordeeld voor tonen hakenkruis

Edwin Wagensveld werd in februari bij een demonstratie in Amsterdam aangehouden wegens een aanstootgevend T-shirt.

Edwin Wagensveld (R) van de beweging Pegida tijdens een betoging in Den Haag in oktokber. Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP

De voorman van de anti-islamiseringsbeweging Pegida, Edwin Wagensveld, heeft geen boete te betalen voor het tonen van een spandoek tijdens een demonstratie in Amsterdam in februari. Op de Pegida-vlag was te zien hoe onder meer een IS-vlag en een hakenkruis in de prullenbak worden gegooid. Wagensveld had toen een boete van 250 euro kunnen betalen, maar die weigerde hij waarna hij voor de kantonrechter moest verschijnen.

Die oordeelde donderdag dat burgemeester Van der Laan weliswaar had aangegeven dat de swastika niet te zien mocht zijn, maar dit was niet rechtsgeldig. De burgemeester gaat over de openbare orde en niet de inhoud van de demonstratie.

Volgens het Openbaar Ministerie was een boete van 250 euro gerechtvaardigd omdat door het tonen van een hakenkruis werd gevreesd voor wanordelijkheden. De rechter oordeelde echter dat voor iedereen zichtbaar was dat de afgebeelde swastika in een prullenbak werd gegooid. De kans op verstoring van de openbare orde was daardoor minimaal.

De rechtszaak zou eigenlijk begin september al van start gaan, maar die ging op het laatste moment niet door. Wagensveld kwam namelijk bij de rechtbank aan met een T-shirt aan, waarop opnieuw het hakenkruis en een IS-vlag in een prullenbak waren afgebeeld. Hij werd opnieuw aangehouden en diezelfde middag weer vrijgelaten.

Bekijk de video van AT5-verslaggever Mark Schrader, waarin Wagensveld in gesprek is met de politie vlak voor zijn aanhouding in september:

In oktober liep Wagensveld met hetzelfde T-shirt mee in een Pegida-demonstratie in Den Haag. Op 11 december is opnieuw een Pegida-demonstratie gepland in Den Haag.