Opnieuw celstraffen geëist in Valkenburgse zedenzaak

Op de tweede zittingsdag van het hoger beroep werd tegen vier verdachten celstraf geëist.

Het hotel waar het misbruik plaatsvond. Foto: Piroschka van de Wouw / ANP

Het Openbaar Ministerie heeft donderdag in hoger beroep wederom voorwaardelijke en onvoorwaardelijke gevangenisstraffen geëist in de Valkenburgse zedenzaak. Op de derde van vier zittingsdagen stonden vier mannen terecht.

De zwaarste strafeis was een jaar onvoorwaardelijke celstraf. Tegen een tweede verdachte werd acht maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk plus een taakstraf van 120 uur geëist. Twee verdachten hoorden twintig weken celstraf, waarvan veertien weken voorwaardelijk plus een werkstraf van 120 uur tegen zich eisen.

Zedenzaak

Volgens het OM waren de vier verdachten klanten van het destijds 16-jarige meisje dat door pooier Armin A. seksueel werd uitgebuit. Dat gebeurde in de periode 29 september tot en met 14 oktober 2014, onder meer in een hotel in het Limburgse Valkenburg.

Armin A. werd in juli 2015 veroordeeld tot twee jaar cel voor het aanzetten tot prostitutie van het meisje uit Heerlen. De rechtbank stelde dat A. contact met klanten onderhield, kamers huurde en toezicht op het meisje hield. De rechtbank veroordeelde de klanten van het meisje vorig jaar vooral tot taakstraffen. Het OM ging hier vervolgens tegen in beroep.

Eerdere eisen

Op de eerste twee zittingsdagen in hoger beroep verschenen dertien van de twintig verdachten. Op de eerste zittingsdag, 30 november, eiste het OM tegen tien verdachten straffen uiteenlopend van twaalf maanden onvoorwaardelijke celstraf tot vijf maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een werkstraf van zestig uur.

Op 6 december, de tweede zittingsdag, werd tegen nog eens tien verdachten straffen geëist variërend van twaalf maanden onvoorwaardelijk tot acht maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk plus 120 uur werkstraf.

De vierde en laatste zittingsdag is op 14 december. Dan zullen de laatste drie verdachten moeten voorkomen.