Mag Nederlandse rechter beslissen over miljoenen euro’s aan brandstof?

Rechtszaak

Het bedrijf Supreme claimt 432 miljoen euro bij de NAVO voor niet-betaalde brandstof. Maar wie gaat hier eigenlijk over?

Een militair in een buitenpost ten noorden van Kunduz, Afghanistan. Foto Thomas Peter / Reuters

De meeste zaken over brandstofleveranties die voorkomen bij een rechtbank gaan over mensen die hebben getankt zonder te betalen. De kwestie die een meervoudige kamer van de rechtbank in Maastricht woensdag behandelde, gaat over heel andere bedragen. Het bedrijf Supreme heeft tussen 2006 en 2014 miljarden liters brandstof geleverd aan een onder NAVO-commando uitgevoerde vredesmissie in Afghanistan. De onderneming claimt nu 432 miljoen euro aan achterstallige betalingen van de onder de NAVO vallende Allied Joint Force Command Headquarters Brunssum (JFCBS) en Supreme Headquarters Allied Powers Europe (SHAPE).

De NAVO zegt op haar beurt een claim te hebben van 700 miljoen euro op Supreme. Dat bedrijf moest in 2014 schikken voor bijna 400 miljoen dollar met het Pentagon, het Amerikaanse ministerie van Defensie, omdat het fraudeerde met leveranties van voedsel en water aan Amerikaanse troepen in Afghanistan. Volgens het Radio 1-programma Bureau Buitenland zou ook Nederland destijds te veel hebben betaald.

Aan een inhoudelijke behandeling kwam de Maastrichtse rechtbank woensdag niet toe. Het draaide puur om de vraag of Nederlandse rechters zich wel mogen buigen over deze zaak. Nee, betoogde advocaat Juliette Luycks namens JFCBS en SHAPE. De missie in Afghanistan kwam voort uit een resolutie van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. „De NAVO fungeerde als sterke arm van de VN. Het internationale militaire hoofdkwartier in Brunssum had, gevolmachtigd door SHAPE, de operationele leiding over de missie.” Volgens Luycks sluiten internationale verdragen, Nederlandse jurisprudentie en internationaal gewoonterecht uit dat een nationale rechter zich uitspreekt over geschillen als deze. „Dat voorkomt dat rechters van afzonderlijke landen zich gaan mengen in de zaken van internationale organisaties.”

Tilly Alberga, advocaat namens Supreme, concludeerde op basis van grotendeels dezelfde juridische bronnen dat de Nederlandse rechter wél bevoegd is. „Uitspraken in andere NAVO-lidstaten bevestigen dat.” Het valt volgens haar ook af te leiden uit de bilaterale verdragen die Nederland en SHAPE in het verleden hebben gesloten. „De resolutie van de Veiligheidsraad gaat over het bewaren van internationale vrede en veiligheid en niet over brandstofleveranties.”

Volgens Luycks heeft Supreme voldoende mogelijkheden om op andere manieren zijn recht te zoeken. „Voor geschillen over leveranties is er de zogeheten Release of Funds Working Group waar vorderingen kunnen worden voorgelegd.”

Alberga zei dat dit weinig zin heeft, omdat deze groep is bevolkt door mensen van de JFCBS en SHAPE. „Van een onafhankelijk oordeel is geen sprake.” Dat geldt volgens haar ook voor het door Luycks gesuggereerde DLA, een agentschap van het ministerie van Defensie van de Verenigde Staten. Luycks wees nog op een derde mogelijkheid: rechtszaken aanspannen in en tegen de afzonderlijke landen, die deelnamen aan de missie in Afghanistan. De rechtbank doet op 8 februari uitspraak.