Kwiek en fruitig uit Zwitserland

Niemand drinkt Zwitserse wijn. Behalve de Zwitsers, schrijft

Vergeef mij: ik ben niet zo’n wintersportganger. Mijn weerzin tegen sneeuw is maximaal. Wellicht een onverwerkt jeugdtrauma: toen ik een jaar of acht was, ben ik op een winters schoolplein ooit lelijk ingezeept. Onder het scanderen van „We gaan van Haroldje eens fijn een sneeuwpop maken!” werd ik besprongen door de schoolbully uit de hoogste klas en zijn adjudanten.

Nu wil dat overigens niet zeggen dat ik vanwege deze vroege geestesschade ook wijn uit de wintersportlanden in de ban heb gedaan. Met graagte drink ik datgene wat de Alpenregio’s van Frankrijk, Duitsland, Italië en Oostenrijk te bieden hebben. Ook Zwitserland laat mij niet onberoerd. Al is het vinden van wijn uit het land van de Milka-koe en Tobleronnie in Nederland geen sinecure.

Veeldrinkers

De Zwitsers zijn veeldrinkers: de consumptie per capita ligt met rond veertig liter, tweemaal zoveel als hier. De totale Zwitserse wijnproductie voorziet slechts in de helft van de binnenlandse vraag. Nu is de lokale drankzucht niet de enige reden waarom er nauwelijks geëxporteerd wordt. Veel gehoorde klacht uit de wijnbranche is dat Zwitserse wijn niet kan concurreren op de wereldwijnmarkt. Te duur, vooral vanwege de arbeidsintensieve productiemethoden. En ook de belangrijkste aangeplante druivenrassen spreken niet tot de verbeelding.

Maar misschien is er hoop. Nu het wereldwijde verlangen naar kwiek, fruitig en levendig wit fors toeneemt, kan de fendant zich wellicht wat meer in de kijker spelen. Dat is zo’n beetje de nationale witte druif, eentje die zijn naam dankt aan het Franse ‘se fendre’ (barsten): een rijpe druif barst al open als er zachtjes in wordt geknepen. Ook Pentes Brûlées 2014 barst van het fruit: vooral rijpe peer, perzik en zachte appel. Ter plekke is het de officieuze kaasfondue- en raclettewijn. In Nederland smaakt hij er ook uitstelend bij.