Recensie

Kan hij zich meten met grote dichters?

Gezongen poëzie is zo oud als de literatuur – dus hip of grensoverschrijdend is de keuze van het Nobelprijscomité niet. Er zijn wel andere bezwaren.

Illustratie Ewa Klos/L’Image

Een uitreiking kun je het niet echt noemen, want de laureaat zal er niet bij zijn. Hij heeft dringende verplichtingen elders. Kennelijk is hij niet zo attent en beleefd als Cees Nooteboom, die al decennia, jaar in jaar uit, de datum van de overhandiging van de Nobelprijs vrijhoudt in zijn agenda, voor het geval dat. Maar in ieder geval zal er zaterdag aanstaande in Stockholm een ceremonie plaatsvinden waarbij de toekenning van de Nobelprijs voor Literatuur 2016 aan Robert Allen Zimmerman, beter bekend onder zijn nom de plume Bob Dylan, zal worden bekrachtigd. Dit geeft mij de gelegenheid om de vraag op te werpen en te beantwoorden of die toekenning terecht is en om alle misverstanden die daarover de laatste maanden zijn gerezen uit de wereld te helpen.

Het eerste misverstand dat onmiddellijk moet worden ontkracht, is dat Bob Dylan een zanger zou zijn. Ik durf wel te bekennen dat ik persoonlijk hoop put uit de bekroning van Dylan, want ik schrijf ook songteksten en kan evenmin zingen. Het tweede misverstand is dat hij, vanwege het feit dat hij zijn teksten op een soort orale dan wel gutturale manier ten gehore brengt op een podium met begeleiding van muziekinstrumenten, niet in aanmerking zou mogen komen voor een literatuurprijs.

Griekse dichters

De poëzie is geboren als lied. Onze westerse literatuur komt voort uit een orale traditie. De heldendichten van Homerus waren bedoeld om naar te luisteren en niet om te lezen. De poëzie van Griekse dichters als Sappho, Alcaeus, Pindarus, Anacreon en Bacchylides is lyriek in de letterlijke zin van het woord. Het zijn songteksten die met begeleiding van een lier werden opgevoerd.

De orale traditie leefde voort in de Middeleeuwen. We zouden de troubadours erbij kunnen halen, de trouvères, minnezangers en minstrelen. Als dit allemaal literatuur is, dan zijn de teksten van Dylan dat ook. Er is geen enkele reden om hem op formele gronden, vanwege het genre dat hij beoefent, uit te sluiten voor een literatuurprijs.

Wat ik de afgelopen maanden dikwijls heb horen zeggen, is dat de toekenning van de prijs aan Dylan op een bepaalde manier iets moderns zou zijn. Dat het bijvoorbeeld een erkenning zou zijn voor de cross-over en de hedendaagse contaminatie van voorheen gescheiden genres. Het zal duidelijk zijn dat ook dat een misverstand is. Gezongen poëzie is zo oud als de literatuur. Er is dus geen enkele reden om Dylan te diskwalificeren. Maar als we de vraag willen beantwoorden of de bekroning ook terecht is, moeten we vroeg of laat gaan praten over de kwaliteit van zijn teksten. Als hij mee mag doen met de grote jongens, echte dichters, dan moeten we hem ook met de echte dichters vergelijken.

Als songwriter heeft hij zijn verdiensten, dat zal niemand betwisten. Ik zou niet aarzelen om hem op dezelfde hoogte in te schalen als Jacques Brel, Fabrizio De André, Lennaert Nijgh, Leonard Cohen, The Beatles en Doe Maar. Maar dat is dus nog niet genoeg. Dat is ook een misverstand, dat dat zou volstaan. Om de toekenning van de Nobelprijs te rechtvaardigen moeten zijn teksten beter zijn dan de gedichten van erkend grote dichters. En daar wringt de schoen.

Patti Smith

Aanstaande zaterdag zal Patti Smith het lied ‘A Hard Rain’s A-Gonna Fall’ zingen om de ceremonie luister bij te zetten. Dat wordt dus kennelijk een goed lied geacht. De tekst is te lang om in extenso te citeren, maar laat zich gelukkig eenvoudig samenvatten. Het is een lied over een kutleven in een kutwereld. De zanger spreekt een jongen aan, ‘my blue-eyed son, my darling young one’ en vraagt hem waar hij is geweest, wat hij heeft gezien en gehoord, wie hij is tegengekomen en wat hij nu denkt te gaan doen.

De jongen antwoordt op die vragen met poëtisch bedoelde beeldspraak. Hij heeft bijvoorbeeld ‘mistige bergen’ gezien en ‘een zwarte tak met druipend bloed’. Hij heeft ‘het geluid van de donder’ gehoord, ‘een clown die huilde in een steeg’ en ‘iemand die doodging van de honger’. Afgezien van de vraag hoe ‘one person starving’ klinkt, moeten we toch vaststellen dat dit allemaal clichés zijn. De tekst is opgebouwd uit eenduidige, voorspelbare beelden en moet het helemaal hebben van de dwingend bedoelde parallellie.

Duizenden dichters dichten beter dan Dylan en daarom is de bekroning belachelijk. Je kunt je tenslotte ook nog afvragen wie ermee gediend is. Dylan zelf heeft de Nobelprijs niet nodig. Uit de halfhartige manier waarop hij vereerd zegt te zijn, kunnen we afleiden dat hij er niet eens speciaal blij mee is. De literatuur is er evenmin mee geholpen. Het leuke van de Nobelprijs is nu juist dat er meestal iemand wordt bekroond van wie het grote publiek nog nooit heeft gehoord en die dan een ontdekking kan blijken te zijn. Maar terwijl duizenden betere dichters met een selecte lezersschare van connaisseurs en ingewijden enorm geholpen zouden kunnen zijn met een doorbraak naar een mondiaal publiek, bekroont het Nobelprijscomité een multimiljonair die al wereldwijd een levende legende is en niet vanwege zijn literaire kwaliteiten.

A Hard Rain’s A-Gonna Fall

Oh, where have you been, my blue-eyed son?

Oh, where have you been, my darling young one?

I’ve stumbled on the side of twelve misty mountains

I’ve walked and I’ve crawled on six crooked highways

I’ve stepped in the middle of seven sad forests

I’ve been out in front of a dozen dead oceans

I’ve been ten thousand miles in the mouth of a graveyard

And it’s a hard, and it’s a hard, it’s a hard, and it’s a hard

And it’s a hard rain’s a-gonna fall

Oh, what did you see, my blue-eyed son?

Oh, what did you see, my darling young one?

I saw a newborn baby with wild wolves all around it

I saw a highway of diamonds with nobody on it

I saw a black branch with blood that kept drippin’

I saw a room full of men with their hammers a-bleedin’

I saw a white ladder all covered with water

I saw ten thousand talkers whose tongues were all broken

I saw guns and sharp swords in the hands of young children

And it’s a hard, and it’s a hard, it’s a hard, it’s a hard

And it’s a hard rain’s a-gonna fall

[...]