Recensie

Hans Liberg verrast niet met zijn zeventiende programma

Hans Liberg Foto Thomas Mayer

Hans Liberg stopt met optreden. Na zo’n 35 podiumjaren is het tijd voor een „pitstop”, zegt hij op zijn site. Hij keert terug naar de musicologie, die zijn eertijdse studie was en die altijd ten grondslag heeft gelegen aan het muzikale variété dat hij te bieden had. Begin mei speelt hij zijn laatste voorstelling, dan is het afgelopen.

Trálálálá voor iedereen!!! is zijn zeventiende programma. Het wijkt niet wezenlijk af van de voorgaande zestien. Ook nu legt hij verbanden tussen klassieke thema’s en popmelodietjes, volksmuziek en reclamedeuntjes. Zodat bijvoorbeeld duidelijk wordt dat Queen ooit vrijelijk putte uit Copland, Schumann en Tsjaikovski. En dat het Syrische volkslied zich merkwaardig goed laat combineren met het aloude ‘In naam van Oranje, doe open de poort’.

Echt verrassend kan zo’n formule, na zo veel eerdere programma's, niet meer zijn. Libergs grote voorbeeld, de Deense pianopias Victor Borge, heeft zijn leven lang de lachers op zijn hand gehad met hetzelfde, beperkte repertoire. Daarentegen voorzag Liberg zijn muzikale fruitmand steeds weer van nieuwe variaties.

Het podium oogt ditmaal als een uitstalkast van muziekinstrumenten, van een hommel (alias Noordse balk) tot een plastic trompet, van bekkens tot gitaren. Libergs kordate toucher wordt kracht bijgezet door de vakkundige Ralph Adriaansen op vibrafoon en grote trom – aanbevolen met de woorden: „Zeven jaar conservatorium, maar je hoort er niks van”.

Als altijd stuit Liberg soms op ideetjes die nadere uitwerking verdienen. Zoals zijn opmerking dat politici als Trump en Wilders wellicht de aanloop vormen tot een nieuwe zegetocht van de barok – ook op muzikaal gebied. Maar daar gaat hij verder niet op in, op weg naar het volgende grapje.