Column

Gerard Reve-brug

Eigenlijk geloof ik niets, en twijfel ik aan alles. Vooral aan Amsterdam, waar maar liefst 1.344 bruggen zonder naam bestaan. Ze liggen daar maar, anoniem, wat hondenuitlaatveldjes en parkeerkades met elkaar te verbinden. Zo’n naam – wit, in die schitterende vooroorlogse metalen letter – is als een toverslag op de leuning: ineens levend.

Zonder gedronken te hebben prijs ik de CNOR. De Commissie Naamgeving Openbare Ruimte riep burgers deze zomer op zélf met naamsuggesties te komen. Deze week kregen de namen voor dertien bruggen groen licht en ik sta op de allermooiste. De Gerard Reve-brug. Ik spreek hier met de inzender: Pieter-Jan Moorrees. Zwarte leren jas, bergschoenen. Als sinoloog opgeleide ICT’er. Maar bovenal hartstochtelijk Reve-liefhebber. En zoals elke reviaan kan hij het interviewcitaat uit 1982 letterlijk citeren: „Na mijn dood word ik op de scholen tien jaar vrijwillig gelezen en daarna nog eens tien jaar verplicht. Dan noemen ze een straat naar me. En dan ben ik helemaal vergeten. Niemand weet toch meer wie Tweede van der Helst was?”

Dus moest deze het worden: brug 403. Op de hoek van die Tweede Van der Helststraat, mét de Jozef Israëlskade, waar de jonge Reve immers woonde en De Avonden schreef. ‘Schilderskade’, hernoemde hij hem. ‘66 Van Egters’ zegt het sobere gevelsteentje verderop. „Het is nu tien jaar na zijn dood en hij kreeg geen gelijk, want The Evenings is net verschenen een enorm internationaal succes!”

Het is een brug tussen oorsprong en vergetelheid, kortom. Niet mis voor zo’n sober brok beton, uit 1936. Drie witte ganzen glijden onder ons door in het Amstelkanaal.

In juli stuurde Moorrees zijn suggestie naar de gemeente. Geen reactie. Totdat op 10 oktober de CNOR hem persoonlijk berichtte over hun positieve advies aan stadsdeel Zuid, dat uiteindelijk ging beslissen. „Tot die tijd moest ik het stilhouden. Vond ik verdomd lastig.” Afgelopen woensdag viel het verlossende woord.

„Ik heb ze geantwoord dat ik best die fles champagne erop wil komen knallen als het zover is.” Maar wanneer de letters hier verschijnen en of daar veel ceremonieel bij komt, is niet bekend.

En wat zou Joop Schafthuizen er eigenlijk van vinden? De eigenzinnige weduwnaar die als een pitbull waakt over Reve’s nalatenschap en een juridische oorlog uitvocht met biograaf Nop Maas?

„Ach, hier kan hij toch weinig op tegen hebben. Alhoewel…” Moorrees wijst naar de overkant van de brug, en grinnikt. De Maasstraat.

Toch goed dat er een God is.

Christiaan Weijts schrijft hier elke vrijdag een column, op andere dagen doen Tom-Jan Meeus en Jutta Chorus dit.