Gedragscode voor bedrijven: wees open over ‘loonkloof’

Corporate governance

Bedrijven moeten open zijn over beloningsverschillen in de onderneming. Minister Dijsselbloem: „Jammer dat de code niet verder gaat.”

Minister Kamp (rechts) krijgt de code Corporate Governance uitgereikt van commissievoorzitter Jaap van Manen. Foto BART MAAT/ANP

Beursgenoteerde bedrijven in Nederland moeten publiekelijk verantwoording afleggen over de beloningsverhoudingen binnen hun bedrijf. Wat verdient de top van het bedrijf vergeleken met andere werknemers in de onderneming? En neemt dat verschil toe? Dat staat in de nieuwe, vrijwillige gedragscode voor bedrijven die donderdag is gepresenteerd.

De code Corporate Governance regelt hoe bedrijven bestuurd worden. Eerder dit jaar presenteerde een commissie onder leiding van hoogleraar Jaap van Manen al een concept-code. Daarop konden aandeelhouders, beursgenoteerde bedrijven, politici en vakbonden reageren.

De belangrijkste wijzigingen in de definitieve code gaan over beloningen voor de top van bedrijven. Zo is toegevoegd dat variabele beloningen moeten worden gekoppeld aan meetbare prestatiecriteria.

Lobbyverenigingen van aandeelhouders zoals Eumedion hadden bezwaar tegen het weglaten van die eis. Ze waren bevreesd dat bedrijven te makkelijk bonussen zouden uitkeren. Ook is geschrapt dat commissarissen beloond mogen worden in aandelen.

‘Jammer’

Minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) noemde de eerste versie van de gedragscode in september in een opiniestuk in de Volkskrant „een gemiste kans”.

Dijsselbloem is nu blij met de bepaling over de beloningsverhouding binnen bedrijven in de code, maar hij vindt het „jammer” dat de commissie niet verder gaat. „Ik pleitte voor het beperken van bonussen en voor een koppeling van de loonstijging aan de top aan de stijging van cao-lonen. Zover is men niet gegaan, jammer. Je moet als commissie voorop willen lopen en niet achteraf de praktijk in een code vatten.”

Dijsselbloem gaat geen iniatief nemen de code aan te vullen met wetten. „Ik vind niet dat ik als politicus mijn mond moet houden als ik niet bereid ben iets bij wet af te dwingen.”

Eumedion, dat grote aandeelhouders vertegenwoordigt, is blij met de aanpassingen: „Het is goed dat de commissie heeft gesleuteld aan de bepalingen over bestuurdersbeloningen.”

Vakbonden CNV en FNV zijn kritisch over de beloningsbepalingen in de code. Ze vinden ze te vrijblijvend. CNV-voorzitter Maurice Limmen: „Mooi dat verantwoord ondernemen een plaats krijgt, maar jammer dat er geen handvatten voor topinkomens in staan.”

Commissie voorzitter Jaap van Manen denkt juist dat de code een belangrijke stap zet als het gaat om topbeloningen. Van commissarissen wordt nu verwacht dat ze topbestuurders vragen om hun visie op hun eigen beloning. Van Manen: „Dat gaat echt betekenis hebben. De enige die iets kan doen aan de maatschappelijke onvrede zijn bestuurders zelf. Onze code geeft meer ruimte aan topbestuurders die zich ongemakkelijk voelen met hun beloning.”

Van Manen spreekt regelmatig bestuurders die zeggen: ‘Het is gewoon te veel.’ Worden de hoge beloningen ze dan opgedrongen door de commissarissen? „Ik ken gevallen waarbij bestuurders te horen krijgen van commissarissen: luister, we moeten straks wel een opvolger kunnen vinden. Dan kunnen we niet ineens een grote sprong in de beloning maken.”

Op de kritiek van Dijsselbloem dat de commissie voorop had moeten lopen, zegt Van Manen: „Wij gaan niet voor de troepen uitlopen, dat werkt niet. Een code heeft alleen zin als we heel stevig draagvlak hebben. Wij richten ons op de voorhoede. We hebben ongelooflijk veel gesprekken gevoerd. De code is weer gaan leven onder bestuurders en commissarissen bij bedrijven, terwijl het de afgelopen jaren vooral een zaak van accountants en advocaten was geworden.”

De vorige Corporate Governance-code stamt uit 2008. De belangrijkste vernieuwingen zijn volgens de commissie dat bedrijven meer aandacht moeten hebben voor de lange termijn en voor de cultuur binnen hun bedrijf.

Voor de bepalingen in de code geldt dat bedrijven ze toepassen, of uitleggen waarom ze dat niet doen.