Een ramp, vlak over de grens? We zien wel

Grensstreek

De gemeente Woensdrecht zou zwaar getroffen worden, als het misgaat in de Belgische kerncentrale tien kilometer verderop. Maar de mensen daar hebben wel iets anders aan hun hoofd. „Dan ben je meteen van alle ellende af.”

De Belgische kerncentrale Doel gefotografeerd vanuit het Belgische plaatsje Doel. Foto ANP / Jerry Lampen

Naast de kerk van Ossendrecht staat een grijze man op de bus te wachten. Het is de vijftigjarige Corné Sitters. Op de vraag of hij zich zorgen maakt over de veiligheid in de kerncentrale van Doel, op een kleine tien kilometer afstand, reageert hij gelaten. „Belgen nemen het met de veiligheid niet zo nauw. Maar ja, wij nemen hier de situatie zoals die is.” Sitters beschikt over jodiumpillen ter bescherming tegen de straling. „Die hangen in de meterkast.”

De streek in Nederland ten oosten van de kerncentrale van het Belgische Doel zou bij een kernramp vermoedelijk zwaar worden getroffen, althans bij een gebruikelijke westelijke wind. Maar om nu te zeggen dat de bewoners daarvan wakker liggen? Nee. Het is zoals het is. Het heeft geen zin je druk te maken. En als een ramp zich voordoet, dan is er geen houden meer aan. „Als we gaan, dan gaan we met z’n allen”, zegt een vrouw die haar kind van basisschool de Meulenrakkers komt halen. Zo denken de meesten er op het schoolplein over. Ze praten erover als iets vaags en onwerkelijks. „Ik ben er ooit op excursie geweest”, zegt vader Frank Hoeks. „Ik ga ervan uit dat het veilig is. Zeker weten doe ik het niet.”

Moet je hen fatalistisch noemen? De mensen hebben wel wat anders aan hun hoofd dan zich voortdurend zorgen te maken over de kerncentrale, zegt een vrouw die op haar knieën een laag muurtje aan het voegen is. Om de hoek, in café Harmoniezaal, zit een Belgisch echtpaar aan de koffie. „Zal ik u eens een goede raad geven?” vraagt de 67-jarige Remi de Nijs. „Als de boel ontploft, neem dan geen jodiumpillen, maar loop naar buiten en haal twee keer diep adem. Dan ben je meteen van alle ellende af. Dan hoef je niet de rest van je leven nog te creperen.” Hij verwacht niet dat de Belgen de kerncentrale zullen sluiten. „Daar is veel geld mee gemoeid. En werk.” Dat geldt evenzeer voor de chemische industrie in de omgeving, zegt zijn vrouw, Marie-Louise van den Maagdenberg. „Die is eigenlijk nog véél gevaarlijker.” Ze wonen op een enkele kilometer van de centrale, in Stabroek. Ze vinden het goed dat er over veiligheid wordt gesproken, maar ze verwachten niet dat er iets mis zal gaan. „We zitten hier niet in Rusland of China.”

„Je kunt ook te veel roken en drinken.”

Enfin, wij naar het grensdorp Putte. Belgen en Hollanders staan in de Grensstraat gebroederlijk te roken en bier te drinken bij café De Croone. Twee Belgen heffen de handen ten hemel op de vraag of ‘Doel’ dicht moet. „Wat is het alternatief?” vraagt de een. „Moeten we gaan fietsen om stroom op te wekken?” Als het om een mogelijke ramp gaat, maakt de ander een wegwerpgebaar. „Als het gebeurt, dan gebeurt het. Dan zien we het wel wapperen.” Een Nederlander, Peter de Noier, mengt zich in het gesprek en stelt onomwonden, met een flesje bier in de hand, dat de kerncentrale dicht moet. „Meteen.” De mannen geloven dat de lucht in deze omgeving niet erg schoon is, door de chemische industrie en misschien ook door de kerncentrale, maar of je daar ziek van wordt? „Je kunt ook te veel roken en drinken.” Koen Slegers, Belg van geboorte maar al jaren woonachtig in Ossendrecht, heeft vroeger nog tegen kernenergie gedemonstreerd. „Dat was in de tijd dat voorstanders zeiden dat bij een meltdown de kerncentrale vanzelf de grond in zou zakken.” Hij vindt „zorgelijk” dat de eerder aangekondigde sluiting van Doel almaar wordt uitgesteld. „Er worden daar geen nieuwe investeringen meer gedaan.”

De telefoon rinkelt. Het is de woordvoerder van de burgemeester van Woensdrecht, waaronder Ossendrecht en Putte vallen. „We volgen de berichten nauwlettend”, laat burgemeester Steven Adriaansen weten. „We delen de zorgen van de minister over de veiligheidscultuur in de centrale. De gemeente kan niet zelf oordelen, maar het is goed dat de minister er bovenop zit.”