Foto Bart Maat / ANP

‘Code voor bedrijven gaat niet ver genoeg’

Jeroen Dijsselbloem, minister van Financiën

Een nieuwe code voor het bedrijfsleven zet een stapje in het reguleren van topbeloningen. Minister Dijsselbloem blijft kritisch.

„Een gemiste kans” noemde Jeroen Dijsselbloem (minister van Financiën, PvdA) de conceptgedragscode voor beursgenoteerde bedrijven in september in een opiniestuk in de Volkskrant. „De commissie doet nauwelijks voorstellen die topbeloningen kunnen matigen.” De definitieve code, opgesteld door een commissie onder leiding van hoogleraar Jaap van Manen, werd donderdag gepresenteerd.

Is de definitieve code wel goed?

„Er is nu opgenomen dat bedrijven hun beloningsverhoudingen moeten publiceren. Daar ben ik heel blij mee. Verder besteedt de commissie veel aandacht aan het belang van een langetermijnfocus bij bedrijven. Mijn andere twee voorstellen staan er niet in. Ik pleitte voor het beperken van bonussen en voor een koppeling van de loonstijging aan de top aan de stijging van cao-lonen. Zo ver is men niet gegaan en dat is jammer. Je moet als commissie voorop willen lopen en niet de praktijk achteraf in een code vatten. Juist in landen met een Angelsaksische beloningscultuur, in Amerika en Engeland, wordt nu de vraag gesteld: hoeveel zijn gemiddelde werknemers er op vooruit gegaan? Ook Nederlandse bedrijven moeten zich verhouden tot dit debat. De verschillen tussen de top en de werkvloer zijn veel te groot. Topfunctionarissen van grote bedrijven oriënteren zich te veel op hun peers: wat wordt er verdiend bij grote multinationals, in de VS of Londen? Hun oriëntatie zou veel meer moeten zijn op de mensen die onder hen werken. Bedrijven zijn een gemeenschap.”

Lees ook het nieuwsbericht:
Gedragscode voor bedrijven: wees open over ‘loonkloof’

Mist u die stemmen uit het bedrijfsleven?

„Dat type moreel leiderschap zie je wel maar het is nog niet dominant. De bestuursvoorzitter van Unilever heeft een paar keer afgezien van salarisverhogingen. Nog steeds verdient hij heel erg goed. Anderen hebben dat ook gedaan. Soms onder druk, soms uit eigen beweging.”

De code moet nog goedgekeurd worden door de Tweede Kamer. U kunt dus proberen iets toe te voegen.

„Wij willen de code gezag geven door hem wettelijk te verankeren, maar de invulling laten we over aan de commissie en het bedrijfsleven.”

De vorige commissie wilde geen streefcijfer opnemen voor vrouwen in de top. Daarvoor heeft de Kamer toen zelf een wet aangenomen.

„Dat kan natuurlijk. Maar het idee van de code is dat de sector zichzelf standaarden oplegt. Ik heb mijn wensen in gesprekken met de commissie duidelijk gemaakt. Verder ga ik geen initiatief nemen. Er komt ook Europese wetgeving aan.”

In die Europese wetgeving staat iets waarmee aandeelhouders in Nederland blij zijn: een adviserende stem over toegekende beloningen. Het kabinet is daar tegen. Waarom?

„Wij hebben ons afgevraagd of dit meerwaarde heeft. Het is niet dat ik er heel erg tegen ben. Aandeelhouders kunnen altijd beloningen ter discussie te stellen.”

De nieuwe code, tekst gaat hieronder verder:

Premier May wil het, president Hollande doet het, aandeelhouders zeggen dat het beloningen transparanter maakt. Waarom bent u tegen?

„We zijn er niet per se tegen. Ik denk dat aandeelhouders prima in staat zijn hun onvrede kenbaar te maken. Ik sta niet altijd aan de kant van aandeelhouders als het gaat om beloningsbeleid. Zij hebben toch sterk de neiging om het beloningsbeleid te enten op kortetermijnresultaten. Dat is nou net wat ik niet wil.”

Onder aandeelhouders klinkt: Dijsselbloem is over beloningen voor camera pittiger dan het kabinet in officiële standpunten.

„Ik vind niet dat ik als politicus mijn mond moet houden als ik niet bereid ben iets bij wet af te dwingen. Ik ga me in het debat roeren, ook als ik er als wetgever niet over ga of over wil gaan. Op terreinen waar we er wel over gaan, zoals in de financiële sector, hebben we het wel heel gedetailleerd geregeld. Dat wil niet zeggen dat beloningen in de private sector nu helemaal door de overheid moeten worden overgenomen en aan banden gelegd. Politici mogen zich in het debat melden met morele stellingnames en hoeven niet altijd onmiddellijk hun grote stok te pakken en te zeggen: als u nu niet naar me luistert, ga ik het regelen.”

May ziet het als oplossing voor de onvrede: als je het vertrouwen van mensen wilt terugwinnen dan moeten we topbeloningen matigen.

„Ik ben het daar zeer mee eens. Ik geloof echt dat een deel van de diepe onvrede in onze samenlevingen hiermee samenhangt. Dat de voordelen van globalisering, schaalvergroting en de interne markt bij een veel te bepekte groep terechtkomen. Zij stelt niet voor om de beloningen aan banden te leggen. Alle plannen hebben als doel: zorgen dat bedrijven verantwoording afleggen. De code is een stap, Europese wetgeving is er nog een, verdere stappen zijn nodig.”

    • Marike Stellinga