De nationaal beslissende strijd over vuurwerkvrije zones

Vuurwerk

Vuurwerk bij de Raad van State: die beslist volgende week of gemeenten vuurwerkvrije zones mogen instellen. De slag om Hilversum is nationaal beslissend. Eén geboren vuurwerkhandelaar versus de burgemeester.

Johan Witbaard in zijn vuurwerkopslagplaats. Jasper Juinen

Jasper Juinen

Johan Witbaard – 39 jaar, roze polo, stekeltjeshaar – staat voor de deur van zijn feestwinkel. Vanaf de stoep kijkt hij recht op het gebied dat afgelopen jaarwisseling vuurwerkvrij werd verklaard. Hij kan er nog kwaad om worden. Want los van het vervelende uitzicht – „ik word zo steeds met die onzinmaatregel geconfronteerd” – kost de zone hem omzet.

Vorig jaar verkocht hij tien procent minder vuurwerk dan anders. De Zevenklapper, een kleinere feestwinkel verderop in Hilversum, had een stuk minder last van de maatregel. Witbaard is naar de rechter gestapt. Voor de derde keer.

De discussie over vuurwerk is de laatste jaren bijna net zo standaard geworden als de Zwarte Piet-discussie. Is consumentenvuurwerk niet te gevaarlijk? Weegt de jaarlijkse schade wel op tegen het plezier? Moet de overheid niet ingrijpen? Maar ben je dan nog wel vrij om je eigen feestje te vieren?

Steeds meer steden en dorpen kiezen ervoor een vuurwerkvrije zone in te stellen: een deel van de gemeente – rond een verzorgingshuis of kinderboerderij, of juist in het centrum – waar niets mag worden afgestoken. Hier en daar wordt als ruilmiddel een grote vuurwerkshow ingezet, gefinancierd uit de gemeentekas.

Het is geen verrassing dat deze maatregel tot ongenoegen leidt bij vuurwerkhandelaren. Zij verkopen minder, en vinden dat gemeenten de handel in illegaal vuurwerk zouden moeten aanpakken, in plaats van het doorgaans minder gevaarlijke consumentenvuurwerk.

Deze discussie speelt zich in Hilversum op microniveau af in een aanhoudende strijd tussen burgemeester Pieter Broertjes en feestwinkeleigenaar Johan Witbaard. Elk najaar – dit jaar voor het derde jaar op rij – ontmoeten zij elkaar in de rechtszaal. En elk jaar staat daar hetzelfde op het spel: mag de gemeente een vuurwerkvrije zone instellen, ja of nee?

Eind 2014 oordeelde de rechter in het voordeel van Witbaard. Maar afgelopen jaar was Broertjes de winnende partij en werd het centrum vuurwerkvrij. Witbaard ging in hoger beroep. Daarmee heeft de vete tussen Broertjes en Witbaard de Raad van State bereikt en is de uitspraak, volgende week, van nationaal belang geworden.

Mocht de Raad in het voordeel van Witbaard oordelen, dan besluit hij dat het college van B&W niet bevoegd is vuurwerkvrije zones in te stellen. Daarmee komen de vuurwerkvrije zones in tientallen gemeenten in het geding. Voor vuurwerkhandelaren wordt het erg moeilijk nog tegen de vuurwerkvrije zones in te gaan, als de Raad van State Broertjes gelijk geeft.

Screaming eagles

Eind november ligt er nog weinig vuurwerk in de winkel, overal liggen nog mijters en pietenpakken. De echte klappers liggen veilig opgeborgen in het magazijn achter de winkel: thunderrockets, el toro’s, screaming eagles – dikke pijlen in grote verpakkingen. Het best verkopen nog altijd de astronauten, zegt Witbaard. „Een klassiek rotje.” Al wordt knalvuurwerk wel steeds minder populair. „Mensen willen liever sierpijlen.” Knallen is uit, mooi is in. Een prima zaak, vindt Witbaard. „Vuurwerk is om naar te kijken.”

Johan Witbaard is opgegroeid tussen de feestartikelen. Het was zijn grootvader die de familiewinkel in de jaren zestig van de vorige eeuw begon. Eerst was het een zaakje met kantoorartikelen, tijdschriften, souvenirs en fopartikelen. En vuurwerk bij oud en nieuw.

Later werd de concurrentie met grote tijdschriftenhandels als AKO te groot en verschoof de focus naar feestartikelen en speelgoed. Toen Johans vader de winkel overnam, werd het gewoon een feestwinkel. Met vuurwerk, natuurlijk.

Witbaard liep als peuter rond in de winkel van zijn vader, stond er vanaf zijn zestiende achter de toonbank. De drie dagen vuurwerkverkoop waren de leukste tijd van het jaar. „Vanaf de zomervakantie leefde ik toe naar oud en nieuw. Die reuring en drukte, alle hens aan dek in de winkel. Ik hield daarvan.” Nog steeds, trouwens. Op school was het makkelijk vriendjes maken met een vader die vuurwerk verkocht.

„Gezeur over vuurwerk is er al zo lang ik me kan herinneren”, zegt Witbaard. Langer nog: toen zijn vader een jongen was, zeiden ze al dat het binnen een paar jaar verboden zou zijn. „Er is alleen wel een groot verschil tussen gezeur en een verbod.”

Alle ramen vlogen eruit

Het ‘zeuren’ veranderde in verbieden onder burgemeester Pieter Broertjes. Tijdens zijn eerste jaarwisseling, van 2011 op 2012, ging het flink mis. Bij een feest in theater Gooiland ging een vuurwerkbom af. „Het was een ravage”, herinnert Broertjes zich. Alle ramen van het theater vlogen eruit, vier mensen raakten gewond.

Na die eerste oud en nieuw is Broertjes een strijd begonnen tegen consumentenvuurwerk. „Ik heb niets tegen gezellig vuurwerk met oud en nieuw,” zegt hij, „maar het is hier totaal uit de hand gelopen”. Hij pleit voor een „mooie vuurwerkshow”, georganiseerd door de gemeente, en een vuurwerkvrije zone in het centrum. Eind 2014 probeerde hij al zo’n zone in te stellen, maar toen kwam het bezwaar van Witbaard ertussen. Eind 2015 lukte het wel om de zone voor elkaar te krijgen, ook al stapte Witbaard opnieuw naar de rechter. Broertjes maakt de zone het liefst elk jaar een stukje groter.

Niet dat het nou zo’n hobby van hem is om vuurwerk te verbieden, zegt Broertjes. „Witbaard doet het vaak voorkomen alsof dit mijn persoonlijke strijd is.” Dat is niet zo, zegt hij. „ Een meerderheid van de samenleving wil van het vuurwerk af.” Natuurlijk blijven er altijd fanatieke vuurwerkliefhebbers. „Die moeten we zien te overtuigen dat het wel veilig kan, én gezellig.”

Tekst loopt door onder de afbeelding.

Jasper Juinen

Want vorig jaar was het behoorlijk gezellig in Hilversum, zegt Broertjes. Vooral in de vuurwerkvrije zone. Daar waren „standjes met hapjes” en „kerstballen en kerstbollen” en „noem het allemaal maar op”. „De mensen die er wonen vonden het heerlijk dat er niet voor hun deur werd afgestoken.” Het liefst doet hij het dit jaar precies op dezelfde manier. Of dat kan, hangt af van de Raad van State.

Kunnen Witbaard en Broertjes het probleem niet onderling oplossen, zonder elk jaar naar de rechter te moeten?

„Nou, nee”, zegt Broertjes. „Witbaard is wel een keer bij me langs geweest, een paar jaar geleden. Toen hebben we het erover gehad. Maar het is een belangenkwestie. Daar kom je niet uit.” Hij begrijpt best dat Witbaard opkomt voor zijn zaak. Maar, zegt hij, „hij denkt aan zijn individuele belang, en ik aan het algemene”.

Nog best een aardige man

Witbaard herinnert zich dat gesprek ook nog goed. „De burgemeester nodigde ons pas uit toen we naar de rechter stapten”, zegt hij. „Hij dacht zeker dat hij dat kon voorkomen.”

Volgens Witbaard zei de burgemeester dat consumentenvuurwerk een verloren zaak was; dat het binnen een paar jaar toch wel verboden zou worden. Witbaard: „Tja, dat zeggen ze al honderd jaar hè.” Broertjes vond hij overigens „nog best een aardige man”, al denkt hij wel dat hij het vuurwerk vooral wil aanpakken „om aandacht te krijgen van de media”. Broertjes desgevraagd, afgemeten: „Ik vind dat simpelweg geen argument.”

Maar welke andere reden zou Broertjes kunnen hebben om het vuurwerk aan te pakken, vraagt Witbaard zich af. „Er zijn al zo veel regels. Je moet brandveilig afsteken, je mag de openbare orde niet verstoren. Als je vuurwerk wilt handhaven, kun je je prima op die regels beroepen.”

Er is één ding waar Witbaard en Broertjes het over eens zijn: illegaal vuurwerk moet worden aangepakt

Voor Broertjes is nou juist die zone zo belangrijk om een begin te maken aan een stad die vrij is van consumentenvuurwerk. „Ik wil het niet in één keer verbieden, maar langzaam afbouwen.”

Er is één ding waar Witbaard en Broertjes het over eens zijn: illegaal vuurwerk moet worden aangepakt. „Maar dat is zo moeilijk”, zegt Broertjes. „Je kan het makkelijk online bestellen, als overheid krijg je daar gewoon geen grip op.” Hij heeft al eens gepleit voor Europese regelgeving op dit gebied.

Ook Witbaard blijkt voorstander van Europese maatregelen. Als verkoper baalt hij van het slechte imago dat vuurwerk krijgt door de zwarte handel in zware pijlen en vuurwerkbommen. Toch maakt hij zich niet hard voor nieuwe regels. „Het probleem is dat je daarvoor de politiek in moet. En daar gaat alles altijd zo langzaam.”

Hete thee

Voor Witbaard staat er veel op het spel deze week. Mocht de Raad van State Broertjes gelijk geven, „dan is het hek van de dam” en gaan straks „alle gemeenten zo’n zone instellen”. Hij vreest dat zijn winkel in Amsterdam ook last krijgt van nieuwe regels. Het argument dat elke oud en nieuw vier- à vijfhonderd mensen naar de spoedeisende hulp worden gebracht na een ongeluk met vuurwerk, vindt hij niet toereikend. „Dat is superweinig,” zegt Witbaard, „als je het vergelijkt met het jaarlijkse aantal ongelukken met hete koffie en thee”. Bovendien is vuurwerk een „traditie” en „immaterieel erfgoed”. Witbaard: „We stoppen toch ook niet met pepernoten eten omdat we er dik van worden?”

Voor Broertjes is het een tegenslag als de Raad van State in zijn nadeel beslist, maar niet het einde. „Dan passen we de plaatselijke verordening aan en proberen we het volgend jaar opnieuw.” Na de rechtszaak wil de burgemeester wel weer eens met Witbaard in gesprek. „Over extra vuurwerkvrije zones bijvoorbeeld.”

Witbaard moet het nog zien. „Broertjes blijft het dossier maar naar zich toetrekken.” Hij heeft eigenlijk niet zo’n zin in een gesprek. „Ik wil best wel weer eens praten, maar dan met de hele gemeenteraad. Niet alleen met de burgemeester.”