Bedrijven moeten verhouding loon top en rest bedrijf publiceren

Dat staat in de nieuwe gedragscode voor bedrijven die donderdag is gepresenteerd.

2013: Minister Henk Kamp (L) van Economische Zaken in gesprek met voorzitter Jos Streppel, nadat de minister het Rapport van de Commissie Streppel in ontvangst heeft genomen op het ministerie van Economische Zaken. Foto ANP

Beursgenoteerde bedrijven in Nederland moeten publiekelijk verantwoording afleggen over de beloningsverhoudingen binnen hun bedrijf. Wat verdient de top van het bedrijf vergeleken met andere werknemers in de onderneming? En neemt dat verschil toe?

Dat staat in de nieuwe, vrijwillige gedragscode voor bedrijven die donderdag is gepresenteerd.

In de Verenigde Staten moeten bedrijven vanaf januari 2017 een pay ratio publiceren. Dat is de verhouding tussen het loon van de top van het bedrijf en het gemiddelde loon van andere werknemers. Ook het Verenigd Koninkrijk heeft dergelijke plannen.

De code Corporate Governance regelt hoe bedrijven bestuurd worden. Eerder dit jaar presenteerde een commissie onder leiding van hoogleraar Jaap van Manen al een concept-code. Daarop konden aandeelhouders, beursgenoteerde bedrijven, politici en vakbonden reageren.

De nieuwe code, tekst gaat hieronder verder:

De belangrijkste wijzigingen in de definitieve code gaan over beloningen voor de top van bedrijven. Zo is toegevoegd dat variabele beloningen moeten worden gekoppeld aan meetbare prestatiecriteria. Lobbyverenigingen van aandeelhouders zoals Eumedion hadden bezwaar tegen het weglaten van die eis. Ze waren bevreesd dat bedrijven te makkelijk bonussen zouden uitkeren. Ook is geschrapt dat commissarissen beloond mogen worden in aandelen.

Minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) noemde de eerste versie van de gedragscode in september in een opiniestuk in de Volkskrant „een gemiste kans”. Hij is nu blij met de bepaling over de beloningsverhouding binnen bedrijven in de definitieve code, maar hij vindt het „jammer” dat de commissie niet verder gaat.

„Ik pleitte voor het beperken van bonussen en voor een koppeling van de loonstijging aan de top aan de stijging van cao-lonen. Zo ver is men niet gegaan en dat is jammer. Je moet als commissie voorop willen lopen en niet achteraf de praktijk in een code vatten.”

Lees ook het interview met Jeroen Dijsselbloem: ‘Code voor bedrijven gaat niet ver genoeg’

Eumedion, dat grote aandeelhouders vertegenwoordigt, is blij met de aanpassingen: „Het is goed dat de commissie heeft gesleuteld aan de bepalingen over bestuurdersbeloningen.” Vakbonden CNV en FNV zijn kritisch over de beloningsbepalingen in de code. Ze vinden ze te vrijblijvend. CNV-voorzitter Limmen:

„Mooi dat verantwoord ondernemen een plaats krijgt, maar jammer dat er geen handvatten voor topinkomens in staan.”

Jaap van Manen, voorzitter van de commissie, denkt juist dat de code een belangrijke stap zet als het gaat om topbeloningen. Van commissarissen wordt nu verwacht dat ze topbestuurders vragen om hun visie op hun eigen beloning. Van Manen: “Dat gaat echt betekenis hebben. De echte issues worden binnenskamers opgelost. De enige die iets kan doen aan de maatschappelijke onvrede zijn bestuurders zelf. Onze code geeft meer ruimte aan topbestuurders die zich ongemakkelijk voelen met hun beloning.’ Van Manen spreekt regelmatig bestuurders die zeggen: “Het is gewoon teveel.” Worden de hoge salarissen ze dan opgedrongen door de commissarissen? “Ik ken gevallen waarbij bestuurders te horen krijgen van commissarissen: luister we moeten straks wel een opvolger kunnen vinden. Dan kunnen we niet ineens een grote sprong in de beloning maken.” Op de kritiek van Dijsselbloem dat de commissie meer voorop had moeten lopen zegt Van Manen:

“Wij gaan niet voor de troepen uitlopen, dat werkt niet. Een code heeft alleen zin als we heel stevig draagvlak hebben. Wij richten ons op de voorhoede van bedrijven. We hebben ongelooflijk veel gesprekken gevoerd. De code is weer echt gaan leven onder bestuurders en commissarissen bij bedrijven, terwijl het de afgelopen jaren vooral een zaak van accountants en advocaten was geworden.”