Recensie

A.S. Byatt kan gruwelijk, grappig en ontroerend zijn

Humoristische en gruwelijke verhalen in ‘Klein zwart verhalenboek’, de nieuwe bundel van Erasmusprijs-winnaar A.S. Byatt.

Vanavond ontvangt de Engelse schrijfster A.S. Byatt de Erasmusprijs. Ter gelegenheid daarvan verscheen de vertaling van haar verhalenbundel Little Black Book of Stories. Het omslag mag dan zwart zijn, de vijf verhalen in deze bundel zijn dat niet. Ik zou ze eerder duister noemen, in de goede betekenis van het woord; niet onduidelijk, maar onrustbarend, met vage dan wel uitgesproken dreiging.

Ook in deze bundel laat Byatt haar fascinatie voor mythen en sprookjes spreken. Neem het eerste verhaal, ‘Het ding in het bos’. Dat begint met de woorden ‘Er waren eens twee kleine meisjes …’ Die meisjes, Primrose en Penny, worden in de Tweede Wereldoorlog geëvacueerd naar het platteland, en komen in een bos een weerzinwekkend monster tegen, het ‘ding’ uit de titel, een stinkende reusachtige worm, ‘rond en langgerekt als een drol’.

Veertig jaar later komen ze elkaar weer tegen (heel mooi wordt beschreven hoe ze elkaar herkennen). De een keert terug naar het bos, om zich uit te leveren aan het ‘ding’, dat na die ene ontmoeting haar leven heeft beheerst, de ander ontsnapt aan de invloed van het ‘ding’ doordat ze van de ervaring een avontuur weet te maken dat ze aan anderen kan vertellen. Het is verleidelijk om in dit verhaal een allegorie van het schrijverschap te zien. Natuurlijk heeft het lange, glibberige ding ook een seksuele connotatie.

Door haar realistische decors van mythische elementen te voorzien, kan Byatt diepe lagen aanboren. In ‘Body Art’, over een vrouwenarts die een studente bezwangert, draait alles om het verwekken en verwoesten van leven. Ogenschijnlijk ontbreekt hier de mythische laag, maar uiteindelijk blijkt het een kerstverhaal te zijn dat begint met een verschijning van een engel en eindigt met een geboorte.

Veel draait in deze verhalen om ouder worden, terugkijken. In misschien wel het beste verhaal van de bundel, ‘Een stenen vrouw’, verandert een ongetrouwde, oudere vrouw langzaam in steen. Een IJslandse steenhouwer neemt haar mee naar zijn vaderland, waar mythische stenen vrouwen op haar wachten; in wezen is dit verhaal een symbolische, troostrijke beschrijving van een naderend einde.

Byatt wordt vaak beschouwd als een schrijfster die je eerder leest om haar ideeën dan om door emoties te worden meegevoerd, maar met deze verhalen weet ze je ook te ontroeren. Grappig is ze ook, bijvoorbeeld in ‘Ruw materiaal’, over een schrijver die een schrijfclubje leidt. Dit verhaal eindigt humoristisch én gruwelijk, om niet te zeggen: zwart.