Recensie

Albrecht laat Wagner bloedrood smeulen

Wagners opera Parsifal, met Petra Lang (Kundry) voor een decor van kunstenaar Anish Kapoor Foto Ruth Walz

Een doordenker blijft het, de symboolzwangere productie van Wagners opera Parsifal waarvoor regisseur Pierre Audi in 2012 samenwerkte met kunstenaar Anish Kapoor. Het leek een geniaal driehoeksverband. Wie past er beter bij Wagners web van Christendom, middeleeuwse sage, Boeddhisme en Schopenhauer dan Kapoor met zijn zinsbegoocheldende spiegels en bloedrode was? Voor de monumentale koren en de lange, verstilde ensembles leek Audi dé regisseur - zijn instinct voor ritueel en betekenisvolle personenregies indachtig.

Het fascinerende aan muziektheater - en dat zou Wagner beamen - is dat alles samenhangt. Draai links een centimeter aan de knoppen, en er rolt rechts een totaal andere belevenis uit. Wat je ziet, beïnvloedt hoe je hoort. En wat je hoort, kleurt wat je ziet.

In 2012 zat het Concertgebouworkest in de bak onder leiding van Iván Fischer. De première was zoekend, intellectueel en ietwat onbevredigend; de dernière al veel gloedvoller. Maar je hoeft maar vier maten te horen van de bloedrood smeulende Wagner-klank die chef-dirigent Marc Albrecht nu realiseert bij het Nederlands Philharmonisch Orkest om te weten: deze Parsifal is van een totaal andere orde. En door de warmte van de muziek, oogt de hele productie anders.

Lees verder na de trailer

Erg uitgebeend is nog steeds de slotakte voor een multi-interpretabele lege cirkel. Parsifal keert gelouterd terug bij de in verval geraakte Graalriddergemeenschap en wordt er zelf koning – ware het niet dat Audi de ridders hier de ‘verlossing’ laat vinden in de dood en Parsifal zijn pelgrimage gewoon laat voorzetten – overigens een gewiekste manier om de problematische mix van militarisme en medemenselijkheid in deze opera een draai te geven.

Met dank aan Albrechts sensuele, stuwende orkestspel en het prachtig zingende koor is het toverspel in de bloementuin van de Klingsor onder Kapoors spiegel nóg betoverender. Ook de eerste akte, waarin Audi de Graalridders toont als een vroeg-Christelijke sekte tussen rudimentaire planken en bloedrode bergen, overtuigt meer. De zoekende interpretatie van Iván Fischer stimuleerde je het toneelbeeld ook onderzoekend te beschouwen. Wat moet dat met die bebloede lijkwade? Door Albrecht besef je nu: Audi’s abstracte productie vervat verhaal en symboliek weliswaar vrijelijk, maar kernachtig. Zijn productie is geen meta-Wagner, maar oer-Wagner.

In de uitstekende cast zijn Christopher Ventris (Parsifal), Petra Lang (Kundry) en vooral Günther Groissböck als grootse Gurnemanz stabiele fundamenten. Voor de diepgang van de beleving is het jammer dat de twee meest gelaagde personages – Amfortas en Klingsor – beiden fysiek en vocaal gespierd gestalte krijgen in Ryan McKinny en Bastiaan Everink. Hun plagen blijven een abstractie. Maar om de Wagnerklank van Albrecht alleen al is deze Parsifal niet te missen.