Wijk bloeit niet op van hippe gasten

Achterstandswijken Veel gemeenten hopen dat creatieve ondernemers werk en leefbaarheid brengen in een wijk. Maar is dat zo? Nee, zegt socioloog Jeannette Nijkamp.

Nieuwe hippe koffietentjes in de Afrikaanderwijk in Rotterdam, waar de helft van de inwoners van een uitkering leeft. Er wordt onder meer geprobeerd ondernemerschap van buurtbewoners te stimuleren. Foto Andreas Terlaak

Als creatieve ondernemers zich vestigen in oude pakhuizen in een achterstandswijk, heeft dat een positief effect op buurt en bewoners. Tenminste, dat wordt heel vaak gedacht. Want die filmmakers, modeontwerpers, webdesigners, grafisch ontwerpers en kunstenaars gaan natuurlijk weer andere creatievelingen aantrekken waardoor de buurt diverser wordt. Dat trekt weer hippe espressobars en biologische winkels. Bovendien worden wijkbewoners wellicht getriggerd zelf ook eens creatief te worden.

Tot zover de theorie. Socioloog Jeannette Nijkamp wilde wel eens weten of dat echt zo gaat en deed onderzoek in de Afrikaanderwijk in Rotterdam. Een gemengde wijk waar de helft van de bewoners van een uitkering leeft. Komende week promoveert ze aan de Erasmus Universiteit.

Zij keek voor haar onderzoek naar het effect op de wijk van de Creative Factory, een broedplaats voor creatieve ondernemers. Sinds 2008 zijn er jonge ondernemers gevestigd in een toen leegstaande graansilo aan de rand van de wijk. Haar conclusie: de creatievelingen hebben maar weinig invloed gehad op de economie van de wijk. Ze kwamen van buiten Rotterdam en andere delen van de stad. Hun klanten wonen ook niet in de wijk. „En als ze gaan lunchen, nemen ze de metro naar het centrum.”

Maar de Freehouse dan? Nijkamp onderzocht ook de effecten op de wijk van deze stichting die, ook sinds 2008, met hulp van onder meer de gemeente probeert ondernemerschap van buurtbewoners te stimuleren. Ze doen dat door buurtbewoners te koppelen aan creatieve ondernemers.

Zo ontstond bijvoorbeeld De Wijkkeuken, waar vrouwen en mannen uit de Afrikaanderwijk Turkse, Marokkaanse en Antilliaanse catering verzorgen, of een mix ervan. Daarnaast is er een kledingatelier waar mensen uit de Afrikaanderwijk samen met professionele kleermakers op bestelling bijzondere kleding naaien. Zoals de uniformen voor de suppoosten van het Van Abbemuseum.

Mooie initiatieven, vindt Nijkamp, maar het economische effect op de wijk is niet groot. Want er is niet genoeg werk om de kokkinnen en naaisters een vaste baan aan te bieden. „Ze krijgen een vrijwilligersvergoeding of ze moeten werken als zzp’er. Dat laatste is een groot risico, omdat je je uitkering kwijtraakt in ruil voor een onzeker inkomen. Als je thuis drie kinderen hebt, doe je dat niet.”

Foto Andreas Terlaak

Foto Andreas Terlaak

De creatieve klasse in Rotterdam is klein, zegt Nijkamp. Het is ook lastig die klasse te vergroten omdat de creatievelingen elkaar op specifieke plekken in het land opzoeken. „Zij zoeken de drie t’s: tolerantie, talent en technologie. Zowel talent als hightechbedrijven zijn schaars in Rotterdam, zeker in wijken als de Afrikaanderwijk. Hetzelfde geldt voor tolerantie; Rotterdam niet kan worden beschouwd als een stad die erg openstaat om te experimenteren met nieuwe ideeën.”

Nijkamp pleit voor een flexibeler opstelling van het stadsbestuur. „Als de gemeente tegen deze mensen in De Wijkkeuken zou zeggen dat zij hun inkomen aanvullen tot het niveau van een uitkering, dán help je mensen de bijstand uit. Gemeenten moeten in de participatiesamenleving, waarin initiatief van mensen wordt verwacht, hen meer ondersteunen en minder gericht zijn op handhaven van regels.”

Het creatieve talent van wijkbewoners kan ook alleen worden benut als de wijkbewoners dat zelf willen, zegt Nijkamp. „Dus alleen hippe ondernemers invliegen heeft geen zin. Projecten die allerlei zaken voor mensen regelen zonder dat zij zich hier zelf voor hoeven in te spannen ook niet. De ondernemers moeten de wijk samen met de buurtbewoners willen maken. Als ze te ver voor de troepen uitlopen, haken mensen af.”

Zo proberen de mensen van Freehouse het ook te doen, vertelt Annet van Otterloo in de ruimte die dient als café, ontmoetingsplek en galerie. Af en toe druppelen wijkbewoners binnen voor koffie of een praatje. „We werken alleen met mensen die zich betrokken voelen en echt mee willen doen”, zegt ze. „Ondernemerschap in een wijk als deze moet ook groeien. Maar we hebben nu twaalf koks en kokkinnen en twaalf naaisters. Geen enorm aantal, maar het effect dat het voorbeeld van een werkende moeder heeft op haar gezin, op buren, en de buurt is niet in euro’s te meten.”

Andere uitstraling

Mario Banda, mede-eigenaar van de Espressobar Pretoria even verderop, denkt ook dat de hippe gasten uit de Maassilo nou niet direct veel economisch voordeel voor de wijk hebben opgeleverd. Maar ze dragen wél bij aan een andere uitstraling, zegt hij. „Voor mij is het wel belangrijk dat hier niet alleen kebabwinkels zitten. En het zorgt voor reuring en nieuwe mensen.”

Nijkamp vindt dat ook belangrijk, zegt ze, maar concludeert in haar onderzoek dat dat te weinig is gebeurd.

Wel heeft de Creative Factory uiteindelijk een bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van wijkbewoners door stageplaatsen aan te bieden aan jongeren uit de wijk die een opleiding volgden bij het ROC Albedacollege. Nijkamp: „Deze jongeren hadden moeite om een stageplaats te vinden. Bij Freehouse krijgen wijkbewoners die willen cursussen om zich te bekwamen in koken en naaien. Het sociale effect op de wijk is lastig te meten maar is er wel.”