Column

Wie de pen vast heeft, schrijft de geschiedenis

Normaal wordt steeds meer abnormaal. Wat lange tijd als vanzelfsprekend werd beschouwd, vertoont steeds meer scheurtjes. Die scheurtjes worden gevormd door bijvoorbeeld een economische crisis, door oorlog, een vluchtelingencrisis of de verkiezing van een populist in de Verenigde Staten.

De realiteit zoals we die kennen lijkt door een paar schokken in elkaar te donderen. In zijn documentaire HyperNormalisation (BBC) probeert Adam Curtis te onderzoeken wie die realiteit in eerste instantie bedacht.

Het begint in New York, 1975. De stad staat aan de financiële afgrond. Jarenlang heeft het exorbitant hoge leningen afgesloten, maar nu gaat het economisch niet voor de wind en kunnen de rekeningen niet betaald worden. De banken weigeren nog geld te verstrekken aan de overheid. Die heeft de keuze: bankroet gaan of de financiële sector de touwtjes in handen geven. Dat laatste gebeurt, hoewel niet direct. Er wordt een commissie in het leven geroepen die als taak heeft om de stad van de ondergang te redden. Acht van de negen leden zijn bankier.

Damascus, 1975. Een confrontatie tussen de toenmalig minister van Buitenlandse zaken van de VS, Henry Kissinger, en Hafez al Assad, president van Syrië. Volgens Curtis ligt de crux hier: Assad denkt dat eenheid de enige manier voor vrede in het Midden-Oosten is. Kissinger zou daar juist voor vrezen, een verenigde Arabische wereld zou de door het Westen gedomineerde machtsstructuren omver werpen.

Daarna loodst Curtis de kijker door heel veel onderwerpen: de moord op Palestijnen, Hezbollah, hoe het internet mainstream werd, Khadaffi, de Sovjet-Unie, kunstmatige intelligentie, Jane Fonda in een gympak, de Arabische lente en zelfmoordterroristen. Niet noodzakelijk in die volgorde. De – overigens soms fenomenale – fragmenten volgen elkaar op, zonder al te veel samenhang.

De Financial Times omschrijft HyperNormalisation als „a messy documentary” en „166 minutes of paranoia”. Na tien minuten kijken snap je dat oordeel.

Het is een zoektocht naar hoe de geschiedenis wordt geschreven en wie de pen in de hand heeft. Een verklaring voor hoe de wereld er nu voor staat. De conclusie van Curtis geeft stof tot nadenken. In het kort: de wereld is zo complex gemaakt en geworden dat we een parallelle wereld hebben gecreëerd waarin het overzichtelijk is wie slecht is en wie goed. Grootmachten hebben die wereld vormgegeven en wij, de mensen, hebben ons laten leiden door wat ons werd verteld.

Politici proberen de wereld allang niet meer te veranderen. Het enige wat zij kunnen doen, is het managen van de controle die de financiële sector, techbedrijven en andere bedrijfsgiganten over de wereld uitoefenen.

Niemand van de mensen die in control zou moeten zijn, lijkt te weten hoe het tij kan keren. We zitten allemaal in een trein die steeds harder gaat rijden en terwijl we onszelf en elkaar afleiden, weet niemand waar we op af denderen – dat idee.

U zult inmiddels wel begrijpen dat HyperNormalisation geen documentaire is om gezellig op zaterdagavond te kijken om te ontspannen.

In een interview in 1975 zei Kissinger dat de wereld zich op een punt bevond, waar op twee manieren naar terug zou kunnen worden gekeken. Of de geschiedenisboeken zouden erover schrijven als een periode van buitengewone creativiteit, of een waarin de wereld politiek, economisch en moreel uit elkaar viel. Gebeurt dat laatste, zo zei Kissinger, dan zal er chaos ontstaan.

Die woorden omschrijven precies waar we nu staan. De trein uit 1975 dendert nog steeds voort, en nu zitten wij erin.

Lamyae Aharouay werkt als redacteur bij BNR. @Lamyae