Cultuur

Interview

Interview

‘We zullen ons schamen voor wat we hebben gedaan’

De baas van Artsen zonder Grenzen verwijt Europa hypocrisie in de vluchtelingendeal met Turkije. Ze hekelt ook de aanvallen op ziekenhuizen in Syrië, Jemen en Afghanistan.

„De migratie- en vluchtelingencrisis zal een zwart gat zijn in de geschiedenis van de mensheid. We zullen ons later schamen over wat we hebben gedaan. Als je weet wat er gebeurt in de detentiecentra in Libië, in de kampen in Griekenland: dat zijn eilanden van rechteloosheid waar misbruik wordt gemaakt van mensen. Maar de wereld weigert het te zien.”

Joanne Liu, de internationale voorzitter van Artsen zonder Grenzen, heeft geen enkel goed woord over voor het huidige Europese beleid. „Ik realiseer me dat we in tijden van grote onzekerheid leven, maar mensen surfen nu op de golven van angst die wordt gemanipuleerd met populistische retoriek.” Het resultaat is dat mensen in nood „het recht wordt ontnomen om te vluchten voor hun leven.”

Liu, een Canadese kinderarts die in veel probleemgebieden heeft gewerkt, is voor een jaar benoemd op de Cleveringaleerstoel in Leiden, naar de Leidse hoogleraar rechten die in 1940 niet boog voor de Duitse bezetter en een beroemde protestrede hield tegen het ontslag van Joodse collega’s. „Ik begrijp dat het bijna politieke zelfmoord is voor leiders om een opener houding in te nemen, want ze kijken allemaal naar de verkiezingen. Maar dan moet ik aan Cleveringa denken. Hij stond voor het recht van mensen, ook al was die opstelling impopulair, en betaalde een zware prijs daarvoor. Ik geloof dat er nog steeds mensen zien die de moed hebben het juiste te doen.”

Is het niet logisch dat landen niet, door grenzen te stellen, proberen de stroom onder controle te brengen? Ook gastvrije landen als Duitsland en Zweden nemen beperkende maatregelen.

„Ik moet daar altijd om glimlachen. Er zijn wereldwijd 65 miljoen mensen op de vlucht. Daarvan wordt 85 procent verwelkomd in lage-inkomenslanden. Daarom heb ik weinig sympathie voor rijke landen die jammeren wanneer ze een paar vluchtelingen moeten opnemen. Nederland gaat misschien tweeduizend mensen opnemen? In Turkije zijn drie miljoen vluchtelingen.”

Wat vindt u van de deal met Turkije?

„Daar verzetten we ons fel tegen, en uit protest neemt Artsen zonder Grenzen ook geen EU-fondsen meer aan. Er wordt onderscheid gemaakt tussen ‘goede’ en ‘slechte’ mensen. Daarmee negeren staten hun internationale verplichtingen over asiel en bescherming voor mensen die op de vlucht zijn. En dan: er is een maximum gesteld van 72.000 (Syrische) vluchtelingen die opgenomen zouden worden. En de rest?

„Dit is hypocriet. Bescherming als je op de vlucht bent, wordt zo een gunst, niet een recht. Elders wordt ook al op zo’n manier gedacht. Vanuit het Dabaab-kamp in Kenia worden mensen teruggestuurd naar Somalië, hoewel de situatie daar onveranderd is, het is nog steeds oorlog. Deze deal zet een verkeerd soort trend.”

In het Europese beleid wordt onderscheid gemaakt tussen migranten en vluchtelingen.

„Mensen krijgen nu een label, alsof ze een goede en een slechte reden hadden om te vluchten. Ik geloof daar niet in. Er wordt nu grofweg op basis van nationaliteit gezegd wie bescherming verdient en wie niet. Iemand uit West-Afrika krijgt niet eens de kans om zijn zaak te bepleiten. Maar we weten niet of hij niet wordt vervolgd. De kern van mijn boodschap is: er zijn geen ‘goede’ en ‘slechte’ redenen om je huis te ontvluchten.”

De vluchtelingencrisis is een speerpunt voor Artsen zonder Grenzen. Een ander is de veiligheid van medisch personeel. Er zijn dodelijke aanvallen geweest op ziekenhuizen in Syrië, Jemen, Afghanistan. Precisie-aanvallen ook: in Kunduz lag het ziekenhuis in puin, maar bij de bomen in de buurt zaten de bladeren er nog aan.

„Ik weet niet of het erger is dan in het verleden, ik heb geen goed vergelijkingsmateriaal. Maar we weten dat het gebeurt. In het onderzoek Health Care in Danger is een inventarisatie gemaakt van aanvallen op medische faciliteiten, van ons en van andere organisaties. Tussen januari 2011 en december 2014 zijn in elf landen 2.400 incidenten geweest. Aanvallen op ziekenhuizen, kleine klinieken, ambulances, medisch personeel, apparatuur. Dat is gemiddeld drie per dag! Uit een WHO-onderzoek blijkt dat zestig procent van dit soort aanvallen opzettelijk is. We waren sprakeloos toen we deze cijfers zagen.”

Wat kan je daar tegen doen?

„In mei heeft de Veiligheidsraad een resolutie aangenomen over de veiligheid van medisch personeel die werd gesteund door 85 landen. Het is een van de meest gesteunde resoluties in de geschiedenis van de Verenigde Naties. Maar woorden zijn niet genoeg. Toen we in september weer hierover zijn gaan praten in New York, heeft secretaris-generaal Ban ki-Moon voorgesteld meer onafhankelijk onderzoek naar zulk soort incidenten te doen. Maar de Veiligheidsraad wilde daar niet aan. Te politiek gevoelig. We moeten er juist voor vechten dat de internationale humanitaire hulp beter wordt beschermd. Al jaren geleden hebben we collectief afspraken gemaakt over de bescherming daarvan. Je mag niet accepteren dat die worden geschonden. Als we het onaanvaardbare steeds weer aanvaarden, wordt dat de nieuwe norm. Lat de oorlog stoppen bij de deur van een ziekenhuis. De arts van jouw vijand is niet jouw vijand. In de chaos van een oorlog is het ziekenhuis het laatste element van menselijkheid.”