Waarom laten teksten bij natuurdocumentaires zo te wensen over?

Fiordland in Nieuw-Zeeland. Foto: iStock

Wat me bij natuurdocumentaires vaak opvalt is het grote kwaliteitsverschil tussen beeld en tekst. De beelden zijn meestal spectaculair, de teksten laten wat mij betreft vaak te wensen over.

Als voorbeeld kan ‘Wild Nieuw-Zeeland’ dienen, een BBC-documentaire waarvan vorige week de eerste aflevering is uitgezonden. Wie de teksten heeft geschreven en vertaald is mij niet bekend – op de aftiteling werd dit niet vermeld. De teksten zijn ingesproken door de actrice Monique van de Ven.

Aan het begin van de documentaire maken we kennis met „moeder pinguïn” die eerst over kliffen heen „worstelt”’ om vervolgens uit te komen op een broedplaats in het bos. De pinguïns hebben daar een „boskolonie gesticht” waar moeder haar kind en „mannetje” terugvindt. „Eindelijk thuis!”, verzucht Monique van de Ven namens de pinguïnmoeder.

Schrijvers van teksten bij natuurdocumentaires lijken van mening dat mooie beelden om poëtische teksten vragen. En dus horen we dat geisers „spookachtig leven” in een „dodelijke landschap” blazen. Schapen worden „pioniers van het hooggebergte” genoemd.

Over „wolken verhitte mugjes” horen we: „Ze vliegen maar een dag of twee rond en zijn daarom al dansend naarstig op zoek naar een partner.” Verhitte muggen die dansend naarstig op zoek zijn: ik heb alle vertrouwen in de kennis van gedragsbiologen, minder in dergelijke teksten.

Wonderlijke creaturen

In Nieuw-Zeeland lopen en vliegen wonderlijke creaturen rond. Zo maken we kennis met de Nieuw-Zeelandse waaierstaart. Dit blijkt „een volleerde luchtacrobaat met onvoorspelbaar vlieggedrag” te zijn, een vogel met „de kracht en wendbaarheid van een stuntvliegtuigje”.

Wat je je precies moet voorstellen bij de kracht van een stuntvliegtuigje weet ik niet, maar dergelijke zinnen leiden mij erg af. Wel is het fijn om te weten dat deze „piepkleine luchtacrobaten” ook in vulkanisch gebied durven te jagen. Daardoor hebben zij „van dit onherbergzame gebied een land vol mogelijkheden gemaakt” – ik heb geen idee wat hiermee precies wordt bedoeld.

Makers van natuurdocumentaires tonen ons het liefst exclusieve beelden, dat geeft de kijker het gevoel iets heel bijzonders te zien. Over de zogenoemde Noordereiland kiwivogel krijgen we eerst te horen dat dit een vogel is „die bijna niemand ooit te zien krijgt”, maar vervolgens dat de gefilmde „vogels gewend zijn aan mensen”. Dat lijkt mij tegenstrijdig. Gelukkig krijgen we nog een „plichtsgetrouwe” vader in beeld, een mannetje dat een ei uitbroedt.

Beeld en tekst worden doorlopend ondersteund door dramatische muziek die mij aan Lord of the Rings deed denken, een film die deels in Nieuw-Zeeland is opgenomen.

Alles bij elkaar heeft deze aflevering me wel doen besluiten een keer naar Nieuw-Zeeland te gaan. De dieren zijn er „gehard en vindingrijk” en dat vind ik mooie eigenschappen, ook in dieren. Er blijken in het wild „vetgemeste insecten” voor te komen en die heb ik nog nooit gezien. Daarnaast zijn er bomen die dorre vulkaanlandschappen hebben veranderd in „tuinen vol leven”, en dorheid vol leven is bij mijn weten uitzonderlijk.

Ik hoop al binnenkort te gaan, want van deze documentaire heb ik geleerd dat Nieuw-Zeeland een „rusteloze toekomst” heeft. Dat komt door alle „ondergrondse breuklijnen die heel onverwachts kunnen uitbarsten”. Vanzelfsprekend hoop ik niet te maken te krijgen met dergelijke uitbarstende breuklijnen.

Ewoud Sanders schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders