Politieke nieuwkomers horen vooral zichzelf graag

nrcvindt

Het Nederlandse kiesstelsel met zijn evenredige vertegenwoordiging biedt volop kans aan nieuwkomers in de politiek. Bij de vorige verkiezingen voor de Tweede Kamer in 2012 waren 62.829 stemmen voldoende om één van de 150 zetels te bemachtigen. In totaal deden toen 21 partijen mee. Elf partijen haalden de kiesdeler niet.

De veelheid aan partijen waar nu, ruim drie maanden voor de verkiezingen, sprake van lijkt, is dus geen nieuw gegeven. Het verschil met eerdere jaren is misschien wel dat een aantal van de nieuwkomers zich mede door toedoen van sociale media luidruchtiger en onconventioneler manifesteert. Maar dit zegt nog weinig over werkelijke aanhang

Eén- of tweemansfracties horen bij het Nederlandse systeem. De bezorgdheid over de versplintering die her en der klinkt is dan ook overdreven. De bestuurbaarheid van het land dreigt niet problematisch te worden door het grote aantal kleine partijen maar door het ontbreken van echt grote partijen. Na de verkiezingen voor de Tweede Kamer zal een coalitie uit minstens vier partijen moeten bestaan, wil deze ook in de senaat over een meerderheid beschikken.

Het gekrioel van de aspiranten aan de voordeur van het parlement is ondertussen vooralsnog van marginaal politiek belang. De aspiraties zeggen in de meeste gevallen meer over de mensen die zich melden dan over de problemen die zij zeggen aan te willen pakken. ‘Niet gehoord worden’ is het gevoel waaraan de meesten appelleren, maar het komt er maar al te vaak op neer dat deze ‘redders’ van Nederland vooral zichzelf graag willen horen.

Nieuwste nieuwkomer was deze week het van het Oekraïnereferendum bekende GeenPeil, voortgekomen uit het door banaliteit en horkerigheid gedreven weblog GeenStijl. Haar geluid is afwijkend omdat deze partij geen programma heeft maar de mening van de leden rechtstreeks in de Tweede Kamer wil vertolken. Die mening over allerhande onderwerpen kunnen de leden digitaal overbrengen. De vertegenwoordigers van de partij in de Tweede Kamer beschouwen zichzelf slechts als „levende stemkastjes”.

De elementaire lessen van de Grondwet en het wezen van de representatieve democratie zijn blijkbaar aan de initiatiefnemers voorbijgegaan. Want de Grondwet, waar Kamerleden trouw aan zweren of beloven, zegt immers dat zij „zonder last” dienen te stemmen. Representatieve democratie houdt in dat Kamerleden een afweging tussen verschillende belangen dienen te maken.

Een plek op het stembiljet betekent nog geen plek in de Kamer. Eerst is er de kiezer die zijn verstand kan laten prevaleren.