‘Musea moeten zich richten op niet-blank, niet-hoogopgeleid publiek’

Conservator Steven ten Thije stelt in een essay dat het gevaar dreigt dat de musea bijdragen aan de tweedeling in de samenleving.

Steven ten Thije Foto Merlin Daleman

Je kunt het brutaal noemen om in deze tijd een essay te schrijven dat musea dringend een antwoord moeten formuleren op de vraag waarom ze bestaan, terwijl ze in Nederland vorig jaar opnieuw een bezoekersrecord braken met een totaal van bijna dertig miljoen verkochte kaartjes.

Dus beseft Steven ten Thije dat hij een taboe aankaart. Maar een waarschuwing is nodig, vindt hij: „Bij de musea hebben wij de neiging ons blind te staren op dat bezoekerssucces. Daar schuilt het gevaar in dat wij in de musea bijdragen aan de tweedeling in de samenleving.”

Anders gezegd, de opkomst van Trump, Le Pen en Wilders moet ook musea aan het denken zetten. „In hun streven om de bezoekersinkomsten verder te verhogen, proberen musea dezelfde witte, hoogopgeleide bezoekers te verleiden om nog een keer te komen. Niet de mensen die nooit naar het musea komen. Zo ontstaat een onoverbrugbare kloof tussen de PVV-stemmer en de museumbezoeker. Dat kan de musea raken. De herinnering aan de bezuinigingen van Halbe Zijlstra moeten ons scherp houden.”

In opdracht van het Mondriaanfonds schreef Ten Thije, conservator van het Van Abbemuseum in Eindhoven, het essay Het geëmancipeerde museum. Daarin stelt hij dat ‘de spanningen tussen hoog en laag, nieuwkomer en autochtoon, rijk en arm zich stilletjes als betonrot in de fundamenten van het museum nestelen’. Ten Thije schrijft vooral over hedendaagse kunstmusea, benadrukt hij aan het begin van het gesprek in een koffietent in Amsterdam-Zuid, om de hoek van de Rietveld Academie waar hij in de raad van toezicht zit.

Kritische kunst wordt nog maar alleen bekeken door een progressieve blanke bovenlaag

Haperende emancipatiemotor

Het museum moet zich volgens hem opnieuw uitvinden nu de ‘emancipatiemotor’ die zij decennialang zijn geweest hapert. Er zijn nieuwe generaties, die zich aan het arbeidersmilieu van hun voorouders hebben kunnen ontworstelen, en die kunstliefhebbers en museumbezoekers zijn geworden. Maar er zijn ook grote groepen aan wie de verheffing voorbij is gegaan. „Het museum is een gezapig onderdeel geworden van de welvaartsstaat. Kritische kunst wordt nog maar alleen bekeken door een progressieve blanke bovenlaag. Musea moeten op lokaal niveau beter nadenken hoe ze mensen uit de eigen gemeenschap op verschillende manieren kunnen binnenkrijgen.”

Wat musea kunnen doen? Het Van Abbe deed projecten met de GGZ en in een Eindhovense achterstandswijk. „Vaak zien musea dergelijke projecten als ‘randprogrammering’. Dat is niet goed, het moet juist de kern zijn. Dan neem je mensen mee die normaal niet in musea komen.”

Dat geldt voor de boze witte man net zo goed als voor de Nederlanders ‘met een migratieachtergrond’. Dat vergt weer een heel andere benadering: „Er zullen meer mensen uit die groepen in de besturen moeten komen en we hebben conservatoren met die achtergrond nodig. Als mensen vanuit hun eigen gemeenschap worden aangesproken, zullen ze sneller naar het musea komen.”

Mensen bij elkaar durven brengen

Musea moeten durven dienen als discussieplatform. Dat leerde Ten Thije in 2008 in het Van Abbe, nog vroeg in de Zwarte Pietendiscussie. Kunstenaars Annette Krauss en Petra Bauer hadden een kunstwerk gemaakt in het kader van een project over culturele diversiteit, waarin zij vraagtekens zetten bij de kleur van Piet. Nadat media het oppikten, stak er een digitale storm op. Van Abbe organiseerde een debat tussen voor- en tegenstanders. Ten Thije: „Wij waren op alles voorbereid, maar het werd een gemoedelijke avond. Mensen luisterden naar elkaar. Als je mensen bij elkaar brengt, worden de tegenstellingen snel veel minder scherp geuit.”

Het leerde hem de les dat musea ook ontmoetingsplaats kunnen en moeten zijn. „We moeten meer bezig zijn met de kwaliteit van het museumbezoek dan met de grote aantallen. Bezoekers moeten niet alleen als consument nuttigen wat hun wordt voorgeschoteld. Ze moeten uitgedaagd worden de dialoog aan te gaan met de kunst”, zegt Ten Thije. „Geen inhoudelijke vernieuwing is armoe.”

Steven ten Thije: ‘Het geëmancipeerde museum’. In opdracht van het Mondriaan Fonds, 15 euro (gebonden), 8,99 euro (e-book). Vrijdag 9 december: discussieavond, De Unie, Rotterdam. Inl.: www.mondriaanfonds.nl