Recensie

Modernist uit Cuba

Tentoonstelling

Het werk van de Cubaan Wilfredo Lam, dat zich lang in de marge van de kunstgeschiedenis bevond, is nu te zien in Tate.

Detail uit Wilfredo Lam, The Sombre Malembo, God of the Crossroads, 1943 Foto SDO /Wilfredo Lam

‘De laatste 25 jaar is de horizon van de geschiedenis gigantisch verbreed’, schreef Jose Ortega y Gasset in 1924, bijna honderd jaar geleden. Volgens de Spaanse filosoof zou er nu snel een einde komen aan het centraal stellen van Europa, maar zouden er meerdere centra zijn, die een panorama van perspectieven opleverden, ‘ongeveer zoals op een kubistisch schilderij’.

Het kubisme is gekomen en gegaan maar een centrum is er gebleven, al is het nu misschien eerder in Amerika dan in Europa; de kunstgeschiedenis is nog steeds een westerse geschiedenis waar kunst uit andere gebieden hooguit als inspiratie mag dienen, zoals onlangs bijvoorbeeld nog te zien op de tentoonstelling Van Rodin tot Bourgeois in het Haags Gemeentemuseum.

Een ouder voorbeeld is het werk van de Cubaanse kunstenaar Wifredo Lam. Zijn meesterwerk, The Jungle uit 1943, werd wel aangekocht door het Museum of Modern Art in New York, maar hing niet in de zalen waar de moderne kunst werd gevierd als een strak verhaal dat begon bij Cézanne en uitmondde in het abstract-expressionisme en minimalisme. The Jungle hing in de gang naar de garderobe. In de marge dus.

Eindelijk een tentoonstelling

Nu is er eindelijk een grote overzichtstentoonstelling van Lams werk, niet in het MoMA, maar wel in drie grote Europese musea. Eerder was de expositie al in het Centre Pompidou in Parijs en het Reina Sofia in Madrid te zien, nu is hij aangekomen bij het laatste station, de Tate Modern in Londen. In Lams werk zijn bekende Europese kunststromingen duidelijk terug te vinden. Kubisme en surrealisme, Picasso en Matisse domineren, zoals ze dat in het werk van veel kunstenaars uit die tijd gedaan moeten hebben, al zien we dat nu niet vaak meer omdat uit het verleden maar een paar namen overblijven – Picasso wordt nog tentoongesteld, zijn epigonen niet. Op de grote gouaches van Lam staan vaak figuren met lange dunnen benen tussen staken groen die bamboe of suikerriet zouden kunnen zijn. De figuren hebben een soort halvemaansgezichten die zowel aan Miró als aan Afrikaanse maskers doen denken. Lams werk werd ook gevoed door de landschappen van Cuba en door Santeria, de Cubaanse versie van voodoo.

Wifredo Lam werd in 1902 op Cuba geboren, als zoon van een Chinese vader en een Afrikaans-Spaanse moeder. Hij had talent voor tekenen en trok in 1924 met een beurs naar Madrid. Hij vocht in de Spaanse burgeroorlog en trok in 1938 naar Parijs. De Tweede Wereldoorlog deed hem weer teruggaan naar Cuba. Na de oorlog ging hij wederom naar Europa en woonde in Parijs en Italië, met enige onderbrekingen in Cuba – hij was in 1968 betrokken bij het Congresso Cultural in Havana dat ook door Harry Mulisch werd bezocht, maar kon net zo min aarden in het Cuba van Castro als van Battista.

De vragen die het werk van Lam oproept, zijn nu interessanter dan het werk zelf.

Is het modernisme een globaal verschijnsel?

De vragen die het werk van Lam oproept, zijn nu interessanter dan het werk zelf. In hoeverre is iemands afkomst belangrijk voor zijn werk? Heb je het recht om je daar niets van aan te trekken of de plicht om die uit te dragen? Of maakt het niet uit omdat de dominante cultuur je op die afkomst toch altijd zal aankijken? Waarom gaat het in de teksten over Lam veel meer over zijn Cubaanse afkomst dan bij Picasso over zijn Spaanse? Is het modernisme een westers of een globaal verschijnsel?

Een op allerlei manieren veelzeggende anekdote is het verhaal over Lams eerste ontmoeting met Picasso in Parijs. Picasso laat hem meteen een Afrikaans masker zien en zegt dat hij daar trots op moet zijn. Lam heeft dan nog nooit een Afrikaans masker van dichtbij gezien en wordt door een vriend van Picasso een paar keer meegenomen naar het Musee de l’Homme om hem te scholen in de ‘kunst van zijn voorouders’. Op Cuba waren die maskers niet te zien geweest; ook voor Lam was er de omweg van een Spaanse schilder en een Frans museum nodig.

Dankzij Lams werk, maar ook door foto’s en teksten vertelt de tentoonstelling een verhaal over kunst en koloniale geschiedenis dat nog steeds bij het heden hoort. Werk van Lam is nu ook te zien op de tentoonstelling Postwar. Kunst zwischen Pazifik und Atlantik, 1945-1965 in München, waar op grote schaal hetzelfde wordt geprobeerd als met deze solo. Kunst bekijken vanuit verschillende perspectieven, oost en west, noord en zuid, kolonisatoren en gekoloniseerden. Het lijkt of de voorspelling van Ortega y Gasset eindelijk begint uit te komen. Lam vergeleek zijn werk zelf wel eens met een Trojaans paard. Hij wilde geen werk maken dat aan bestaande kunst slechts een exotisch tintje gaf. „Ik wilde werken als een Trojaans paard, dat hallucinerende beelden uitspuugde met de kracht om te verrassen, om de dromen van de uitbuiters te verstoren.”

    • Bianca Stigter