Laatste IS-bolwerk aan kust Libië nu in handen van milities

SIRTE

IS had met Sirte ‘de poort tot Europa’ in handen, pochte de terreurgroep graag. Libische milities hebben de stad nu met steun van het Westen heroverd.

Havenstad Sirte

Libische milities hebben de stad Sirte, het laatste bolwerk van Islamitische Staat aan de Libische kust, na zeven maanden strijd heroverd. Na urenlange gevechten slaagden ze er dinsdag in ook de laatste wijk waarin IS-strijders zich hadden verschanst, in te nemen.

De val van Sirte onderstreept de neergang van IS. In het voorjaar van 2015 had de beweging niet alleen Sirte maar een kuststrook van 250 kilometer lang en 50 kilometer breed in handen. Nergens anders was IS Europa zo dicht genaderd. Trots spraken IS-strijders van „de poort tot Europa”.

In triomf trokken manschappen, vergezeld van enkele overgebleven bewoners, dinsdag de stad in. Hun zege was echter zwaar bevochten. Sinds het offensief tegen IS in mei begon, vielen er 720 doden en 3.200 gewonden bij de Libische troepen. Over de verliezen van IS is niets bekend.

Straat voor straat moest IS worden verdreven. De Libische eenheden kregen Amerikaanse luchtsteun, terwijl Britse militairen hen op de grond enige assistentie verleenden. Het merendeel van de tachtigduizend inwoners was de stad al eerder ontvlucht.

Hoe groot de nederlaag ook is, de val van Sirte betekent niet het einde van IS in Libië. De leiders maakten zich tijdig uit de voeten en houden zich nu op in het chaotische zuiden van het land. Daar zullen ze naar verwachting proberen IS nieuw leven in te blazen.

De Libische milities die zich uiteindelijk meester maakten van Sirte, geboorteplaats van de vroegere leider kolonel Moammar Gaddafi, waren vooral afkomstig uit het westen van Libië, met name uit de stad Misrata. Ze ondersteunen, althans op papier, de door de VN en het Westen erkende wankele regering van nationale eenheid, die in maart aantrad.

Of Libië met de val van Sirte dichter bij vrede is gekomen, is echter twijfelachtig. Er dreigt nu een gewapende confrontatie tussen milities uit het westen en het oosten. De sterke man in Oost-Libië is generaal Khalifa Haftar, wiens troepen eerder dit jaar de belangrijke olievelden ten oosten van Sirte wisten in te nemen. Haftar, een oudgediende uit de tijd van Gaddafi, lijkt ook nationale ambities te koesteren.

De Duitse omroep Deutsche Welle meldde intussen uit Moskou dat generaal Haftar daar vorige week op bezoek was en er sprak met minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov. Haftar verzocht daar om wapens. In ruil daarvoor zou Moskou volgens sommige berichten een militaire basis willen hebben in het land.

Dat zou kunnen leiden tot een zelfde situatie als nu in Syrië, waarbij door het Westen gesteunde groepen tegenover groepen koment te staan die worden bijgestaan door Rusland.