‘Ik verkocht mijn Warhol om te kunnen doen wat ik zelf wil’

Inside Hollywood Filmster James Franco produceert, regisseert en acteert in tientallen projecten per jaar. Inclusief studentenfilms, als die hem boeien.

Foto Charly Triballeau / AFP

Sommige Hollywoodfiguren wachten zo lang op het perfecte filmproject dat we ze bijna vergeten. Regisseur Tom Ford liet zeven jaar verstrijken tussen zijn films A Single Man en Nocturnal Animals.

James Franco (38) is anders. Als acteur, scenarioschrijver, producent en regisseur is hij dit jaar betrokken bij drie tv-series en veertien films – van King Cobra, een grauw drama over een porno-acteur, tot komedie Why Him?, die 22 december in roulatie gaat. In 2017 staat er weer een hele reeks films en series op stapel. Intussen is hij universitair docent terwijl hij zijn tweede verhalenbundel schrijft.

Wanneer we Franco in Los Angeles ontmoeten, komt hij kalm over voor een overbezet man. Waarom zo veel projecten tegelijk? „Vroeger wilde ik altijd cool gevonden worden”, zegt hij. Als gevolg dook hij als begiftigd acteur te vaak op in matige flops, zoals de romantische komedie Camille (2008). Na een „innerlijke crisis” ging Franco Engels studeren. Daarna volgden betere films. Zie 127 Hours (2010) en Oscarwinnaar Milk (2008).

Inmiddels besteedt Franco zijn tijd en zo nodig zijn geld, aan alles wat hem enigszins boeit, inclusief het regisseren, produceren of financieren van postmoderne korte films en experimentele studentenfilms. „Ik besef nu dat ik toch niet kan bepalen hoe ik word gezien”, zegt hij. „Liever duik ik in projecten die me raken. Niet elk resultaat is sterk, dat weet ik. Risico van het vak.” Om dit vol te houden heeft hij zijn kunstcollectie – inclusief een Andy Warhol – moeten verkopen. Voor een filmster leeft hij bescheiden: „Mijn assistent rijdt me rond in een Toyota Prius.”

De vloed van projecten is eclectisch. Zijn herhaalde bijrol in Spider-Man was onopmerkelijk en soms gaat het mis: King Cobra was niet om aan te zien. Maar in de veelheid duiken juweeltjes op, zoals Howl (2010), over de Allen Ginsberg. „Je weet dat een klein verhaal over een homoseksuele, suïcidale dichter weinig los zal maken”, grijnst hij. „Maar het past beter bij me dan Spider-Man.”