Hoog? Laag? Welkom in elkaars wereld

Onderwijs Beroeps- en wetenschappelijk onderwijs zijn gescheiden werelden. En na school blijft dat zo. De Nationale DenkTank wil dit ‘klassenstelsel’ doorbreken. Een gesprek met vier deelnemers, met mbo- of universitaire achtergrond.

Politicoloog Jorien Vink (links) en Sharmaine Benkaddour, die een opleiding volgt om leraar Nederlands te worden. Foto Olivier Middendorp

Waarom worden mensen ingedeeld in hoog- en laagopgeleid, vragen ex-mbo’er Sharmaine Benkaddour (25) en mbo’er Jeroen Zaaiman (22) zich af. Alsof het een kwestie van rang of stand is. Je zou het beter kunnen hebben over ‘theoretisch’ en ‘praktisch’ geschoold. Het verschil tussen ‘hoog’ en ‘laag’ hebben de mbo’ers altijd gevoeld. Een vmbo-advies in groep 8 wordt gezien als een mislukking: „Er wordt gehuild door leerlingen die een vmbo-advies krijgen”, zegt Zaaiman.

‘Voorbereidend wetenschappelijk’ en ‘beroepsgericht’ zijn twee van de zuilen van het middelbaar onderwijs. Scholieren uit de ene groep gaan zelden met die uit de andere groep om. Zo groeien er twee levenslang „gescheiden werelden”, waar het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in 2014 een rapport over schreef. Beide categorieën komen elkaar later nog tegen op het werk, maar niet op school. Volgens het SCP zijn er gescheiden sociale netwerken van hoog- en laagopgeleiden en neemt de segregatie in wonen en onderwijs toe.

Uit dat isolement

Mede om uit dat isolement te komen heeft de Nationale DenkTank, in 2005 opgericht door universitaire studenten, dit jaar mbo’ers en hbo’ers binnengehaald. Elk jaar vormt een nieuwe lichting pas afgestudeerden en promovendi de DenkTank. Ze kiezen een thema om daarover in december advies uit te brengen. Dit jaar is dat het beroepsonderwijs.

De DenkTank wil het klassensysteem van hoog- en laagopgeleid doorbreken. De verscheidene deelnemende mbo’ers zijn geen doorsneestudenten: de ene heeft al zelf een bedrijfje, de ander, een student communicatie, overtreft haar leeftijdgenoten in het geven van presentaties voor een groot publiek. Elke student uit het beroepsonderwijs is gekoppeld aan een deelnemer van de universiteit, die ook meegaat naar het beroepsonderwijs.

Vooral voor de hoogopgeleiden was de kennismaking nieuw, blijkt uit een gesprek met twee aan elkaar gekoppelde studententeams. Het toont hoe vroeg de wegen zich al scheiden. Als vwo’er op het Canisius College in Nijmegen zag promovendus technische geneeskunde Daan de Jong (28) alleen andere vwo’ers, hoewel zijn brede school ook vmbo en havo had. Een vriend van de basisschool, die uiteindelijk naar het mbo is gegaan, kwam hij op de middelbare school ook minder tegen. Zijn voetbalteam was qua opleiding gemengd. Maar aan de universiteit wordt apart gesport in gesubsidieerde studentensportverenigingen.

Universitaire studenten van de Nationale DenkTank, telkens links op de foto, zijn gekoppeld aan mbo’ers en hbo’ers. Linkerfoto: Filosoof en bio-ethica Hannah Edelbroek (l) en Carmen Hoekstra (Global Project en Change Management). Rechterfoto: Politicoloog Jan Sluyterman en Buddy van der Stad (Teachers College).
Foto’s Olivier Middendorp

Mbo-uitblinker

Nu is De Jong als buddy gekoppeld aan Jeroen Zaaiman, die aan het Nova College in Hoofddorp een opleiding doet tot persoonlijk fitnesscoach voor mensen met een fysieke beperking. Zaaiman was dit jaar door zijn school gekandideerd voor de landelijke verkiezing van de mbo-uitblinker van het jaar. Tijdens een stage wist hij, door zelf advies bij deskundigen in te winnen, een vrouw met het hersenletsel cerebrale parese (spasticiteit) zonder rollator aan het lopen te krijgen.

Politicoloog Jorien Vink (26) is gekoppeld aan Benkaddour, die inmiddels van het mbo is doorgestroomd naar het Teachers College van Hogeschool Windesheim in Almere. Vink: „In mijn studie had ik nooit contact met studenten uit het middelbaar beroepsonderwijs. Je komt elkaar gewoonweg niet tegen.”

Benkaddour was al bekend met de wereld van hoogopgeleiden. Haar schoonzussen hebben universiteit gedaan. Zelf wil ze nu tweedegraads leraar Nederlands worden.

Linkerfoto: Economisch psychologe Michelle Smid en Iris Verzijl (MBO Ondernemerschap voor vakmanschap). Rechterfoto: Socioloog Sil Boedi Scholte en Baukje de Vries (Global Project en Change Management).
Foto’s Olivier Middendorp

Uitgesplitst naar niveau

De beroepskeuze in het voortgezet onderwijs komt te vroeg, zegt Benkaddour: „Mijn neefje van 14 moet nu al kiezen tussen werken met hout of werken met metaal. Hij weet het nog niet en dat geeft hem veel stress”. Zelf heeft ze een lange weg afgelegd naar haar huidige lerarenopleiding. Ze was onder andere bloemiste en studeerde aan drie mbo’s en twee hogescholen. Zij vindt ook dat scholieren niet zo jong al naar niveau moeten worden uitgesplitst.

Zaaiman en Benkaddour hebben moeite met achterstelling van mbo’ers. Zo ziet Zaaiman vaak stages die hij graag zou doen, maar die alleen bestemd zijn voor hbo’ers. Zaaiman ergert zich aan de televisiereclames van Promovendum, de verzekeringsmaatschappij die zich op hoogopgeleiden richt. „Ook het negatieve beeld in de media leidt tot een slecht zelfbeeld van mbo-studenten”, zegt hij.

Jorien Vink en Daan de Jong geven de voorkeur aan de termen praktisch versus theoretisch geschoold. „Als ik een idee heb voor de technische geneeskunde, kan ik het opschrijven, maar ik kan niet solderen”, zegt De Jong.

„Met de handen werken is niet minder dan denken”, voegt Zaaiman toe. Hij heeft inmiddels een eigen fitnessbedrijf en overweegt na het mbo naar het hbo te gaan. Hij ziet zichzelf een leven lang leren.

Benkaddour vond de overgang van mbo naar hogeschool nogal groot. Zo moest ze op haar nieuwe opleiding wetenschappelijke stukken leren schrijven. Die lastige overstap is een probleem dat wel meer mbo’ers tegenkomen. Daarom stelt de DenkTank meer uitwisseling tussen havo en mbo voor.

Linkerfoto: Econometrist Jeroen Brouwers en Hanna Noort (MBO Maatschappelijke dienstverlening). Rechterfoto: Daan de Jong (Technical Medicine) en Jeroen Zaaiman (Sport, Bewegen en Vrijetijdsmanagement).
Foto’s Olivier Middendorp

Hoogstaand

Niet dat Benkaddour haar hogeschool nu zo hoogstaand vindt. Zelfs bij een vak dat ze op de universiteit volgde, was het verschil niet echt groot. Maar ze had wel een serieuzere leeromgeving verwacht, zegt ze. „Ik dacht: daar wordt pas hard gewerkt. Maar vaak waren de studenten helemaal niet aan het werk.”

Op de hogeschool zijn meer buitenschoolse activiteiten dan Benkaddour in het mbo gewend was. Studieverenigingen die deze activiteiten organiseren, helpen ook bij het vormen van een netwerk dat bij de latere loopbaan van pas kan komen. In het mbo zijn zulke sociale netwerken minder ontwikkeld. Vandaar dat de DenkTank aanraadt universitaire verenigingen te laten helpen met het oprichten van verenigingen voor mbo-studenten. Zo zouden mbo’ers een studentenleven kunnen krijgen waarin meer contacten worden gelegd met de wereld buiten de school, ook die van hogeropgeleiden.