Hoe Bpost fout op fout stapelde

Mislukken overnamepoging

PostNL heeft ook het laatste overnamebod van Bpost afgewezen. Dat had heel anders kunnen lopen, maar Bpost stapelde in de overnamestrijd fout op fout.

Foto ANP

Het Belgische Bpost bood 5,75 euro per aandeel voor PostNL. Maar op de effectenbeurs maakte het bod de afgelopen weken geen indruk en beleggers hapten niet toe. De top van PostNL wees eendrachtig alle toenaderingen af. Nederlandse politici schreeuwden moord en brand.

Wat deed Bpost fout?

1. Het Belgische kamp werd twee maal in verlegenheid gebracht door uitgelekt nieuws

Bpost bleek niet in staat om de gelederen gesloten te houden. Het klinkt oorlogszuchtig, maar bij een overname moet een bedrijf één front vormen en met één mond spreken. Adviseurs, aandeelhouders en andere belanghebbenden geven alleen informatie aan de buitenwereld als dat past in de overnamestrategie. Bij Bpost ging dat twee keer fout. De eerste keer was in mei, toen Bpost en PostNL een eerste reeks gesprekken voerden. Een voormalige Belgische minister onthulde dat de Belgische staat een groot pakket aandelen in Bpost zou verkopen. Dat lek dwong Bpost er op basis van de beursregels toe de gesprekken met PostNL openbaar te maken.

Vervolgens ging het in november nogmaals fout toen een extern pr-bureau van Bpost informatie naar Het Financieele Dagblad stuurde. Opnieuw lag het nieuws op straat voordat Bpost met een nieuw bod kwam. Opnieuw liep het concern achter de feiten aan.

Lees ook de analyse over de verklaring van PostNL: Een lastig besluit, want de aandeelhouders willen wél

2. De top van Bpost koos ervoor geen stille diplomatie in Den Haag te voeren

Bpost en het Belgische kabinet verzuimden om Nederlandse Kamerleden en het kabinet achter de schermen voor hun zaak te winnen. Minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) klaagde vorige week in het openbaar dat hij drie keer contact had gehad met zijn Belgische collega, maar dat hij dat drie keer zelf had moeten organiseren. Hij begreep ook niet waarom topman Koen van Gerven van Bpost pas afgelopen zondag contact met hem had gezocht. Dat verbaasde hem des te meer omdat de overheid naast regelgever toch ook een grote klant is van PostNL.

Bpost maakte door het achterwege laten van de stille diplomatie tevens een foute inschatting van de opvattingen van een aantal woordvoerders in de Tweede Kamer. Er was namelijk een opmerkelijke omslag in hun gedachtenvorming. Niet alleen de traditioneel economisch-nationalistische partijen als de SP en de PVV keerden zich tegen het bod, maar bijvoorbeeld ook het CDA, de PvdA en de ChristenUnie.

3. Bpost wekte de indruk een trage bieder te zijn

Bpost deed biedingen met de handrem erop. Het leek er aan Nederlandse kant voortdurend op dat de Belgische voorstellen halfslachtig waren. In mei leidden de gesprekken niet tot een formeel overnamebod. Vervolgens liet Bpost weten dat zij zeker geen nieuwe overnamebod zou doen zonder de instemming van de top van PostNL. Daarmee ontnam Bpost zichzelf de kans op een vijandig bod. In die situatie doet een bedrijf een rechtstreeks bod aan de beleggers van zijn doelwit, over de hoofden van de bestuurders en commissarissen heen. Bpost had dus geen pressiemiddel. Verder reageerde PostNL korzelig op de herhaling van zetten door Bpost, zoals het opsturen van een overnamecontract dat PostNL eerder op hoofdlijnen had afgewezen, en het herhalen van een oud bod dat eerder was afgewezen.

Welke namen had het Nederlandse postbedrijf de afgelopen eeuw? Een korte tijdlijn, tekst gaat hieronder verder:

4. De Belgische overheid torpedeerde haar ‘eigen’ bod

Bpost en het Belgische kabinet bleken niet in staat of bereid om het primaire bezwaar aan Nederlandse kant weg te nemen, namelijk de invloed van de Belgische staat. Bpost is voor 51 procent in handen van de Belgische staat en dat zou na de overname van PostNL nog altijd 40 procent zijn. Hét citaat dat Bpost de das om deed was van de Belgische minister Alexander De Croo, die bij de tweede overnamepoging zei:

„Eerst en vooral worden wij met 40 procent de grootste aandeelhouder van een veel groter bedrijf. Met 40 procent is er geen enkele beslissing die kan genomen worden zonder dat de Belgische staat het daarmee eens is.”

Minister Kamp citeerde zijn Belgische ambtgenoot afgelopen week nogmaals in een Kamerdebat. De Croo zei het zelf: op de geliberaliseerde Nederlandse postmarkt, waar Nederland zelf geen rol voor de staat ziet, komt een buitenlandse overheid de lakens uitdelen. En dat bij een bedrijf met 49.000 werknemers. Politici kozen partij tegen Bpost. En zo kreeg PostNL de verdediging tegen het bod op een presenteerblaadje aangereikt. De overname door Bpost zou de ‘vergunning’ voor de universele postdienst op het spel (kunnen) zetten. Die vergunning is 876 miljoen euro omzet waard. Dus dat moeten we afwijzen. Was getekend: de unanieme raad van bestuur en raad van commissarissen van PostNL.