Buurman & Buurman vieren hun veertigste verjaardag

A je To De animatieserie Buurman en Buurman is al veertig jaar populair.

Uit het boek ‘A je To’ blijkt dat de tv-serie wortelt in de Tsjechische kluscultuur.

Regisseur Marek Benes zoekt de zaag. Foto's Robert Lagendijk, uit besproken boek

Buurman heeft een krasje op de kast gemaakt. Geen probleem, verfje eroverheen. O jee, gemorst op de vloer. Dan maar de hele vloer verven, met een theepot die op een bezem is gemonteerd. O jee, Buurman heeft zichzelf in een hoek geschilderd. Nu komt Buurman erbij. Hij snijdt een strook uit de vloerbedekking om Buurman uit de hoek te bevrijden.

De Tsjechische poppenserie Buurman & Buurman is al veertig jaar populair. De 91 afleveringen worden continu herhaald op televisie, er is een musical, een speelfilm, en nu ook een boek: A je To! Het verhaal van Buurman en Buurman.

Fotograaf en schrijver Robert Lagendijk gaat in het boek naar de Tsjechische studio waar de reeks wordt gemaakt – een rommelig kantoor in een dorp nabij Praag. Een droom voor grote kinderen, die studio, waar je lang na je achttiende verjaardag nog mag knutselen en met poppen mag spelen.

Buurman & Buurman (ze heten eigenlijk Pat en Mat) is stop-motion-animatie. De animator Jan Smrcka legt alles beeldje voor beeldje vast met een fotocamera (een Nikon d300s uit 2009), waarbij hij steeds alles een klein beetje verandert. Vooral de actiescènes zijn moeilijk, als er van alles door de lucht vliegt. De rondvliegende voorwerpen worden stil aan visdraadjes opgehangen en per foto een paar milimeter verplaatst. Veel werk: iedere aflevering van pakweg 10 minuten bevat 11.500 beeldjes.

Twee gekookte eitjes

Waarom is de reeks zo populair? Door de klassieke slapstick, de prachtige gadgets die de buren bouwen, en door de opgeruimde karakters van de twee. Steeds weer beginnen de doe-het-zelvers vol goede moed aan een klus, die dan al snel gierend uit de hand loopt. En als ze de chaos hebben bezworen, en het toch is gelukt, stort het toch allemaal weer in. De opgewekte klussers zullen echter nooit opgeven. Verder bedenken ze tussen alle blunders door ook altijd innovatieve oplossingen.

De allereerste Buurman & Buurman uit 1976. In deze korte bioscoopfilm, genaamd Kutáci (Klussers), hebben de buurmannen nog geen mutsjes of namen:

Buurman en Buurman begonnen als twee eieren op de ontbijttafel van Lubomír Benes, die werkte bij een Tsjechische tekenfilmstudio. Hij zette één ei rechtop en één ei omgekeerd en tekende er gezichtjes op. Niet veel later raakte hij bevriend met de striptekenaar Vladimir Jiránek, die hij vroeg om de mannetjes te ontwerpen. Ze maakten in 1976 eerst een korte bioscoopfilm over de twee. Vanaf 1979 werd het een tv-serie.

Benes deed al het werk: decors en poppen bouwen, de animatie, regisseren – terwijl de bohémien Jiránek in een naburige boomgaard lag met een krant wijn en wat vrienden. Toch bleef Benes loyaal aan zijn vriend omdat hij hem nodig had voor het bedenken van de verhalen. Na de dood van Benes in 1995 werd de serie voortgezet door zijn zoon Marek.

Het Rode Schisma

Communistisch Tsjechoslowakije was een goede voedingsbodem voor animatiefilms. Geld noch kijkcijfers speelden een rol en er waren genoeg creatieve krachten om het arbeidsintensieve werk te doen. Animatiefilms werden door het regime als relatief onschuldig gezien.

Toch kwamen Buurman en Buurman in het begin al in botsing met de censor. De buren droegen een rode- en een gele trui. De censor zag hierin een verwijzing naar het Rode Schisma van 1956-1961 – toen China en de Sovjet-Unie uit elkaar gingen. De rode trui werd daarom grijs gemaakt. Pas na de val van het regime in 1989 kreeg Buurman zijn rode trui terug.

De nieuwste reeks uit 2015 is uitgebracht als de bioscoopfilm ‘Buurman & Buurman: Al 40 jaar Beste Vrienden’:

Bijzonder aan de films is dat ze nog steeds de sfeer van communistisch Tsjechoslowakije hebben. Dankzij de eenheidsideologie zagen alle Tsjechische huiskamers er in de jaren zeventig uit als die van Pat en Mat, en kleedden alle Tsjechische mannen zich als Pat en Mat. De mannetjes en hun huizen ogen nu tijdloos, archetypisch – losstaand van de moderne wereld.

Iedereen klusser

Buurman en Buurman sluiten ook volmaakt aan bij de klusserscultuur in het Oostblok. Zelfs de wonderlijke machines die ze bouwen – als een ventilator met messen als mixer - vinden daar hun oorsprong. Schaarste in consumentengoederen en inferieure techniek waren de norm, dus moest de arbeider zelf vindingrijk improviseren.

Dat die doe-het-zelfcultuur nog steeds bestaat, ervaart Lagendijk als hij het dorp Hostivice bezoekt, waar de studio staat. In het boek staan foto’s waarop je kunt zien waar Buurman en Buurman hun inspiratie vandaan halen: „Het geluid van krekels en honden wordt regelmatig overstemd door het geluid van hamers en het snerpende geluid van boor- en zaagmachines. Hier wordt geklust.”

A je to! Het verhaal van Buurman en Buurman door Robert Lagendijk. Uitgeverij Rubinstein, € 19,95