Recht & Onrecht

Een advocaat bij het verhoor is er kennelijk voor de goede sfeer

Eindelijk is geregeld dat een verdachte recht heeft op een advocaat tijdens het politieverhoor. Maar diens rol is zo beperkt dat van adequate rechtsbijstand nog steeds geen sprake is, schrijft Britta Böhler in de Togacolumn.

Het recht van een verdachte zich tijdens het politieverhoor bij te laten staan door een advocaat is in Nederland al jaren onderwerp van discussie. Ondanks talloze veroordelingen door het Straatsburgse Hof bleef Nederland in gebreke en werd dit recht niet wettelijk vastgelegd. Ook na de EU-richtlijn van november 2013 die de lidstaten verplicht de bijstand van een advocaat in de wet te verankeren, heeft het nog meer dan twee jaar geduurd totdat de Nederlandse regering in februari van dit jaar – eindelijk – het betreffende wetsvoorstel heeft ingediend dat kort geleden werd goedgekeurd door de Eerste Kamer.

In een eerdere column heb ik betoogd dat dit wetsvoorstel niet meer is dan een wassen neus omdat de vergoeding van de advocaat onder de maat is. Daaraan is tot nu toe niets veranderd.

Maar de gebrekkige vergoeding is niet het enige probleem. Een ander geschilpunt is de vraag wat die advocaat wel of niet mag doen tijdens het verhoor. Het wetsvoorstel van de regering legt helaas slechts  ‘minimumregels’ vast en laat het vooralsnog aan het openbaar ministerie om de rol van de advocaat nader in te vullen.

Gelieve vooral uw mond te houden

In de Beleidsbrief van maart 2016 heeft het openbaar ministerie dat ook gedaan, en wat blijkt? Tijdens het verhoor dient de advocaat vooral zijn (of haar) mond te houden, een actieve rechtsbijstand is niet geoorloofd.  Want “de raadsman is (…) alleen voor aanvang van het verhoor en na afloop daarvan bevoegd om opmerkingen te maken of vragen te stellen”, aldus de Beleidsbrief. Gedurende het verhoor mag de advocaat “de verhorende ambtenaar alleen erop opmerkzaam maken dat de verdachte een vraag niet begrijpt of er ongeoorloofde druk wordt uitgeoefend.” Het is dus evident dat de regels van het OM de advocaat beletten de cliënt actief te ondersteunen tijdens het verhoor.

Op vragen hierover tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel in de Senaat heeft de minister van justitie uitgelegd dat het “dat in situaties waarin de sfeer goed is en waarin de raadsman zich constructief opstelt, vervolgens veel meer mogelijk is (…). Als een raadsman zich zodanig gedraagt dat je als rechercheur moet wijzen op de minimumregels, gelden de minimumregels.”

Advocaat is afhankelijk van de politie

Met andere woorden, de advocaat is afhankelijk van de goodwill van de politie om zijn werk te mogen doen. Dit is een fundamentele miskenning van de rol van de advocaat in de rechtsstaat.

Wie dus dacht dat Nederland met de nieuwe wet eindelijk voldoet aan de verplichtingen de rechtsbijstand tijdens het politieverhoor naar behoren te regelen, komt bedrogen uit. De Nederlandse wetgeving voldoet noch aan de Europese richtlijn noch aan de jurisprudentie van het Hof voor de Rechten van de Mens.

De instemming van de Senaat met het wetsvoorstel betekent evenwel niet dat de discussie omtrent de rol van de advocaat definitief is beslecht. Op dit moment ligt het Besluit Inrichting en Orde Politieverhoor voor advies bij de Raad van State. Dit Besluit geeft weliswaar niet meer bevoegdheden aan de advocaat dan de beleidsbrief van het OM, maar wellicht komt daar nog verandering in. Er is dus nog hoop dat Nederland de rechtsbijstand tijdens het politeverhoor adequaat zal waarborgen, zoals het een rechtsstaat betaamt.

 

De Togacolumn verschijnt wekelijks en wordt afwisselend geschreven door een rechter, een officier en een advocaat.

Blogger

Britta Böhler

Britta Böhler studeerde rechten in Freiburg, waar ze ook promoveerde. Ze werkte aanvankelijk als advocaat in Duitsland en sinds begin jaren 90 in Nederland. Eerst bij Loeff Claeys Verbeke en daarna zelfstandig bij Böhler Advocaten. Ze was tot 2011 senator voor Groen Links. Ze schreef diverse boeken, waaronder 'Crisis in de rechtsstaat' en 'De Beslissing'. Britta Böhler is bijzonder hoogleraar advocatuur aan de Universiteit van Amsterdam.