De man achter beroemdste oorlogsfoto’s is honderd jaar

Vandaag is John G. Morris, die een grote stempel heeft gedrukt op de geschiedenis van de fotografie, honderd jaar geworden. Hij was de eerste directeur van het beroemde fotoagentschap Magnum Photos en iemand die zich zijn leven lang heeft ingezet voor geëngageerde nieuwsfotografie.

Foto van jonge verplegers in Vouilly, Normandië, augustus 1944. John G. Morris (Contact Press Images)

Morris, geboren op 7 december 1916 in New Jersey, studeerde politieke wetenschappen in Chicago en ontwikkelde op jonge leeftijd al interesse voor nieuws en fotografie. In 1944, toen hij in dienst was van het weekblad Life, was hij vanuit Engeland verantwoordelijk voor de foto’s die oorlogsfotograaf Robert Capa maakte van de bloedige D-Day-landing op Omaha Beach. Een historische gebeurtenis aangezien van deze beroemde foto’s – Capa had 4 rolletjes volgeschoten – slechts elf werden behouden. De afgelopen zeventig jaar zei Morris hierover dat de negatieven van deze foto’s destijds per ongeluk waren aangetast aangezien de technicus van het lab de temperatuur tijdens het drogen van de filmrolletjes te hoog zou hebben gezet. Uit recent onderzoek blijkt dat Capa destijds maar een paar beelden had gemaakt omdat hij vermoedelijk in shock was door het oorlogsgeweld tijdens de landing.

Eind 1952 werd Morris gevraagd om als directeur van het Magnum fotoagentschap, dat in 1947 werd opgericht, aan te treden. In een interview met NRC Handelsblad, vier jaar geleden, vertelde hij hierover: „Bob (Robert Capa) bood me een jaarsalaris aan van 13.000 dollar, meer kon hij niet bieden. Magnum had geen geld, daarom werd ik juist ingehuurd. Ik moest er zelf voor zorgen dat ik dat jaarsalaris bij elkaar zou verdienen.”

Vietnam

In de jaren ’60 vervolgde Morris zijn carrière bij The Washington Post en in 1967 werd hij chef fotografie bij The New York Times. In 1968 was hij verantwoordelijk voor het plaatsen van de beroemde Vietnamfoto van Eddie Adams op de voorpagina van de krant. Op deze foto is zichtbaar hoe het hoofd van de Zuid-Vietnamese politie een Vietcong-gevangene een kogel door het hoofd schiet. „Ik wilde het Amerikaanse publiek wakker schudden en de wreedheid van de oorlog in Vietnam laten zien. Adams kreeg een Pulitzer-prijs voor die foto. Maar de plaatsing betekende het einde van onze vriendschap. Adams had begrip voor de politiechef omdat zijn slachtoffer zelf burgers had vermoord. Hij vond dat de foto te eenzijdig het verhaal over de oorlog vertelde.”

Get the Picture

Na zijn carrière bij de NYT bleef Morris, die sinds 1983 in Parijs woont, nauwe contacten onderhouden met vele fotografen en publiceerde hij in 1998 zijn autobiografie Get the Picture. Vanwege zijn uitzonderlijke levensloop, besloot de Ierse documentairemaker Cathy Pearson in 2009 hierover een film te maken. In 2012 woonde Morris in Londen de première bij van de gelijknamige film. De documentaire gaat uitvoerig in op zijn leven maar ook is te zien hoe Morris rondwandelt door Parijs met zijn vriendin, de inmiddels 91-jarige Pat Trocmé. In hetzelfde interview met NRC Handelsblad zei over die relatie: „We’re having a ball. Elke dag moeten we wel ergens hard om lachen. Van tevoren waren we nogal zenuwachtig over die film. Met name over onze zoenscène. Ziet het er gek uit?”

Hij vertelde toen ook dat hij daarvoor een ongewoon liefdesleven heeft geleid. „Er zijn wel mannen die drie keer in hun leven trouwen, maar niet zoveel mannen die ook drie keer weduwnaar worden. Ik heb met ieder van mijn vrouwen twintig goede jaren gehad.”

Trump

Get the Picture laat ook zien dat Morris, ondanks zijn hoge leeftijd, altijd politiek betrokken is gebleven. Nog steeds is hij de vertegenwoordiger van ‘Democrats Abroad’ [Amerikaanse Democratische kiezers] in Frankrijk. Hij is een fervent aanhanger van president Obama en drukte zijn mede-democraten begin november nog op het hart om voor Hillary Clinton te gaan stemmen. Op 6 november stuurde hij het volgende bericht rond. ,,Vandaag maak ik me vreselijk zorgen om ons land. Over twee dagen zou het wel eens in de verkeerde handen kunnen vallen. Ik hoef jullie niet te vertellen wiens handen dat zijn.”

Toen twee dagen later bleek dat Donald Trump inderdaad de verkiezingen had gewonnen, schreef hij de daarop volgende dag: ,,Dit is vreselijk, maar ik overleef het.”
Dat blijkt. Vandaag is John Morris honderd geworden. Hij had deze dag willen vieren in zijn appartement in Parijs maar ligt, na een operatie, op dit moment in het ziekenhuis. Er waren al plannen om aanstaande zondag zijn verjaardag groots te vieren met familie, vrienden en kennissen uit de fotografiewereld. Dat plan gaat, aldus zijn kleindochter Talia Moskowitz, nog steeds door. ,,We maken een Skype-verbinding zodat John er vanuit het ziekenhuis bij kan zijn.”

In 2012 verheugde Morris zich al op 100ste verjaardag. Vooral omdat hij kort daarna voor het eerst zelf exposeerde als fotograaf op onder meer het fotofestival in Perpignan met beelden die hij maakte tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ook koesterde hij toen al de hoop om zijn boek nog te kunnen afronden. Dat boek, getiteld My Century, waarvoor Morris nog een uitgever zoekt, is nu bijna af. Op de vraag hoe hij terugkijkt op de twintigste eeuw, stelt hij: „Het was vreselijk. Miljoenen levens zijn verspild. En ik vind het pijnlijk om nog steeds mensen te zien opgroeien die niets hebben geleerd. Toch koester ik de hoop dat we het in de eenentwintigste eeuw beter gaan doen. Ik ben nog altijd optimistisch.”

Meer over My Century op www.mycenturyjgm.net