Alle onderzochte huizen in Groningen moeten versterkt

Gasbevingen

Het is „een immense opgave”: 1.450 Groningse woningen moeten worden versterkt. En dat lijkt nog maar het begin te zijn.

Hans Alders, Nationaal Coordinator Groningen, tijdens een persconferentie over woningversterking in het door aardbevingen getroffen gebied. Siese Veenstra / ANP

Alle tot nu toe 1.450 geïnspecteerde panden in het hart van het Groningse gasbevingsgebied moeten worden versterkt. Dat heeft Nationaal Coördinator Groningen Hans Alders woensdag op een persconferentie laten weten. Hij sprak van „een ingrijpende conclusie” en „een immense opgave”, maar „acuut onveilig” zijn de bewoners niet.

De Nationaal Coördinator Groningen baseert zich op een eerste inspectie van 1.100 huizen en 350 andere gebouwen zoals brandweerkazernes, politiebureaus, gemeente- en verzorgingshuizen. De panden staan verspreid in vijf dorpen in het Groningse Hogeland: Loppersum, ’t Zandt, Appingedam, Overschild en Ten Post.

Houten vloeren moeten worden verstijfd, funderingen aangepast, en verbindingsconstructies tussen muren en plafonds verbeterd. Dan voldoen de panden aan de landelijke veiligheidsnorm. Dat betekent niet dat een huis bij een zware aardbeving blijft staan. Het betekent bij een klap van 5 op de schaal van Richter dat Groningers veilig hun huis uit kunnen vluchten voordat de constructie instort.

Wat de conclusie voor gevolgen heeft voor alle 22.000 panden in hartje bevingsgebied, zegt Nationaal Coördinator Alders nog niet te weten. „Volgend jaar inspecteren we weer 5.000 huizen.” Evenmin waagt hij zich aan een uitspraak over de kosten. Afgaand op de aard van de versterkingen gaat het om honderden miljoenen euro’s. Die komen voor rekening van de Nederlandse Aardolie Maatschappij, de exploitant van het Groningse gasveld, en indirect de staatskas.

Dilemma’s

Binnen drie maanden krijgen de eerste eigenaren een „versterkingsplan” voorgelegd. Daarin staat wat er precies met het pand moet gebeuren, ook op basis van de ligging in het bevingsgebied en de exacte bodemsamenstelling. Over die maatregelen gaan we intensief met elke eigenaar in gesprek, belooft Alders. „Je hebt het niet over een stapel stenen, maar over een huis en mensen.”

Maar wat gebeurt er als de maatregelen meer kosten dan het huis waard is? Worden eigenaren dan alsnog uitgekocht of wordt er gesloopt en nieuw gebouwd? En wat als een eigenaar zijn huis niet wil versterken? Alders verwacht dat zulke dilemma’s en afwegingen in gesprekken met de huizenbezitters aan de orde komen. Maar hij zegt er ook bij dat iemand die in een rijtjeshuis woont „minder beslissingsvrijheid” heeft dan een eigenaar van een vrijstaande boerderij.