Advies wetswijziging: kind moet 4 ouders kunnen hebben

Uit een rapport blijkt dat op het gebied van ouderschap veel veranderd is. De wet moet daarom aangepast worden.

Aleid Wolfsen, voorzitter van de Staatscommissie Herijking ouderschap, overhandigt zijn eindrapport aan minister Ard van der Steur. Foto Bart Maat / ANP

In Nederland moeten vier ouders de macht over een kind kunnen krijgen. Dat schrijft de Staatscommissie Herijking ouderschap woensdag in een advies aan minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD).

In het rapport “Kind en ouders in de 21ste eeuw” valt te lezen dat niet ieder kind één vader en één moeder heeft. In de huidige wetgeving is het zo dat een kind maximaal twee wettelijk erkende ouders mag hebben.

Echter, de afgelopen jaren is er volgens de commissie veel veranderd op dat gebied: “eenoudergezinnen, samengestelde gezinnen (fusiegezinnen), gezinnen van ouders van gelijk geslacht (regenbooggezinnen), meergeneratiegezinnen en meerdere personen die met elkaar een of meer kinderen verzorgen en opvoeden.”

Momenteel is het dus zo dat bij een constructie met drie ouders er juridisch altijd één niet meetelt. Zo staat die ene ouder niet op de geboorteakte en is niet beslissingsbevoegd als het kind in het ziekenhuis komt te liggen. Ook is het erfrecht voor die ene ouder niet automatisch geregeld. Kortom: De wet loopt achter en moet daarom aangepast worden.

Deelouderschap

Dat een kind meerdere ouders kan hebben en dat de huidige wetgeving op dat gebied achterloopt bij gezinnen die het anders doen, blijkt uit het verhaal van NRC-medewerker Jessica van Geel. Zij schetste eerder al verschillende situaties waarbij deelouderschap een rol speelt:

“Stel, je bent een heterovrouw van halverwege de dertig. Met kinderwens. Je hebt geen partner, maar bent wel bevriend met een homostel. Of stel, je bent homo, je wilt kinderen, je hebt geen vriend, maar je kent wel een lesbisch koppel. Dan kun je overwegen om met z’n drieën kinderen proberen te krijgen. Of met z’n vieren, bijvoorbeeld als homostel met twee lesbiennes. Het kan. En het gebeurt steeds meer. Deelouderschap heet dat dan.”

Draagmoederschap

Verder stelt de commissie dat er ook regels moeten komen wat betreft het draagmoederschap. Dit moet de positie van het kind, de draagmoeder en de wensouders vastleggen.

Uit het rapport blijkt dat in veel landen de positie van de draagmoeder onvoldoende beschermd is. Zo is het onderscheid tussen draagmoederschap en kinderkoop niet altijd helder en dreigt het gevaar in kinderhandel. Met goede regels moet het traject van draagmoederschap zorgvuldiger gaan verlopen, aldus de commissie.