Voorwaardelijke celstraf geëist om bedreiging Pechtold

In 2015 werd de D66-leider via Facebook bedreigd door een man uit Groningen. Dinsdag diende het hoger beroep in de zaak.

Alexander Pechtold dinsdagochtend bij aankomst bij het gerechtshof in Leeuwarden. Foto: Jeroen Jumelet / ANP

“Ik trek vandaag een grens. Hoe oneens je het ook met me bent, doodsbedreigingen zijn niet normaal.” Dat zei D66-leider Alexander Pechtold dinsdag voor het gerechtshof in Leeuwarden, waar het hoger beroep diende om een doodsbedreiging aan zijn adres. De advocaat-generaal eiste één maand voorwaardelijke celstraf en een geldboete van 1500 euro, waarvan 750 euro voorwaardelijk, tegen de 51-jarige verdachte.

In september 2015 werd Pechtold via Facebook bedreigd door een man uit het Groningse Woldendorp. De man schreef op Facebookpagina ‘PVV op 1’: “Pechthold, je moet n kopschot hebben”. Hij had hier een afbeelding van een vuurwapen aan toegevoegd.

De man werd begin dit jaar vrijgesproken, omdat er volgens de rechter geen redelijke vrees bestond dat hij Pechtold daadwerkelijk iets aan zou doen. De verdachte beweerde dat hij niet meer wist waarom hij het bericht had geplaatst en dat hij nooit iets met Pechtold te maken had gehad. Het Openbaar Ministerie ging tegen de uitspraak in beroep.

Verklaring Pechtold

De verdachte bood dinsdag zijn excuses aan, maar Pechtold verklaarde tegenover het gerechtshof dat hij niet wil dat de man wegkomt met de bedreiging, citeert ANP de politicus:

“Er zijn mij net iets te veel incidenten geweest de laatste jaren. Ik zeg vaak tegen mezelf: blaffen is niet bijten. Maar tegelijkertijd weet ik: ik kan er niet vanuit gaan dat een bedreiger het heus niet echt zal doen. Het enige dat ik kon vaststellen was dat de bedreiging niet in een opwelling geuit is.”

Volgens Pechtold zijn zijn kinderen de belangrijkste reden voor juridische stappen tegen de bedreiging:

“Zij hebben nu een leeftijd waarop ze mij aanspreken op wat er rondom hun vader gebeurt, op wat zij zelf allemaal voorbij zien komen en hoe eng ze dat soms vinden.”

Het hof doet, naar verwachting, uitspraak op 20 december.