Veel aanmeldingen bij PVV voor gemeenteraad

Voor de PVV in de Gemeenteraad

Provinciale PVV’ers moeten kandidaten selecteren voor de gemeenteraad. Een risico, zeggen ze. „Iemand die extreem-rechts is, valt af.”

Een gelaarsde Dion Graus (PVV) in de Tweede Kamer vorige week tijdens het debat over wijziging van de Meststoffenwet en invoering van fosfaatrechten. Foto Bart Maat / ANP

Tientallen mailtjes. Van Friesland tot Zeeland. Van Limburg tot aan de landelijke PVV-fractie in Den Haag. „De aanmeldingen strómen binnen”, zegt PVV-fractieleider Max Aardema van de Provinciale Statenfractie in Friesland. Allemaal mensen die „het land willen terugveroveren” en een einde willen maken aan „het weggeven van Nederland”.

Met die woorden riep PVV-partijleider Geert Wilders afgelopen weekend mensen op om zich kandidaat te stellen als gemeenteraadslid voor de PVV. In 2018 wil de partij voor het eerst landelijk meedoen aan de gemeenteraadsverkiezingen. Opmerkelijk, want dat heeft Wilders juist altijd tegengehouden.

Alleen in Den Haag en Almere zit de PVV in de gemeenteraad. Tot onvrede van verschillende fractievoorzitters in de Provinciale Staten, waar de PVV wél meebestuurt. Een aantal van hen wilde bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen (in 2014) al een lokale PVV. Peter van Dijk, fractieleider in Zeeland en senator: „Ik was één van die fractieleiders die de PVV toen al wilde uitbreiden. Maar voor Wilders was dat te vroeg.”

De angst van Wilders

Sinds de oprichting van de PVV, in 2006, heeft Wilders altijd één grote angst gehad: onbeheersbare ruzies in de partij en gekonkel over de partij-ideologie. In het boekje ‘Kies voor Vrijheid’, dat Wilders schreef na zijn afsplitsing van de VVD, refereert hij aan de Lijst Pim Fortuyn (LPF). Deze partij ging na de moord op Fortuyn ten onder aan interne ruzies tussen onervaren fractieleden en bewindspersonen. „Het is”, schrijft Wilders daarover, „ontzettend belangrijk om alle fouten van de LPF te voorkomen. Los van het gedachtegoed van Fortuyn en los van de kwaliteiten van sommige individuen, hebben ze er weinig fraais van gemaakt en de boel met veel interne ruzies verkwanseld. Dus besteden wij veel aandacht en zorg aan de selectie van kandidaten.”

Op die angst zijn veel keuzes van Wilders terug te voeren. Zo is de PVV een partij zonder leden. Wilders wil geen partijcongressen of ledenbijeenkomsten. Dat de PVV nu landelijk naar de gemeenteraad gaat, betekent dat Wilders zijn eigen angst trotseert. Sterker nog: hij legt de macht om kandidaten te selecteren in handen van de Statenfracties. Hoeveel aanmeldingen er precies zijn, wil de PVV niet zeggen. Statenfracties spreken over „tientallen” mailtjes en brieven die per provincie binnen zijn gekomen. „Een heel bemoedigend aantal”, zegt PVV-fractievoorzitter Aardema. Wilders wil zelf niet meewerken aan dit artikel.

Buitenspel staan heeft voor Wilders ook zo zijn voordelen, onze analyse van het verkiezingsprogramma van de PVV.

Screening

Kandidaat-gemeenteraadsleden voor de PVV moeten een stevige procedure doorstaan, vertellen Statenleden. De fractieleiders in de Provinciale Staten gaan in gesprek met zo veel mogelijk kandidaten en maken de eerste schifting. Daarna worden kandidaat-gemeenteraadsleden in speciale klasjes bijgespijkerd. Onderwerpen: lokale politiek, landelijke politiek, politieke geschiedenis, staatsrecht en mediatraining.

Niemand komt op de lijst zonder screening door de partij. Denk aan een onderzoek op internet, uit te voeren door de Statenleden zelf. PVV-fractieleider Aardema: „Het is voor elke partij belangrijk de nieuwe leden goed te kennen, maar wij willen zoveel mogelijk weten over hun achtergrond.” Van Dijk: „Het zou dom zijn om niet te screenen. Als ik er bijvoorbeeld één tegenkom met zeer extreem-rechtse ideeën, valt hij direct af. We zijn geen inlichtingendienst, maar we moeten wel weten met wie we in zee gaan. Bovendien – ik denk ook over genoeg mensenkennis te beschikken om de rotte appels eruit te pikken in persoonlijke gesprekken.”

Lokale incidenten

Het is voor de PVV nooit eenvoudig geweest voldoende goede politici te vinden. In het verleden ging het ook nogal eens mis met nieuwelingen. In 2011 deed de PVV voor het eerst landelijk mee aan de Provinciale Statenverkiezing: de partij haalde 69 zetels. Meer dan de helft van alle Statenleden (38) zat de termijn niet uit: niet zelden was interne onenigheid de oorzaak van een breuk. In 2014 waren zeven Statenleden zo boos over Wilders’ ‘minder, minder’-uitspraken dat zij opstapten.

In de Statenfractie van Limburg was het helemaal foute boel. Voormalig fractievoorzitter Michael Heemels, ook Wilders’ (nu ex-)persvoorlichter, stal vanaf 2011 ongeveer 175.000 euro uit de partijkas. Heemels bleek alcohol- en drugsverslaafd en hij werd uit de partij gezet. Het verhaal kwam uit – met flinke pr-schade voor Wilders.

Er is de PVV veel aan gelegen dit soort incidenten te voorkomen. Wilders kiest er daarom voor al anderhalf jaar voor de gemeenteraadsverkiezingen een oproep te doen voor nieuwe kandidaten. Voldoende tijd ze te testen en te leren kennen. Ander voordeel: Wilders vergroot met de introductie van PVV-raadsleden zijn kweekvijver voor politiek talent. Andersom kan dat ook werken: wanneer de PVV op meerdere vlakken actief is, dan kunnen gemakkelijker verschuivingen in politieke functies plaatsvinden. Dan is een PVV’er wellicht niet meer landelijk actief, maar kan hij nog wel op een andere manier verzekerd zijn van inkomen. De Zeeuwse PVV-fractievoorzitter Van Dijk zegt dat de Statenfracties voor een „kolossale taak” staan: „En ach, er zal een keer iemand uit de bocht vliegen, maar dat gebeurt bij elke partij. Deze stap laat zien dat de PVV volwassen wordt.”