Recht & Onrecht

Van niet stemmen krijg je meer spijt dan van wel stemmen

Thuisblijven of naar de stembus gaan? Er zijn drie wetenschappelijk onderbouwde redenen om komend voorjaar die moeite wel te nemen en te gaan stemmen, schrijft Gert Jan Lelieveld in de Gedragscolumn.

Vorige week bleek dat Rotterdammers niet echt warmliepen om te gaan stemmen voor het woonreferendum. Slechts 16,9 procent van de stemgerechtigde Rotterdammers had zijn stem uitgebracht.  De opkomst bleef fors achter om de benodigde 30 procent te halen. Komend voorjaar (maart, 2017) vinden de volgende Tweede Kamerverkiezingen plaats en het is natuurlijk erg belangrijk dat de opkomst veel hoger is dan bij de verkiezingen in Rotterdam van vorige week. Als je nog wat extra aanmoedigingen kunt gebruiken, volgen hier drie redenen waarom je moet gaan stemmen komend voorjaar, met dank aan de sociale wetenschappen:

1 Stemmen is rationeel gedrag

Stemmen kost veel inspanning. Het kost veel tijd en energie. Bovendien is de kans dat jouw individuele stem het verschil maakt erg klein. Als je als doel hebt een zo efficiënt mogelijke keuze te maken, is het misschien slim om thuis te blijven om te genieten van je koffie in de ochtend. Toch is er een aantal redenen waarom stemmen als rationeel gedrag zou kunnen worden gezien. Eén van die redenen heeft betrekking tot de consequenties van de verkiezingen. Jouw individuele stem heeft een hele, hele kleine kans om de beslissende stem te zijn, maar de uitkomst van de verkiezingen kunnen belangrijke consequenties hebben voor heel, heel veel mensen. Om de verwachte waarde te berekenen van jouw individuele stem, moet je de kleine kans meenemen dat jouw stem beslissend is, maar ook de grote consequenties van de verkiezingen voor andere mensen. Dit maakt stemmen wellicht belangrijker dan die koffie in de ochtend.

2 Je bent moreel verantwoordelijk voor de uitkomsten van de verkiezingen

Onderzoek laat zien dat om te bepalen of we moreel verantwoordelijk zijn voor een bepaalde uitkomst, we niet alleen kijken naar de vraag of onze stem “het verschil” maakt. Neem het volgende voorbeeld. Acht studenten concurreren met elkaar in een race: vier in Team Speedy en vier in Team Slow. Op de dag van de race presteren de leden van Team Slow ongebruikelijk slecht en gaat Team Speedy er met de prijs mee vandoor. In dit geval, zal elk individueel lid van Team Slow hierop aangekeken worden en kijken we niet naar “het verschil” dat de acties van een individueel in de groep maakte. We houden de groep als geheel verantwoordelijk. Op dezelfde wijze houden we stemmers en niet-stemmers verantwoordelijk voor de uitkomsten van de verkiezingen, hoewel de individuele stem niet bepalend zou zijn geweest. Dat betekent dat alle stemgerechtigden verantwoordelijk zouden kunnen worden gehouden voor de uitkomsten van de verkiezingen.

3 Je zult spijt hebben van niet gestemd te hebben

Psychologisch onderzoek laat zien dat op korte termijn mensen meer spijt hebben van dingen die ze gedaan hebben dan van dingen die ze niet gedaan hebben. Maar op de lange termijn is dit precies andersom. Op de lange termijn hebben we juist meer spijt van dingen die we niet gedaan hebben. Bovendien voelen we meer spijt van ervaringen die we missen dan van producten die we missen (wanneer je bijvoorbeeld een product niet hebt gekocht). Dus niet naar het stemloket gaan – een ervaring die je gemist hebt – zal op de lange termijn veel spijt tot gevolg kunnen hebben.

Kortom, het is dus belangrijk dat je komend voorjaar je huiswerk doet en gaat stemmen. Je zult er wellicht spijt van gaan krijgen als je het niet doet. (Bekijk deze ‘Ted-talk over ‘the science of regret’, door Marcel Zeelenberg)

Gert-Jan Lelieveld is universitair docent bij de sectie Sociale en Organisatiepsychologie aan de Universiteit Leiden. De gedragscolumn verschijnt wekelijks en wordt geschreven door sociale wetenschappers.