Commentaar

Tijd voor Indië-onderzoek

nrcvindt

Het besluit van het kabinet-Rutte om een breed onderzoek in te stellen naar de dekolonisatie van Nederlands-Indië komt geen moment te vroeg. Vier jaar lang heeft Den Haag een onderzoeksaanvraag van drie gerenommeerde Nederlandse historische instellingen weten te traineren. Maar nu kan het opeens wel, als gevolg van „maatschappelijke ontwikkelingen, studies en nieuwe ontwikkelingen” van de afgelopen jaren. Dat is een beetje dun. Natuurlijk, recent is er opnieuw aandacht voor moordpartijen zoals in het Javaanse dorp Rawagede werden aangericht door Nederlandse militairen. En eerder dit jaar verscheen de studie De brandende kampongs van generaal Spoor waarin Rémy Limpach concludeert dat het niet ging om excessen, maar om structureel zwaar geweld.

Maar het was natuurlijk al enige decennia duidelijk dat het optreden van Nederlandse militaire tijdens de Indonesische dekolonisatieoorlog vaak onnodig en extreem gewelddadig was. Nederland bleef vasthouden aan de fictie dat het ging om uitzonderingen. Oftewel „ excessen”, zoals eind jaren zestig bedacht door het Kabinet-De Jong dat de eer toekomt als eerste een (haastig) bronnenonderzoek te hebben laten uitvoeren. Dit resulteerde in de Excessennota, een taaie opsomming van een reeks verschrikkingen. Die schokten de samenleving destijds, maar ze waren geen aanleiding voor het kabinet en een meerderheid van de Tweede Kamer om de onderste steen boven te krijgen. Ook niet toen in 1970 Ontsporing van geweld verscheen van de socioloog J.J.A. van Doorn en W.J. Hendrix, beiden oud-strijders, waarin precies was gedocumenteerd hoe er was huisgehouden in de voormalige kolonie.

Onderzoek was, zoveel is duidelijk, al die tijd niet opportuun, met het oog op de veteranen, hun families en nabestaanden. Ook nu meldt het persbericht van het kabinet dat „dergelijk vervolgonderzoek pijn kan veroorzaken bij de groep Indië-veteranen”. Dat is een relevante overweging. Het valt alleen te betreuren dat die zolang het doen van onderzoek in de weg heeft gestaan.

Dat komt er nu wel, breed opgezet, naar militaire, politieke, bestuurlijke en juridische aspecten van wat er tussen 1945 en 1950 in Indonesië is gebeurd. Belangrijk is ook dat het in de bedoeling ligt wreedheden in kaart te brengen van Indonesische zijde tegen Nederlanders en Indische-Nederlanders tijdens de zogeheten Bersiap-periode. Premier Mark Rutte (VVD) wilde vrijdag niet ingaan op de vraag naar de politieke verantwoordelijkheid. Wat dat betreft is er weinig veranderd, sinds de Tweede Kamer in 1969 naar aanleiding van de Excessennota besloot geen onderzoek te doen naar politiek verantwoordelijken.