Recensie

Tekenkunst met hoofdrol voor Goltzius

De Haarlemse schilder en graficus Hendrick Goltzius (1558 – 1617) maakt meesterlijke inkttekeningen. Ze zijn even in een tentoonstelling te zien.

Hendrick Goltzius, Rechterhand (1588, pen en bruine inkt op papier, 23 x 32,2 cm.) Foto Martijn Zegel/Teylers Museum

De beste tekeningen van musea voor oude kunst zijn, anders dan de beste schilderijen, niet permanent op zaal te zien. Papier is kwetsbaar en kan maar weinig licht verdragen, dus meestal liggen die tekeningen opgeborgen in het donker van een depot.

Teylers Museum in Haarlem toont nu ruim vijftig zestiende-eeuwse Nederlandse tekeningen uit de eigen collectie. Aanleiding is de publicatie van een catalogus van het volledige zestiende-eeuwse Nederlandse tekeningenbestand, waar vier jaar aan gewerkt is. Meer dan eerdere bestandscatalogi is het een publieksboek geworden: behalve gedegen wetenschappelijke beschrijvingen van alle 257 bladen bevat het ook zeldzaam goede reproducties en is het aantrekkelijk vormgegeven.

De hoofdrol in zowel het boek als de tentoonstelling is weggelegd voor de Haarlemse schilder en graficus Hendrick Goltzius (1558-1617). Ongeveer de helft van de tekeningen is van zijn hand – in één geval zelfs letterlijk, want er is een meesterlijke inkttekening bij van een rechterhand (of een linkerhand in de spiegel gezien). Grote kans dat die hand van de kunstenaar zelf is.

Dwars door vier eeuwen heen contact

Goltzius’ gezicht zien we in een zelfportretje dat hij rond zijn dertigste tekende met een zilverstift. Ernaast in de vitrine liggen nog vijf andere portretminiatuurtjes: de kleinste en misschien wel fijnste tekeningen op de tentoonstelling. Maar in het groot kon Goltzius het ook, zo blijkt uit een portret dat hij tijdens een verblijf in Florence maakte van de beeldhouwer Giambologna. Uit een huid met schaduwen van rood krijt groeien zwarte wenkbrauwen, baard- en hoofdharen; door de voorste hoofdharen schemert de schedel. Giambologna’s bruine ogen zoeken dwars door vier eeuwen heen contact met de bezoeker.

Goltzius tekende in Italië ook antieke beelden. Op basis van die studies zou hij terug in Nederland een reeks gravures maken. In Haarlem hangt nu een krijttekening van de Apollo Belvedere naast de uiteindelijke gravure, zodat je in één oogopslag ziet hoe Apollo’s lichaam op de koperplaat veel rijker geschakeerde schaduwen kreeg – en een sixpack om u tegen te zeggen.

In zijn ‘pen-wercken’ wist Goltzius de ronde, dikker en dunner wordende arceringen van gravures virtuoos na te bootsen. De aderen en knokkels in de eerder genoemde Rechterhand zijn aangegeven met inktlijntjes die van dichtbij wel schubben lijken, of afdrukken van golven op een strand bij eb. Maar van een afstand werken ze als schaduwen, als reliëf.

De afgebeelde hand maakt een opmerkelijk gebaar. De experts zijn het er niet over eens of dat een dwangstand is als gevolg van een verbranding op jonge leeftijd (in Goltzius’ biografie is sprake van zo’n ongeluk) of een gekunsteld handgebaar dat in de maniëristische kunst gewoon was. Voor de tweede interpretatie is veel te zeggen, want je ziet vergelijkbare delicate handstanden bij een tekenende figurant in de gravure van de Apollo Belvedere en een borstvoedende Maria in een gewassen tekening van De vlucht naar Egypte.

En o ja: ook in de figuurtekeningen van Goltzius’ tijdgenoten. Want er is, op de tentoonstelling en in het boek, werk van nog veel meer zestiende-eeuwse kunstenaars te zien. Je zou het haast vergeten, zozeer vragen die tekeningen van Goltzius om een krantenstukje voor zichzelf.

    • Gijsbert van der Wal