Privégrond Palestijnen niet langer onaantastbaar voor kolonisten

In de Israëlische wet zijn nederzettingen legaal, behalve als ze op grond staan die privébezit is van Palestijnen. Vijf vragen en antwoorden.

Israelische vrouwen lopen in Amona, een dorp op de Westelijke Jordaanoever. Foto Thomas Coex / AFP

De Israëlische Knesset is maandagavond akkoord gegaan met een wetsvoorstel dat Joodse nederzettingen op Palestijnse privégrond legaliseert. Het vergt nog enkele parlementaire lezingen voordat de wet definitief wordt aangenomen. Vijf vragen en antwoorden.

1. Wat houdt de wet in?

Alle Joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever zijn illegaal volgens het internationaal recht. De Israëlische wet maakt daarentegen onderscheid: nederzettingen zijn legaal, behalve als ze op grond staan die privébezit is van Palestijnen. Zo bepaalde het Israëlische Hooggerechtshof dat 330 kolonisten in de buitenpost Amona hun huizen uit moeten, nadat zes Palestijnse boeren bezwaar hadden gemaakt tegen het confisqueren van hun land.

De nieuwe wet bepaalt dat huizen die op Palestijnse privégrond staan – ruim drieduizend op een totaal van meer dan 600.000 kolonisten – alsnog gelegaliseerd worden. Voor de kolonisten in Amona komt de wet te laat; zij krijgen nieuwe huisvesting.

2. Wat vinden de tegenstanders ervan?

Volgens tegenstanders legaliseert Israël diefstal. Kolonisten, betogen zij, kunnen voortaan een mooi plekje zoeken op het land van een Palestijnse boer en daar zonder consequenties een caravan of een huis neerzetten. Commentatoren zien de wet, indien aangenomen, als voorbode voor eenzijdige Israëlische annexatie van (delen van) de Westelijke Jordaanoever. Oppositieleider Isaac Herzog van het Zionistische Kamp sprak van „nationale zelfmoord”, omdat de wet zou leiden tot een binationale staat.

Lees ook het profiel over Avigdor Lieberman, sinds mei minister van Defensie: Deze kolonist gaat nu over de bezette gebieden.

Nikolay Mladenov, de Bulgaar die Midden-Oostengezant is bij de Verenigde Naties, zei dinsdagochtend dat de wet „verregaande juridische gevolgen voor Israël” zal hebben en het vooruitzicht op Arabisch-Israëlische vrede sterk zal doen afnemen.

„Ik moedig de Israëlische wetgever aan om deze stap te heroverwegen.”

3. En hoe reageren de voorstanders?

Euforisch. De grootste voorstander van de wet, de ultranationalistische minister Bennett (Onderwijs), noemde het een „historische dag”. Hij vergeleek de grootsheid van het moment met 1977, toen er 39 jaar na de oprichting van Israël in de persoon van Menachem Begin voor het eerst een rechtse premier aantrad. Volgens Bennett blokkeert deze wet de weg naar een Palestijnse staat.

Lees ook: Israël sloopt in hoog tempo wat Europa betaalt.

Ook andere leden van de coalitie, onder wie premier Netanyahu, reageerden verheugd. Aan het wetsvoorstel gingen maanden van intern geruzie vooraf. Hoe dan ook bevestigt de wet dat de kolonistenbeweging, die nog geen 10 procent van de totale Israëlische bevolking uitmaakt, een doorslaggevende invloed heeft op het beleid van deze regering.

4. Kan de wet nog geblokkeerd worden?

Ja. De kans bestaat dat het Israëlische Hooggerechtshof de wet als onconstitutioneel beschouwt. Ook openbaar aanklager Avichai Mandelblit zegt dat de wet zowel lokaal als internationaal recht schendt en dat hij haar daarom niet kan verdedigen.

Lees ook: Israël eigent zich land van Palestijnen toe.

5. En als president Trump aantreedt?

Trump heeft laten doorschemeren dat hij de Joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever niet als illegaal beschouwt. Aangezien de Verenigde Staten de belangrijkste bondgenoot van Israël zijn, hopen nationalisten als Bennett onder Trump hun slag te kunnen slaan. Steeds openlijker nemen zij afscheid van de tweestatenoplossing, die nog steeds als officieel beleid geldt. Al moet gezegd dat ook premier Netan- yahu weinig meer dan lippendienst bewijst aan het idee van een Palestijnse staat.

    • Derk Walters