Meer buitenlandse zakenreizigers in Nederland - maar wat komen ze doen?

Zakelijk reizen

Buitenlandse zakenreizigers brachten in 2015 16,8 miljoen nachten in Nederlandse hotels door: meer dan het jaar ervoor. Wat voor zaken komen ze doen?

Foto iStock

Bijna zeventien miljoen nachten – 2,7 procent meer dan in het jaar daarvoor. Zo lang verbleven zakenreizigers het afgelopen jaar in Nederlandse hotels. Waar de meeste toeristen in de zomermaanden komen, is het voor zakenmannen en -vrouwen in de lente en het najaar hoogseizoen. In april, mei, september en oktober zoeken met name Britten, Amerikanen en Duitsers een slaapplaats. En zit de noodzakelijke vergadering er eenmaal op? Dan geven ze ook nog eens een stuk meer geld uit dan hun vakantievierende medereizigers. Dat blijkt allemaal uit cijfers van CBS en NBTC Holland Marketing, afgelopen week gepresenteerd in een trendrapport.

Noord- en Zuid-Holland trokken met 9,8 miljoen overnachtingen in 2015 ruim de helft van alle zakelijke bezoekers aan. Van de grote steden was Amsterdam koploper: 4,5 miljoen nachten sliepen zakenreizigers er in totaal. Rotterdam en Den Haag volgden, met ieder ongeveer 800.000 overnachtingen in 2015. In datzelfde jaar gaf de gemiddelde buitenlandse zakenreiziger 1.035 euro per trip uit. Ter vergelijking: de doorsnee vakantieganger spendeert 600 euro tijdens een reis. Dat komt met name doordat zakelijke reizigers drie- en viersterrenhotels opzoeken: 81 procent verbleef in hotels in dit segment, tegenover 73 procent van de vakantiegangers. In een op de vijf gevallen werd een zakenreis gecombineerd met een toeristisch uitstapje.

Lees ook: Nederlanders zijn te lomp en te direct. Hoe ben jij op zakenreis?

Ingrid Mandli (32) werkt als loopbaancoach en heeft een eigen bedrijf

0712ECO_carreisDEF3

Niet alle zakelijk reizigers zijn gearriveerde zakenlui. Mandli uit Estland is pas net ondernemer. Ze slaapt niet in een hotel, maar bij vrienden van vrienden. Lang werkte Mandli in de logistiek, maar gelukkig werd ze er niet van. Onlangs besloot ze met hulp van een therapeut haar carrière helemaal om te gooien. „Nu doe ik iets waar ik echt in geloof.”

Mandli werkt tegenwoordig samen met haar therapeut in een eigen bedrijfje. „Zij geeft al vier jaar trainingen aan mensen die een levensdoel zoeken of de weg kwijt zijn in hun carrière. Samen gaan we haar bedrijf nu groter maken.” De werkverdeling is zelfs al afgesproken: haar partner doet de trainingen, Mandli de zakelijke kant. „Maar we zijn pas drie maanden geleden begonnen, we hebben nog niet eens een naam.”

In Nederland gaat Mandli naar Eindhoven, naar een cursus over ‘journeytherapie’. Mandli mag de zakelijke kant van het bedrijf dan gaan doen, ze wil de praktijk wel begrijpen. Deze therapie moet emotionele blokkades door onderdrukte herinneringen helpen doorbreken. „Ik hoop te leren welke vragen je mensen dan moet stellen.”

Mandli heeft één vrije dag in haar programma. „Ik ben al eerder hier geweest en wil nu nieuwe plekken ontdekken, dus ik blijf in Eindhoven.” Over die stad weet ze weinig. „Alleen dat Philips er vandaan komt.”

Maciek Bernatt- Reszczynski (61) is hier als journalist

0712ECO_carreisDEF2

„Ik krijg de meeste ideeën in het vliegtuig, als ik mijn bedrijf op afstand bekijk.” Misschien ook wel omdat er zo weinig zuurstof is, lacht Bernatt-Reszczynski. Hij is eraan gewend grenzen over te steken. Hij werkt in Praag, maar woont in Polen. Hij was gepensioneerd als BBC-journalist, tot hij weer aan de slag ging als hoofdredacteur van Russian-language News Exchange – een dochterbedrijf van het Nederlandse Free Press Unlimited, waar hij nu op bezoek gaat. Zijn bedrijf, een NGO, steunt onafhankelijke media in de voormalige Sovjet-Unie.

Drie dagen is Bernatt-Reszczynski in Nederland, in Amsterdam. Kort, vindt hij. „In Praag duurt de ontmoeting meestal langer.” Toch is hij blij in Nederland te zijn. „Het is fijner niet alles te hoeven bespreken op Skype of Messenger. Sommige collega’s uit Wit-Rusland spreken we dagelijks, maar het is altijd beter om in dezelfde ruimte te kunnen spreken.”

En hij heeft nog een reden opgetogen te zijn: nostalgie. Zijn eerste keer in Nederland was in de jaren tachtig, toen kwam hij voor het theater van het Holland Festival. Inmiddels is hij minstens tien keer in Nederland geweest. „Maar het kunnen er ook vijftien zijn”, zegt hij. „ Als ik door Amsterdam loop, herinner ik me het fietsen en roken in de jaren tachtig weer. En de tijd dat de straten niet zo druk waren.”

Lukas Jandura (28) is hier namens de Tsjechische douane

0712ECO_carreisDEF4

Jandura voelt zich thuis op Schiphol. De Tsjech coördineert de internationale samenwerking van de Tsjechische douane, en wacht voor een bespreking die hier op Schiphol plaatsvindt. Waarover die zal gaan kan hij niet vertellen. „Het gaat om een samenwerking op een speciaal gebied.” Zijn werk betekent veel reizen: dit jaar was hij in tien landen. En dan telt hij Brussel, waar hij doorlopend komt, maar één keer mee. Of hij er nooit moe van wordt? „Ik doe het nu nog maar drie jaar, ik vind het reizen nog heel leuk.”

In Nederland kent Jandura vooral Den Haag goed. Twee keer eerder was hij Nederland, voor een ontmoeting met Europol in de hofstad. Hij sjouwt er graag rond, vooral in de zomer als de stad behoorlijk leeg is. Jandura heeft bijzondere herinneringen aan het strand. „De laatste keer dat ik er was zijn we gaan zwemmen. Het was het begin van de zomer en er zwom verder niemand, behalve ik en een collega. Er waren maar een paar mensen aan het pootjebaden.”

Hij mag van het reizen houden, de trip van vandaag is niet de meest plezierige. De reis bestaat enkel uit werk. Het programma: vergaderen. „Vandaag, vanavond, en morgen de hele dag.” Zelfs een biertje zit er niet in. „Vanmorgen stonden we om drie uur op, om zeven uur vlogen we. Ik zou eigenlijk graag naar het hotel gaan om te slapen”, bekent Jandura.

Thierry Montico (50) werkt als ontwikkelaar bij Michelin

0712ECO_carreisDEF

Montico draagt een plastic tas met kaas, hagelslag en stroopwafels. Die neemt hij mee voor thuis. „Vroeger hadden we nog hagelslag in de Franse supermarkt, nu is het weg.” In zijn koffer heeft hij ook een relatiegeschenk meegenomen voor het komende bezoek: rode wijn.

Montico werkt als procesontwikkelaar bij bandenfabrikant Michelin. Vanmorgen vertrok hij van zijn huis in Clermont Ferrand voor een bezoek aan VMI –– producent van machines die banden maken. „Ik ga naar Ep, vlakbij Apeldoorn.” Ep? Epe, verduidelijkt Montico op schrift. „Michelin heeft een machine gekocht, ik ben hier om die te testen.”

Het is zijn derde trip naar Nederland. Hij heeft een zwak voor Nederland. „Nederlanders zijn goede handelaren. Als we met ze praten, proberen ze altijd nog iets meer te verkopen.” Ook in Epe komt hij graag. „In Epe voel je minder stress en men is hartelijk. De gordijnen zijn er open, er zijn geen verkeersopstoppingen, men werkt er rustig.” In Frankrijk moet het werk af, al duurt het de hele nacht. „Maar misschien zijn ze in Epe gewoon beter in plannen.”

Minimaal eens per maand is Montico weg van zijn vrouw en drie kinderen. Na deze trip vliegt hij door naar Thailand. Afscheid nemen is moeilijk. „Maar zodra je onderweg bent, is alles goed. Gelukkig hebben we in Frankrijk veel vakantiedagen.”

    • Jochem van Staalduine