Column

Werken op een flexplek, dat is de hel

Column Japke-d. Bouma We worden overspoeld met kantoorclichés op ons werk. Worden we daar beter van, vraagt Japke-d. Bouma zich wekelijks af.

japke0

Als er ooit iets heel erg is misgegaan op kantoor, dan is het wel de dag dat de flexplek bedacht werd. Want de flexplek zegt dat een plek maar bijzaak is op kantoor. Terwijl iedereen die wel eens in een kantoortuin geweest is weet hoe belangrijk een eigen plek is: een ijsschots tussen de flexcontracten, een warme kooi op een hevig rollend schip, een fort waar je alle disruptie en innovatie even van je af kan laten glijden. Zeggen we soms ook dat een eigen plek in je leven onzin is? Ik dacht het niet.

Laatst zag ik iemand rondsjokken op zoek naar een flexplek, met een rolkoffer achter zich aan met een vingerplant erin, een geurkaars, een bakje quinoa-salade, een tosti-ijzer, een voodoo-poppetje, een beschimmelde appel, zijn eigen merk theezakjes, lelijke kindertekeningen, een ingelijste foto van zijn kat en keelpastilles. Hij zei: flexwerken is de hel. Maar dat klopt niet.

Want ik heb de longread van Dante er nog even op nageslagen, maar in de hel werden de plekken je tenminste nog toebedeeld. In het flexkantoor moet je het helemaal zelf uitzoeken. En je weet nooit waar je terechtkomt.

161205X_japkeflexwerken

Dat was trouwens ook het idee achter de flexplek: dat je niet wist waar je uitkwam en dat je ging samenwerken met collega’s waar je anders nooit naast was gaan zitten. De flexplek was het antwoord op de ‘cubicles’, die vreselijke hokjes in Amerikaanse kantoren, die voelden als een legbatterij. Maar als dat een legbatterij was, wat zijn flexplekken dan? Vrije uitloop? En is de kwaliteit van de eieren die we daar leggen nou écht zoveel beter?

De enigen die blij zijn met flexplekken zijn interieurarchitecten. Sowieso de meest overbodige beroepsgroep ooit. Dat zijn ook de mensen van de slechte akoestiek, de koffiecorners waar niemand wil zitten en ‘flexen in de vlek’. Dat is dat je lekker flexibel mag gaan zitten, maar dan wel op de 20 vierkante meter die zíj bedacht hebben. Verder denken ze dat je slecht licht wil, of aan stabureaus wil staan, met als voorlopig dieptepunt de ‘aanlandwerkplek’, een flexplek waar je je mail kan checken en koffie kan drinken tot je échte flexplek beschikbaar is. Een soort voorportaal naar de hel.

Dat hele ‘nieuwe werken’ begint sowieso een enorme baard te krijgen hè. Wat is er nog nieuw aan, het schimmelt al 20 jaar over het kantoorleven. En waarom? Kostenbesparing? Omdat er niet genoeg plek is? Als dat zo is, ontsla ons dan. En hoezo niet voldoende plek? Overal in Nederland staan miljoenen meters kantoorruimte leeg. Genoeg om iedereen een eigen plek te geven met een hangmat, vier parkeerplaatsen en een basketbalveldje.

Lees ook Japke-d’s column van vorige week: De mensen van sales verdienen ons respect

Ik zou dus zeggen: geef iedereen gewoon een eigen eikenhouten bureau met zo’n groen leren vloeiblad, een globe, een Chesterfield bank, een schemerlamp, een voetenstoof, een opgezette eekhoorn en een koperen bordje met naam en functietitel waar je al je spullen uit je rolkoffer kan neerzetten én kan laten staan. Ik durf te wedden dat het aantal burnouts erdoor met de helft afneemt. Want een werkplek is geen onpersoonlijk leeg bureau met de uitstraling van een vliegveldtoilet. Een werkplek is wie we zijn, ons thuis, een spiegel van onze identiteit. Ontneem ons onze identiteit, en je krijgt er kleurloos werk voor terug.

Meer #kantoorclichés op Twitter via @japked