Recensie

Voorloper van De Appel krijgt tweede leven als tijdcapsule

Kunsthistorici Tineke Reijnders en Corinne Groot brachten een fikse hoeveelheid werk samen dat soms nooit meer tentoongesteld is en gaan in De Appel door met hun onderzoek.

Foto Rob van de Ven

Zou er in 2058 in Amsterdam een tentoonstelling worden georganiseerd over De Appel? Het Amsterdamse kunstcentrum bestaat 42 jaar en gaat de huidige locatie aan de Prins Hendrikkade verlaten. De toekomst is onzeker. De laatste tentoonstelling in het gebouw is een tijdlijn van alle tentoonstellingen en andere projecten die De Appel sinds 1974 heeft georganiseerd. En er is een kleine tentoonstelling te zien over een van de directe voorgangers van De Appel, het In-Out Center aan de Reguliersgracht in Amsterdam.

Kunsthistorici Tineke Reijnders en Corinne Groot documenteerden dit kleine kunstenaarsinitiatief dat slechts twee jaar heeft bestaan maar in die twee jaar werk wist te tonen in genres die toen nieuw waren zoals performance en videokunst en dankzij talent en passie van de deelnemers nog steeds nieuw lijken.

Aandoenlijk eenvoudig zijn de middelen die kunstenaars als de IJslanders Sigurdur Gudmundsson en Hreinn Fridfinnsson, de Zuid-Amerikanen Michel Cardena en Raul Marroquin, de Nederlanders Hetty Huisman en Pieter Laurens Mol inzetten; speels en inspirerend nog steeds de resultaten bereikt tussen 1972 en 1974. Zoals de beeldrijmen van Pieter Laurens Mol of de bevroren letters van Gudmundsson.

Reijnders en Groot brachten een fikse hoeveelheid werk samen dat soms nooit meer tentoongesteld is en gaan in De Appel door met hun onderzoek, dat onder meer moet uitmonden in een website. Elk betypt velletje papier wordt gekoesterd. Juist omdat het In-Out Center maar zo kort heeft bestaan, bestaat de kans dat de documentatie nagenoeg volledig wordt. Het In-Out Center krijgt zo een tweede leven als tijdcapsule en als gesamtkunstwerk.