Recensie

Hommage aan het achtergronddoek

Fotoboek

‘The Art of the Hollywood Backdrop’ gaat over een veronachtzaamd aspect van droomfabriek Hollywood: het achtergronddoek in klassieke Hollywoodfilms.

James Dobson aan het werk voor een onbekende film. In de gouden jaren van het studiosysteem was de achtergrond bij films bijna altijd geschilderd. Beeld uit Besproken Boek

Het blijft een van de meest magische momenten uit de cinema; Gene Kelly die als Don Lockwood in Singin’ in the Rain Debbie Reynolds het hof maakt in de lege loods van een studio. Hij zet alle trucs van Hollywood in: artificieel licht, een briesje uit de windmachine én een geschilderde zonsondergang. De droomfabriek legt zijn leugens bloot maar cynisch is dat niet; de speelfilm is een plek waar de waarheid geweld mag worden aangedaan en in één moeite door een beetje verbeterd: het oude Rome, het moderne New York, de tijdloze Grand Canyon, nooit waren ze zo mooi als in Californië nagemaakt.

Een foto van deze scène uit Singin’ in the Rain (1952) staat in het boek The Art of the Hollywood Backdrop, over één veronachtzaamd aspect van de droomfabriek: het achtergronddoek. In de gouden jaren van het studiosysteem was de achtergrond bijna altijd geschilderd. Het boek weegt een paar kilo en bestaat voornamelijk uit foto’s.

Het formaat is nodig om de schaal van de schilderingen recht te doen: Panorama Mesdag moet klein lijken vergeleken met sommige achtergronddoeken die op de backlots van de studio’s verrezen om film als Shane, The Sound of Music, The Birds of The Wizard of Oz een horizon mee te geven. Het achtergronddoek met Mount Rushmore, die berg waarin vier presidenten van de Verenigde Staten zijn uitgehakt, voor North by Northwest (1959) was meer dan twaalf meter hoog en dertig meter breed; niet iets voor boven de bank.

De Sixtijnse Kapel bijwerken

De charmantste foto’s uit het boek zijn die waarin de illusie doorbroken wordt. Geen filmstills maar beelden die de makers aan het werk laten zien. Een vrouw op een ladder die de skyline van New York bijwerkt, een man in kersttrui die de laatste hand legt aan het plafond van de Sixtijnse Kapel.

De beste foto’s zijn die waarin de illusie zowel in stand wordt gehouden als doorbroken, net als in die scène uit Singin’ in the Rain. Goocheltrucs die magisch blijven ook nadat hun werking is uitgelegd.

In de hoogtijdagen moeten er honderden schilders in Hollywood aan het werk zijn geweest. Aan Singin’ in the Rain werkten er al minstens vijf mee. ‘Scenic artists’ heetten ze, die werkten onder supervisie van de art director. Sommigen zijn bij naam bekend geworden, zoals de Fransman Ben Carré, die in 1912 naar Amerika kwam en onder meer tekende voor The Phantom of the Opera (1925). Carré was vooral een meester in perspectief: de klassieke film moest het natuurlijk hebben van een gevoel van echtheid. Ook schilderde hij de koepel van het Capitool, waar James Stewart door het raam naar wijst in Mr Smith Goes to Washington (1939).

Duncan Spencer werkte vaak voor Billy Wilder en maakte ook de panorama’s voor Disneyland. Voor Irma la Douce (1963) moest hij voor Wilder een achtergrond schilderen waarop de huizen steeds kleiner werden om het straatje langer te laten lijken. Om de illusie te vervolmaken liet Wilder er als volwassen verklede kinderen voor lopen. Er waren ook twee families, de Oakleys en de Strangs, waarvan vaders, zonen en kleinzonen als scenic artists werkten. Behalve doeken voor specifieke films maakten zij ook generieke achtergronden, die vaak hergebruikt konden worden, vooral voor televisie.

Ouderwets of authentiek

Achterkleinzonen of -dochters zullen er waarschijnlijk niet meer bijkomen, want het gouden tijdperk van de scenic backdrop is allang voorbij. Eerst kwam dat omdat veel meer op locatie kon worden opgenomen, toen camera’s en belichting handzamer waren geworden, waardoor landschappen en stadschappen niet meer hoefden worden geschilderd, maar gewoon konden worden gefotografeerd. Nu is daar de digitale concurrentie bijgekomen. In de computer kan meer en makkelijker bedot worden dan met verf.

De mooiste hommage aan het achtergronddoek werd dit jaar gebracht in de film Hail Caesar! van de Coen-broers. George Clooney speelt hierin een acteur die een rol heeft in een ‘sandalenfilm’. Voor de achtergrond werd een doek uit een echte film uit het swords-and-sandals-genre, Ben-Hur (1959), gebruikt. Dat dit doek van Rome meer dan vijftig jaar bewaard is gebleven, is ontroerend. Misschien zou er in de openlucht ooit een tentoonstelling van alle bewaard gebleven achtergronddoeken gehouden kunnen worden. Het oude Rome, het moderne New York, de Grand Canyon allemaal naast elkaar in een parade van illusies, zachtjes waaiend in de wind.

The golden age when the majority of films used some form of painted backing is now history”, besluit het boek. De schrijvers betreuren dat omdat de backdrop ten opzichte van digitale effecten die later worden toegevoegd authentieker zou zijn. Dat is een merkwaardig idee. Maar ouderwets wordt wel vaker voor authentiek versleten. Het verleden is in ieder geval schilderachtiger dan de toekomst.

The Art of the Hollywood Backdrop Richard M. Isackes en Karen L. Maness. Uitg. Regan Arts, 312 blz. Prijs € 90,99