Hoe teken je een opera in 256 beelden?

Opera Toen Tjarko van der Pol de opdracht aannam om een animatie te maken bij Die Walküre, wist hij niet waar hij aan begon. Vrijdag en zaterdag zijn zijn strijdgodinnen te zien.

Tjarko van der Pol in zijn atelier, „ik dacht: een opera is een simpel verhaal”. Foto Lars van den Brink

Er is veel toeval in het leven van Tjarko van der Pol. Bijvoorbeeld: hij woont sinds een paar jaar in Beverwijk aan een doodlopende weg die eindigt bij een begraafplaats. Toevallig, want hij is al zo lang hij zich herinnert geobsedeerd door de dood, elke avond voordat hij in slaap valt overdenkt hij zijn sterfelijkheid.

Dat zie je ook terug in zijn tekeningen: de klok ontbreekt bijna nooit. Met wijzers: de dood ligt op de loer. Zonder wijzers: tijd speelt geen rol, als bij onsterfelijkheid. Een blote vrouw is ook altijd wel ergens te vinden: de naaktheid van het menselijk bestaan en symbool van vergankelijkheid. („Nou ja, het is ook gewoon leuk om te zien natuurlijk, af en toe wat luchtigheid”).

Ander voorbeeld: wanneer hij gaat hardlopen komt hij langs die begraafplaats. Toen hij daar een keer al lopend nadacht over hoe hij Sieglinde moest tekenen, de buitenechtelijke dochter van Wotan die zwanger is van haar tweelingbroer, Siegmund, en die om die reden moet sterven, waaiden op het pad een paar speelkaarten op.

scene-135_sieglinde_echo-siegfried_midden_tranen

Walküren als drones

Toeval. En een ingeving: in zijn animatie van het derde bedrijf van Richard Wagners Walküre is Sieglinde nu een hartenkaart, overgeleverd als ze is aan de grillen van het lot. In de twee bovenste harten van de kaart, aan weerszijden van haar als een klok met een draaiende wijzer afgebeelde hoofd, zijn haar ogen getekend: die kijken je aan. Het figuurtje zelf is bloot, zwanger en voluptueus als een vruchtbaarheidsgodin.

Nog een voorbeeld: toen hij had bedacht dat hij Wotans wettige, onsterfelijke dochters, de Walküren, wilde laten zweven als drones en dat voorstelde aan het Concertgebouworkest, zeiden ze tegen hem: ‘Maar natuurlijk. Net als in de openingsscene van Apocalypse Now, dat je helikopters ziet en tegelijk de Walkürenritt hoort.’

Dus zijn het helikopters, of drones, die deze vrijdag en zaterdag de negen strijdgodinnen verbeelden in Tjarko van der Pols animatie van de derde akte van Die Walküre, die dan wordt uitgevoerd door het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Valery Gergiev. Hun zingende monden: wijzerplaten zonder wijzers. Hun outfits, geïnspireerd op hun namen: lauwerkrans en runen voor Siegrune, witte paarden voor Rossweisse, rotorbladen als een walvisstaart en opengespreide armen voor Waltraute. Helmwige draagt een helm die herinnert aan de uitvoering, drie jaar geleden, van Die Walküre door Pierre Audi, ook in Amsterdam.

Lees verder na de animatie
scene-152_walkuren_9-vierkant

Zeven bij zeven meter

Zo verteld zou je kunnen denken dat het eenvoudig was. Maar dat was het niet, zegt Tjarko van der Pol (33) vanmiddag, anderhalve week voor de uitvoering, in zijn atelier met uitzicht op de begraafplaats en, daarachter, het bos en de duinen. Tot deze middag hebben alleen een paar bekenden de animatie gezien. Vanaf volgende week woensdag wordt er gerepeteerd. Dan krijgt de animatie een podiumvullende omvang van zeven bij zeven meter.

Het begon allemaal in maart, met een simpel telefoontje: wilde hij komen praten over een animatie bij een opera, een uur en een kwartier aan beelden was er nodig. Ja natuurlijk, antwoordde hij. Want ook dat was toeval: hij had een paar jaar daarvoor een opera met een animatie gezien, Lulu van Alan Berg, met beelden uit zwijgende films van William Kentridge. „Sinds die tijd stond opera op mijn bucketlist.

Hij had ook, de afgelopen jaren als illustrator bij nrc.next, ervaring opgedaan met het omvormen van een verhaal tot beeld. „Daarbij gaat het erom dat je meteen ziet wat het is, en als je daarna gaat lezen, en je kijkt nog eens, moet je weer nieuwe dingen zien.” Gelaagdheid, dus. En hij begreep de bedoeling: met een animatie kun je opera toegankelijk maken voor een jonger publiek.

108.000 beelden

Maar toen. „Ik dacht: een opera is een simpel verhaal. Maar dit verhaal was erg ingewikkeld, zag ik toen ik het op de terugreis eens goed ging uitzoeken op mijn telefoon. En het was de tweede opera in een serie van vier. Die moest ik dus allemaal leren kennen, om grip te krijgen op wat ik ging maken.” Hij ging luisteren, weer luisteren, luisteren met het libretto erbij. En erover lezen, boeken en nog eens boeken. „Ik kan nu dingen tegen je zeggen dat je denkt: die heeft er verstand van. Maar ik was zo twee, drie maanden verder. En toen had ik nog niks.”

Ja, stress. „Ik had uitgerekend dat als je uitgaat van een gemiddelde framerate van 24 beelden in een seconde, je 1.440 beelden per minuut nodig hebt, 108.000 voor 75 minuten.” Hij zegt het uit zijn hoofd, de getallen zitten er als gebeiteld in. Dat was de paniek. Zoveel tekeningen: dat zou hem jaren kosten.

Dus moest er een oplossing komen. „Mensen inhuren die meetekenen? Dat zou onbetaalbaar zijn. De opdracht teruggeven? Natuurlijk niet. Nooit.” Het werd: dia’s die meerdere seconden meegaan omdat de bewegingen (rotorbladen die draaien, ogen die worden opengesperd, een mond die beweegt) zichzelf herhalen, als in een loop.

Luisteren met je ogen dicht

Uiteindelijk is het libretto door hem opgedeeld in 256 van zulke dia’s, tekeningen waarvan de bewegingen trager gaan dan gemiddeld bij animaties: 16 beelden in anderhalve seconde, 40 loops per minuut. Het was een oplossing voor een probleem, maar ook: „Minder nieuwe beelden geeft rust, want er is al zoveel te zien naast de animatie: zangers, orkest, ondertiteling.” En het gaat om de muziek, „eigenlijk zou je met je ogen dicht moeten luisteren, zo hartverscheurend mooi is het”.

scene-017_walhalla

Tegelijk: er is straks meer te zien dan die zich herhalende beelden, veel meer. Want net als in een tekening bij een verhaal in de krant hebben alle dia’s extra lagen gekregen, van bewegingen die worden gemaakt bovenop de loops: armen die wapperen bij paniek, meer of minder godinnen die aan komen zweven of juist uit beeld verdwijnen, ogen waarop wordt ingezoomd bij angst. Er zijn wijzers die gaan lopen, witte maagdelijkheid die zwart kleurt, een speer die vuur vat als een lucifer.

Ontroerend om te zien, is het vaak. Wanneer Sieglinde hoort dat ze zwanger is van Siegmund druppelen er tranen uit haar harten-ogen („Rette mich! Rette die Mutter!”). Die tranen vallen op de twee onderste harten van de speelkaart, met daarin de ogen van haar tweelingbroer. In haar buik verschijnt een wijzerplaat die nog niet rond is, hij heeft de contouren van een foetus, en zijn wijzers lopen tegen de klok in: zijn wereldse tijd is nog niet begonnen.

Weer een toeval: „Ik dacht, ik wil een oog laten zien dat kijkt naar de gebeurtenissen. Het oog van het publiek. Het oog van Wotan. Maar ook mijn eigen oog, want deze animatie is mijn blik op de opera. En sinds ik begon als tekenaar heb ik een foto van mijn rechteroog op mijn website staan, dat je aankijkt als je de site opent.” De vraag was: kon dat, volgens het libretto? En ja: „Ik kwam erachter dat Wotan maar één oog heeft, het andere heeft hij ingeruild voor wijsheid.”

scene-150_wotan_groot

De animatie opent nu met een oog dat de zaal inkijkt. Zodra de muziek begint gaat het dicht, als om te laten zien dat je zou moeten luisteren met gesloten ogen, de wimpers bewegen zachtjes met de eerste maten mee. Aan het einde van het verhaal huilt het oog. Het is Wotan, wanneer hij Brünhillde, zijn afvallige lievelingsdochter („Du lachende Lust meines Auges”) die Sieglinde heeft geholpen, straft door haar onsterfelijkheid van haar af te nemen.

De laatste dia is een oog dat sluit. „Dan is het verhaal rond, als in een loop. Of een ring.”