Hoe inhuren spelersmakelaars de clubs als boemerang treft

Volgens de clubs snapt de fiscus, die zijn pijlen richt op de activiteiten van de spelersmakelaars, de voetbalwereld niet meer.

Aan het wagenpark te zien gaat het goed met het betaald voetbal in Nederland, deze stormachtige donderdag 17 november. Maar binnen in het Princess Hotel, gelegen tussen het groen aan de rand van Amersfoort, is de sfeer korzelig. Reden: een presentatie van vier mannen van de Belastingdienst over de betalingen door clubs aan voetbalmakelaars.

Vertegenwoordigers van alle profclubs van Nederland zijn in Amersfoort voor de jaarvergadering van de Federatie Betaald Voetbal Organisaties (FBO). De kleine clubs met één mannetje, de grote met een ploegje juristen en fiscalisten. Zij weten dat het er om gaat spannen. Jarenlang kwamen de fiscus en profclubs er onderling prima uit, maar nu ligt er een brandend probleem op tafel: de fiscale aspecten van de betaling van spelersmakelaars door de clubs.

Eerst is het woord aan het ‘fiscale platform’ van FBO, met daarin financiële zwaargewichten als Jeroen Slop (Ajax), Peter Fossen (PSV) en Ron Francis van de KNVB. Hun toon is somber. De plannen van de Belastingdienst raken de clubs hard. Niet langer mogen profclubs de btw over de vergoeding van de makelaars volledig aftrekken. De afspraken daarover, die dateren van 1 januari 2010, zijn voor de fiscus niet langer acceptabel, zo heeft ze de clubs laten weten in een brief op 12 juli 2016. „Deze brief dient enkel het doel van het opzeggen van de btw-afspraak.”

Het gevolg daarvan, zo houdt het fiscale platform de zaal voor, zijn extra kosten voor profclubs van tonnen per jaar. Vertegenwoordigers van de topclubs weten dat zij nóg meer kwijt zullen zijn. Want hoe hoger de salarissen, hoe hoger de vergoedingen van de makelaars.

Dan is het woord aan de coördinator landelijke doelgroep sport bij de Belastingdienst. Aan de zijkant luisteren drie van zijn collega’s aandachtig mee. Hij vertelt dat vanaf 1 januari 2017 de btw over de diensten van makelaars slechts voor een kwart aftrekbaar is. De fiscus zal de rest behandelen als „verkapt loon” aan voetballers. Clubs moeten daarover straks werkgeverslasten betalen, de spelers inkomstenbelasting. Punt.

In de zaal groeit de irritatie. De hoop op een constructief overleg vervliegt. De fiscus begrijpt niets van de voetballerij, klagen de financiële specialisten in de wandelgangen. Het inhuren van makelaars, die in hun ogen onmisbaar zijn voor succes, wordt in één klap zo’n zestig procent duurder berekent een aanwezige. Waarom moet Nederland weer het braafste jongetje van Europa zijn? Buitenlandse belastingdiensten zijn veel soepeler.

Memphis een bonusbankier?

Het is „de zoveelste lastenverzwaring” voor voetbalclubs, morren de aanwezigen. Neem de Wouter Bos-tax, bedoeld om bonussen voor niet-presterende bankiers te belasten. Die wordt doodleuk toegepast op aantoonbaar goed presterende topvoetballers als Memphis Depay.

En de regeling rond ‘transitievergoedingen’ die werkgevers moeten betalen aan werknemers als hun een contract niet wordt verlengd? Leuk bedacht in Den Haag, maar wie hebben er het meeste last van? Juist, de voetbalclubs. Die werken namelijk per definitie met kortlopende contracten voor bepaalde tijd.

Het gevolg: als Feyenoord routinier Dirk Kuyt geen nieuwe aanbieding zou willen doen, moet het hem een transitievergoeding betalen. Iets dat gezien zijn salaris kan oplopen tot 75.000 euro. „Waanzin”, klaagt een aanwezige. Om over de plannen om de btw op voetbalkaartjes te verhogen nog maar te zwijgen. Het lijkt alsof er in Den Haag een heksenjacht is geopend op het voetbal, verzuchten clubvertegenwoordigers in de pauze.

De beroepsgroep om wie het in Amersfoort allemaal draait, de zaakwaarnemers, zijn zelf niet aanwezig.

Makelaars pochten tegen fiscus

En dat terwijl zij de fiscale problematiek over de clubs hebben afgeroepen, door tijdens een onderzoek van de Belastingdienst in 2015 uitgebreid te vertellen over wat zij allemaal doen voor ‘hun’ voetballers.

We onderhandelen over contracten, begeleiden spelers bij transfers, praten met ze, regelen belastingaangiftes en halen desgewenst de kinderen van school – pochten de makelaars. Geld vragen zij daar niet voor. Althans, niet aan de spelers. De vergoedingen die de clubs betalen – zo’n zeven procent van het bruto jaarsalaris van de spelers – dekken de lading, ruimschoots. Zeker in het geval van toppers als Hakim Ziyech. Zijn makelaar Marjolein Nakhli ontving in de tijd dat de middenvelder bij FC Twente speelde bijvoorbeeld een vergoeding van de club van 100.000 euro per contractjaar, zo blijkt uit documenten die NRC via Football Leaks verkreeg.

In Amersfoort willen de clubs weten waar ze aan toe zijn. Ze vuren hun vragen af op de Belastingdienst. „Wat als wij een eigen jeugdspeler een contract aanbieden?”, vraagt iemand. Duidelijke antwoorden komen er niet. Behalve op de vraag of uitstel tot 1 juli mogelijk is. „Nee”, luidt het antwoord. Tot ergernis van de aanwezigen. Ook bij de ambtenaren neemt de irritatie toe.

Proefproces

En zo stevenen de partijen, drie weken voor de invoering van de nog altijd niet definitief vastgestelde regels, af op een door de clubs aangekondigd proefproces. Een rechter moet maar gaan bepalen wat de definitie is van arbeidsbemiddeling.

Clubs en de vakbond voor profvoetballers (VVCS), die bang zijn dat de hogere belastingen uiteindelijk verhaald gaan worden op de spelers, hopen op een interventie van minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken. Want ook de politiek bemoeit zich met de kwestie over wat arbeidsbemiddeling van voetballers nu precies inhoudt.

Serge Rossmeisl, directeur van de Federatie van Betaald voetbal Organisaties (FBO) zegt in een reactie dat de ophef over de belastingen „zonde en onnodig” is:

„Clubs verkeren in grote onzekerheid, maar moeten financieel al wel anticiperen op deze mogelijke lastenverzwaring.”

Roberto Branco Martins, directeur van de belangenvereniging van spelersmakelaars Pro Agent zegt dat hij op korte termijn in gesprek wil met de Belastingdienst. „De fiscus maakt een essentiële denkfout. Makelaars doen veel meer aan arbeidsbemiddeling dan de fiscus nu denkt. De kaasschaaf gaat ten onrechte over het Nederlandse voetbal.” De Belastingdienst wilde niet reageren.