Column

Hoe een executie in 1650 wonderlijk mislukte

jannetjekoelewijn0v2

Nog even over Anne Greene, de jonge vrouw die tot de galg werd veroordeeld omdat ze haar pasgeboren baby zou hebben vermoord, wat niet zo was, en op wonderbaarlijke wijze haar executie overleefde. Oxford, 1650. Maandag schreef ik al over haar, en over Thomas Willis, de arts (en grondlegger van de neurologie) die haar lijk zou gaan ontleden, tot hij plotseling gerochel uit de kist hoorde komen. Er waren lezers die zich afvroegen hoe dat kon. Was haar nek dan niet gebroken? Hoe wisten we dat ze onschuldig was?

Voor het antwoord bel ik met Jan van Gijn, voorheen hoogleraar neurologie in het UMC Utrecht. Sinds zijn pensionering verdiept hij zich in de geschiedenis van zijn vak. Hij is Latijn gaan studeren om oorspronkelijke bronnen te kunnen lezen. „Ah! Thomas Willis!”, zegt hij aan de telefoon. „Het mooiste van het verhaal vind ik nog dat hij van het ene op het andere moment van een anatoom in een dokter verandert. Hij gaat haar meteen helpen.” Alcohol in haar keel gieten. De striemen in haar nek insmeren met terpentijn. Aderlaten.

Het Notebook van Thomas Willis heeft Van Gijn tot zijn spijt niet in huis, maar wel Soul Made Flesh van de Amerikaanse wetenschapsschrijver Carl Zimmer, die uit het Notebook citeert. En zo hoor ik dat Anne Greene, fat and fleshy, en met rode wangen, was verkracht door de kleinzoon van haar baas, sir Thomas Reade. Ze werkte in de keuken. Na vier maanden, ze had nog niet eens gemerkt dat ze zwanger was, beviel ze van een dood kind. Ze verstopte het in paniek op zolder. „Onvoldragen”, stelt Van Gijn droog vast. Ze moet geweten hebben dat het haar niet zou redden.

Drie weken zat ze in de gevangenis en ze bleef volhouden dat ze onschuldig was, maar de rechters waren onverbiddelijk. Op de grauwe en regenachtige ochtend van de veertiende december werd Anne Greene opgehangen. En nu wordt het verhaal nog gekker, want vrienden en omstanders gingen na haar smeekbeden met hun volle gewicht aan haar benen hangen, om er maar voor te zorgen dat ze haar nek zou breken en niet langzaam hoefde te stikken.

„Haar nek brak dus niet”, zegt Van Gijn. „En de slagaders in de nek zullen de bloedvoorziening van de hersenen hebben overgenomen van die in de hals. De slagaders in de nek kun je niet van buitenaf met een touw dichtsnoeren.”

Anne Greene kon de eerste uren niet praten, haar kiezen zaten op elkaar geklemd, en ze was ijskoud. Een andere vrouw lag de hele nacht bij haar in bed om haar op te warmen. De volgende ochtend kon Anne Green weer drinken. Na vijf dagen vroeg ze om eten. Ze kreeg een portie kippenvleugeltjes.

Jannetje Koelewijn (j.koelewijn@nrc.nl) vervangt Jutta Chorus in de wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.