Geen vervolging na onterechte arrestatie agent Raiss

Voorwaardelijk sepot

Politieman Anis Raiss werd in mei gearresteerd door collega’s. Hoewel het OM strafbare feiten constateert, houdt men de zaak intern.

Zaak-Raiss is interne kwestie. Foto Olivier Middendorp

De politieagenten die afgelopen zomer in Enschede een Marokkaans-Nederlandse collega arresteerden omdat zij niet geloofden dat hij agent was, zullen „vooralsnog” niet worden vervolgd. Voorwaarde is dat de politie „intern maatregelen” treft. Dat bevestigt het Openbaar Ministerie dinsdag.

Het OM stelt dat er bij de arrestatie van agent Anis Raiss sprake is geweest van wederrechtelijke vrijheidsberoving en mishandeling, maar besluit de zaak „voorwaardelijk te seponeren”. Omdat beide partijen werkzaam zijn bij de politie wordt het gezien als een interne kwestie.

De Amsterdamse politieagent Anis Raiss werd afgelopen mei gearresteerd op een politiebureau in Enschede. Hij vergezelde daar zijn broertje, die aangifte kwam doen van oplichting. Toen Raiss zich aan de balie voorstelde als agent, werd hij niet geloofd. „Jij ziet er niet uit als een politieagent”, kreeg hij te horen.

Een woordenwisseling ontstond, waarna Raiss hardhandig werd gearresteerd en overgebracht naar een cellencomplex in Deventer. Toen de fout de volgende ochtend werd ontdekt, werd hij op vrije voeten gesteld.

Na zijn arrestatie kreeg Raiss aanvankelijk gedwongen verlof opgelegd door zijn werkgever, zijn wapen en politiepas moest hij inleveren. Na het bekijken van de camerabeelden werd dat teruggedraaid.

Raiss besloot aangifte tegen één van de arresteerders te doen, onder meer van bedreiging, mishandeling en ambtsmisbruik.

Afgelopen juli deed Raiss in NRC voor het eerst zijn verhaal. Volgens de agent was dit incident illustratief voor een groter probleem binnen de Nationale Politie, die volgens hem wordt geplaagd door een sfeer van vooroordelen en intolerantie naar minderheden. Sinds juni zit hij met ziekteverlof thuis.

Raiss’ advocaat Juriaan de Vries noemt de beslissing van het OM „opmerkelijk”. „Strafbare feiten dienen aan een strafrechter te worden voorgelegd”, zegt hij, „zeker als deze door gezagdragers zijn gepleegd.” De Vries zal bezwaar maken tegen de beslissing met een zogeheten Artikel 12-procedure. „Het feit dat zowel aangever als verdachte de Nationale Politie als werkgever heeft, mag natuurlijk nooit als argument gelden om strafbare feiten binnenskamers af te doen.”