Geen spectaculair voordeel, maar toch…

Banken

Maar weinig mensen veranderen van bank. Te veel gedoe en te weinig voordeel. Maar het is niet zo dat er helemaal geen voordeel te behalen valt.

Veel consumenten vertrouwen banken voor geen cent. Toch blijven diezelfde klanten hun bank hondstrouw – mensen gaan naar verluidt vaker vreemd dan dat ze van bank wisselen. Uit een studie van de Autoriteit Consument & Markt uit 2014 blijkt dat 73 procent van de Nederlanders boven de achttien nog altijd bij dezelfde bank zit als waar ze hun eerste rekening openden.

Overstappen gebeurt zelden, ondanks alle vastberaden ‘ik vertrek!’-verklaringen op sociale media als er weer eens een beloningsrel is uitgebroken. Uit cijfers van overstapservice.nl, een gezamenlijke dienst van de banken om overstappen te vergemakkelijken, maken jaarlijks nog geen 70.000 van de 12 miljoen volwassenen in Nederland gebruik van deze dienst.

Een hoop gedoe

Een veelgehoorde verklaring voor deze inertie is dat overstappen een hoop gedoe geeft. Bij veel banken kun je bijvoorbeeld niet volledig online overstappen en moet je nog steeds je handtekening onder allerlei papieren documenten zetten. Die moeten vervolgens per post naar de bank verstuurd worden. Bij SNS kan het sinds kort wel helemaal digitaal.

Nog irritanter, vinden veel consumenten, is dat je je rekeningnummer niet kunt meenemen naar de nieuwe bank. Je moet dus aan iedereen van wie je geld krijgt (je werkgever of de overheid, in verband met bijvoorbeeld de kinderbijslag) wijzigingen doorgeven. Andersom geldt hetzelfde: instanties die regelmatig geld bij jou innen, moeten ook op de hoogte gebracht worden.

Aan de andere kant: zo ingewikkeld is het nu ook weer niet. Je automatische incasso’s bijwerken kost wat tijd en vergt zorgvuldigheid. Maar het gaat doorgaans niet om honderden wijzigingen, zoals bij bedrijven. Een nieuw rekeningnummer uit je hoofd leren, is ook geen hogere wiskunde. En er zijn diensten zoals overstapservice.nl die bij een aantal zaken helpen.

Overstapmogelijkheden zijn er op zich genoeg. Nederland telt 52 banken met een bankvergunning. Het is een bont gezelschap, met instellingen als ABN Amro, SNS, Yapi Kredi (Turkije), Argenta (België) en ICBC (China). Bij die laatste kun je als particulier sinds vorig jaar ook terecht voor een betaalpakket. De Consumentenbond oordeelde destijds dat het best een redelijk geprijsd pakket was. Wel moesten klanten voor lief nemen dat als ze de alarmservice belden, bijvoorbeeld omdat ze hun pas kwijt waren, ze callcentermedewerkers aan de lijn kregen die alleen Engels of Chinees spraken. Maar daar wordt aan gewerkt.

Natuurlijk kun je niet bij al die banken terecht. Er zitten ook zakenbanken bij die alleen maar adviseren bij fusies, overnames en beursgangen. En bij de Nederlandse Waterschapsbank en de Bank Nederlandse gemeenten hebben ze ook nog nooit een particuliere klant gezien.

Gebrekkige concurrentie

De hamvraag is: schiet je er wat mee op? Veel consumenten denken dat alle banken één pot nat zijn – nog een veelgenoemde reden trouwens waarom er zo weinig geswitcht wordt. Daar valt iets voor te zeggen: tussen de grote vier zijn nauwelijks verschillen. De spaarrentes zijn er bijvoorbeeld vrijwel hetzelfde. Dan schiet ‘shoppen’ niet op. Van alle klanten bankiert 60 tot 80 procent bij de grote vier.

Gebrekkige concurrentie is absoluut een (groot) probleem. Er zijn wel wat nieuwkomers, zoals Bunq en Knab, maar storm loopt het niet. Toezichthouder DNB, maar ook de Autoriteit Financiële Markten, mededingingswaakhond ACM en consumentenorganisaties wijzen hier al jaren op. Minister Dijsselbloem (Financiën) uitte er deze zomer nog zijn zorgen over, in een Kamerbrief die ging over hoe overstappen gemakkelijker gemaakt kan worden, want Dijsselbloem ziet dat als een van de wegen naar een ‘gezondere’ markt.

Kernwapens en clusterbommen

Maar het is niet zo dat er helemaal geen voordeel valt te behalen. De kosten van een betaalrekening kunnen verschillen. En op de ene betaalrekening krijg je wel rente en op de andere niet. Bij sommige banken moet je een paar euro betalen voor een nieuwe pas, bij andere is dat gratis. Niet spectaculair, maar toch.

Er zijn nog andere redenen om over te stappen. Veel mensen vinden het steeds belangrijker dat banken verantwoord met hun geld omgaan. Wordt het niet in kernwapens of clusterbommen belegd? Of aan vervuilende oliemaatschappijen uitgeleend? Onder andere Triodos en ASN proberen zich op dat gebied nadrukkelijk te onderscheiden. Maar ook nieuwkomer Bunq speelt op zulke gevoelens in. „Eerlijk is eerlijk”, staat op de website te lezen, „jouw geld is jouw geld, wij steken het niet in risicovolle beleggingen”.

Of je geld wel overal even veilig is? Er is een vangnet dat het depositogarantiestelsel heet: als een bank zodanig in problemen is gekomen dat spaarders hun geld dreigen te verliezen, springen de andere banken in het land van herkomst bij en garanderen zij de spaarder zijn inleg tot 100.000 euro.

Maar je moet wel een beetje opletten. Elk EU-land heeft nu zijn eigen garantiestelsel en de werking daarvan hangt af van de draagkracht van de financiële sector en de overheid in dat land. Die is niet overal even sterk. In Italië hebben bijvoorbeeld meerdere banken het moeilijk. De AFM waarschuwde begin dit jaar voor dit risico. Dezelfde problematiek speelde in 2008 bij het drama met de IJslandse bank Icesave. Mede met het oog hierop wordt gepraat over één Europees garantiestelsel, waarbij alle banken borg voor elkaar staan. Maar een deal lijkt nog ver weg.

En dan is er nog iets. Wie bij een bank in Luxemburg zit en onder het Luxemburgse depositogarantiestelsel valt, zal in geval van nood ook daar met zijn claims heen moeten. Niet ondoenlijk, maar wel een tikje onpraktisch.