Een succesvolle nieuwe partij beginnen is zo makkelijk nog niet

Publiciteit generen en genoeg geld verzamelen zijn twee van de belangrijke vereisten. Maar dan ben je er als nieuwe politieke partij nog niet, zeggen (ervarings)deskundigen.

Gisteren zag GeenPeil het licht, de nieuwe politieke partij waar leden de koers via stemmingen op internet gaan bepalen. Foto ANP / Jerry Lampen

Een nieuwe week, een nieuwe Nederlandse politieke partij. Maandag kondigde GeenPeil aan de politiek in te gaan. Maar aankondigen een partij te beginnen, is één.

Stap twee is de partij registreren bij de Kiesraad, zoals nu – de telling van dinsdagmiddag – 63 partijen hebben gedaan. Waaronder overigens (nog) niet Geen Peil van Jan Dijkgraaf, Nieuwe Wegen van oud-PvdA-er Jacques Monasch of de Partij voor Niet-Stemmers van advocaat Peter Plasman. Daarvoor hebben zij nog tot 19 december.

Maar het werk begint pas ná de registratie. Van de 48 partijen die zich in 2012 registreerden, deden uiteindelijk maar 21 mee aan de verkiezingen. De helft daarvan kreeg vervolgens niet genoeg stemmen voor een of meerdere zetels in de Tweede Kamer. Voor één zetel waren iets meer dan 65.000 stemmen nodig.

Het is makkelijker een partij op te richten, dan het parlement te halen, zegt dan ook Paul Lucardie, onderzoeker bij het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP). Hij volgt sinds 1989 kleine partijen en ontwikkelde „een theorietje” over wat een partij succesvol maakt. „Sinds de Tweede Wereldoorlog kwamen iets meer dan twintig nieuwe partijen in de Tweede Kamer, terwijl er ongeveer tien keer zoveel meededen aan de verkiezingen.”

Sommige ‘kleintjes’ doen dit keer niet mee

Partijen van Kamerleden die zich hebben afgesplitst van een gevestigde partij maken meer kans dan ideologisch gedreven partijen, belangenpartijen en vooral dan ideosyncratische partijen die rondom één persoon met aparte ideeën zijn opgebouwd. Maar „de voorsprong is klein” en ideologische partijen hebben weer een langere adem, signaleert Lucardie: „Dat zie je aan De Groenen. Een paar keer verloren, betekent niet dat ze niet doorgaan.”

Ditmaal doen De Groenen (anno 1983) echter niet mee. „We laten de verkiezingen passeren”, zegt partijvoorzitter Otto ter Haar. De middelen en menskracht (45 leden) zijn „onvoldoende”. Ze gaan het bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2018 weer proberen.

Dat geldt ook voor de NCPN (anno 1992), die gemeenteraadszetels in Heiloo en Friese Meren moet verdedigen. Voor de Tweede Kamerverkiezingen staan de communisten in het register van de Kiesraad en kunnen zij „aan alle formaliteiten voldoen”, vertelt partijvoorzitter Job Pruijser. Maar: „Tussen het geweld van de anderen - en het is nu zo heftig - kunnen wij geen gewicht in de schaal leggen.”

Want dat is het lastige voor de meeste kleintjes. De publiciteit die de Piratenpartij, GeenPeil of Forum voor Democratie (van Thierry Baudet) nu krijgen – of in het verleden Trots op Nederland van Rita Verdonk – krijgen de meeste partijen niet.

Wie staan er zoal op het register bij de Kiesraad?

Aandacht krijgen was nog nooit zo moeilijk

Nieuwelingen als Partij Bonte Koe, die zich omschrijft als groen-rechts en pragmatisch links, en De Republikeinen, die afschaffing van de monarchie bepleiten, hebben nog nauwelijks aandacht gehad. Net als andere partijen die eerder meestreden en nooit een Kamerzetel haalden, zoals de Liberaal-Democraten en MenS (voor Mens & Spirit).

Die partij doet voor de derde keer mee. „We waren niet zichtbaar genoeg”, is de analyse van partijvoorzitter Barend Lambrechtsen van MenS over 2012, toen de partij 18.310 stemmen kreeg. Twee jaar eerder was zijn partij nog groter dan de Piratenpartij, al haalden zij ook toen geen zetel. En twee keer raakte MenS de waarborgsom van 11.250 euro kwijt, die iedere nieuwe partij moet inleggen. Ook dat is voor sommige partijen een horde.

Nu is hij optimistisch. „Het tij is anders. Vorige keer stemden mensen niet waar het hart lag. Wij zijn de tegenbeweging tegen de explosieve groei van de PVV: wij kiezen voor een liefdevolle benadering.” Via sociale media – folderen bij de supermarkt is „een mooi gebaar”, maar ook kostbaar – hoopt MenS nu wél de Tweede Kamer te halen.

Publiciteit en genoeg geld zijn echter slechts twee vereisten. Paul Lucardie van het DNPP onderscheidt nog drie voorwaarden voor succes: een onderscheidend programma, een populaire leider – al is het maar onder een bepaald deel van de kiezers – en personeel (leden en vrijwilligers die niet ruziënd over straat gaan). En dan nog is „succes geen garantie”.

Maar dat telt als de campagne eenmaal begint. Eerst moet de waarborgsom nog bijeengesprokkeld, en moeten er in zoveel mogelijk kieskringen dertien ondersteuningsverklaringen worden verzameld. En dat blijkt al ingewikkeld. De partijvoorzitter van De Republikeinen, Ben van Herwijnen, verzucht: „In Zeeland is de Oranjegezindheid groot, onze kansen genoeg handtekeningen te krijgen zijn navenant klein.”