Hoe de lokale krant verdween uit Trump-land

Amerikaanse nieuwsmedia

‘Nieuwswoestijnen’ zijn het: achtergebleven regio’s in de VS waar geen krant meer verschijnt. Juist daar boekte Donald Trump goede resultaten. ‘Nieuws’ komt er van Facebook.

Kranten-automaten in Annapolis (Maryland). Foto Melanie Stetson Freeman/ The Christian Science Monitor.

Het is een uur ’s middags, het drukste moment op de redactie van The Mon Valley Independent. De maandagkrant is net gedrukt, en tientallen bezorgers, meest ouderen, komen langs om een stapel kranten op te halen. Hoofdredacteur Jeff Oliver, een gezette, middelbare man, bladert tevreden door zijn krant. „Kijk, er staat alleen lokaal nieuws op de voorpagina”, zegt hij. „Dan heb ik een goede dag.”

De krant opent met belangrijk nieuws voor Monessen, een leeggelopen industriestadje in de bergen van de staat Pennsylvania. Een mysterieuze miljonair uit Canada wil een leegstaand gemeentecomplex opkopen, om er een zorgcentrum van te maken. De miljonair staat erom bekend spooksteden op te kopen, en voor veel geld op te knappen. „Eindelijk gaat er weer iets goed in Monessen”, zegt de burgemeester in de krant.

Met zesduizend lezers is The Mon Valley Independent een krant die je snel over het hoofd ziet. Maar in dit kleine redactiekantoortje, pal tegenover een steenkoolfabriek, is iets revolutionairs gebeurd. Jeff Oliver zegt: „We hebben de krant gered, en dat mag best een wonder heten. We hebben geschiedenis geschreven.”

Het had weinig gescheeld of The Mon Valley Independent was meegegaan in de misère van Monessen. De krant was decennialang in handen van de conservatieve miljardair Richard Scaife. Toen hij in 2014 overleed, probeerde zijn familie zo snel mogelijk van de krant af te komen. Het abonneebestand was sinds de jaren zeventig teruggelopen van ruim 20.000 naar 7.000. Nieuwe kopers waren er niet. Op 31 december 2015 verscheen de laatste editie van de 114 jaar oude krant.

Online nepnieuws

Jeff Oliver maakte zich die maanden grote zorgen. Niet alleen om de werkloze journalisten, maar ook om de toekomst van Monessen. Het verkiezingsjaar 2016 begon, en online nepnieuws nam de plek in van traditioneel nieuws. Terwijl de abonneebestanden van lokale kranten landelijk hard teruglopen, nemen Breitbart, InfoWars en talloze kleinere sites hun rol over.

Oliver benaderde een paar schoolvrienden van vroeger. Lezers van de krant, die nog altijd in Monessen wonen, en inmiddels een eigen bedrijf hebben. „Deze gemeenschap heeft een eigen krant nodig, vonden we allemaal”, zegt Oliver. „Wie controleert de lokale overheid anders? En hoe weten onze politici anders wat er leeft onder de inwoners?” Met geld van deze vier rijke lezers, het bedrag is geheim, werd de krant gekocht. Na vijf maanden ging het kantoor weer open. Er werken 35 journalisten.

The Mon Valley Independent is uit de dood herrezen, maar met de meeste noodlijdende kranten loopt het minder goed af. In tien jaar zijn volgens directeur Al Cross van het Instituut voor Plattelandsjournalistiek meer dan zeshonderd kranten verdwenen. „En de ruim achtduizend overgebleven kranten drukken steeds minder pagina’s, of komen minder vaak uit.”

Amerika kende al het fenomeen van de food deserts, de voedselwoestijnen; grote gebieden waar geen fatsoenlijke supermarkt te vinden is. De laatste paar jaar zijn ook news deserts ontstaan, zegt Penny Abernathy, bijzonder hoogleraar Journalistiek aan de Universiteit van North Carolina. „In grote delen van het land verschijnt geen krant meer. Dat hebben we de hele twintigste eeuw niet gezien.”

Vooral economisch achtergebleven gebieden, zoals het platteland en voormalige industriesteden, hebben een onafhankelijke pers nodig, zegt Abernathy. Maar juist daar verdwijnen kranten het snelst. Het zijn, toevallig of niet, ook die gebieden waar Donald Trump goede resultaten haalde bij de verkiezingen van november. In de grote steden, waar kranten als The Washington Post of The Los Angeles Times sterk staan, deed hij het veel minder goed.

Zelf ontdekte Penny Abernathy dat toen ze ontslag nam als journalist bij The New York Times, en verhuisde naar het platteland van North Carolina, waar ze opgegroeid was. Er gebeurt hier van alles, merkte ze meteen, maar kranten om het op te schrijven zijn er niet. Rechters worden gekozen, en Abernathy wilde zich inlezen in hun ideeën, en door welke politieke organisaties kandidaten werden gesteund. Nergens vond ze ook maar een snipper informatie.

Abernathy: „In oktober hadden we hier grote overstromingen. Regionale tv-stations rukten uit, en maakten het deze eerste dagen groot nieuws. Toen was het nog het gesprek van de dag. Maar de impact van die overstromingen is pas te merken op de langere termijn. Er zijn giftige stoffen vrijgekomen, boerderijen gaan failliet. Dat lees je nergens meer, want de lokale kranten zijn in deze streek grotendeels verdwenen.”

De Amerikaanse politiek steunde volgens Abernathy de hele twintigste eeuw op een groot netwerk van lokale en regionale kranten. De sensatiepers werd kleiner, en de serieuze dagbladpers werd een instituut. Het vertrouwen in de pers was groot. Sinds de opkomst van de smartphone krijgen de kranten, die de dominantie van radio en tv hadden doorstaan, klappen. „De nieuwsconsumptie is in tien jaar volledig veranderd. Facebook en Google krijgen de overgrote meerderheid van de inkomsten uit advertenties. Het zakelijke model is daarmee onder de lokale pers weggeslagen.” De neergang van kranten heeft volgens Abernathy vooral met deze omslag te maken, en veel minder met bijvoorbeeld ontlezing.

Tegelijkertijd blijven Amerikanen nieuwsgierig naar de wereld om hen heen. Abernathy: „De lokale pers speelde altijd een bindende rol in een gemeenschap. Dat verdwijnt, en zo ontstaat gevaarlijk veel ruimte voor nieuwe spelers. Dat is meteen de verklaring voor de opkomst van nepnieuws- en complottensites. In plaats van de lokale krant spelen zij nu die rol. Mensen die zich geïsoleerd voelen, vinden gelijkgestemden op bijvoorbeeld Breitbart. Die sites zijn de lokale media van nu.”

De gevolgen zijn volgens Abernathy desastreus. De grens tussen fictie en werkelijkheid in de journalistiek is aangetast, omdat het onderscheid op Facebook, voor veel Amerikanen de belangrijkste nieuwsbron, onhelder is.

Daardoor holt het vertrouwen in de serieuze dagbladpers alleen maar nóg verder achteruit. Nepnieuws en complottheorieën namen de berichtgeving tijdens de presidentsverkiezingen over. Journalist Craig Silverman berekende de ‘interacties’ op Facebook tijdens de verkiezingen: het aantal likes, het aantal reacties. Nepnieuws als ‘Paus steunt Donald Trump’ of ‘FBI-agent in Clinton-onderzoek dood gevonden’ scoorde de laatste drie maanden hoger dan het traditionele nieuws (8,7 miljoen interacties tegen 7,3 miljoen). Zeventien van de twintig populairste nepverhalen waren pro-Trump.

Sensatie verboden

Maar Monessen heeft zijn krant terug. De afgelopen maanden, tijdens de verkiezingen, probeerde hoofdredacteur Jeff Oliver zijn The Mon Valley Independent „een faciliterende rol” te laten spelen. „Er werd geen presidentskandidaat gesteund. We berichtten alleen vanuit lokaal perspectief op wat de kandidaten zeiden.” Sensatie of campagne-hoopla was verboden. „Trump heeft maar één keer de voorpagina gehaald, op de dag nadat hij gewonnen had. We schrijven liever over onderwerpen waar mensen hier echt wakker van liggen.”

Zo wordt Monessen geteisterd door een heroïne-epidemie onder ouderen. Er is ruzie in de lokale politiek tussen twee facties van de Democratische Partij, die elkaar het gemeentehuis uitvechten. Dat nieuws zet Oliver liever op de voorpagina. Overigens, toeval of niet, in Monessen haalde Hillary Clinton meer stemmen dan Donald Trump.

Langzaam kruipt The Mon Valley Independent uit de rode cijfers. Er is deze maand winst geboekt, zegt Oliver trots. Hij heeft daardoor ruimte voor twee extra verslaggevers. Ze beginnen deze week. „Het voordeel van een vergrijsde gemeenschap is dat de lezers erg trouw zijn. Mensen spreken me aan op straat, en zeggen dat ze abonnee blijven. De komende tien jaar zijn we veilig.” Hij tikt op de krant die voor hem ligt. Het motto op de voorpagina zegt: ‘Wat hier gebeurt, doet er hier toe’.