Duurzame doelen zijn er. Maar hoe financier je die?

Conferentie

Voor het eerst zetten in Nederland zo veel grote financiële instellingen zich, samen met de overheid, in voor duurzaamheid.

Isolatie van woningen leidt tot hogere WOZ-waardes. Zo wordt verduurzaming indirect bestraft. Foto Ton Borsboom / ANP

Pensioenfondsen, banken en verzekeraars in Nederland gaan zich gezamenlijk inzetten om de duurzame-ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties dichterbij te brengen. In het rapport Building Highways to SDG Investing, roepen zij de overheid en toezichthouder De Nederlandsche Bank op om daarbij nauw samen te werken. Woensdag praten zo’n 700 internationale financiële instellingen op de conferentie Global Impact Investing Network in Amsterdam over duurzame ontwikkeling. Dan wordt het rapport aangeboden aan minister Lilianne Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, PvdA).

De zeventien doelen voor duurzame ontwikkeling die de Verenigde Naties vorig jaar hebben vastgelegd, en die in 2030 moeten zijn bereikt, beschrijven op een heldere en eenvoudige manier „het hart van de wereldproblemen”, zegt Else Bos, algemeen directeur van pensioenbeheerder PGGM, een van de initiatiefnemers van het rapport. „Het zijn allemaal onderwerpen waarvan we weten dat ze aan de basis liggen van de stabiliteit in de wereld.”

Daarom is het volgens haar niet meer dan logisch dat de financiële sector daarvoor belangstelling heeft. „Als het aan de basis ligt van stabiliteit, ligt het ook aan de basis van economische groei”, zegt Bos. „En daarmee dus weer aan de basis van de mogelijkheden voor financiële markten om resultaten te boeken en rendementen te halen.”

Toch is het voor het eerst dat in een land zo veel grote financiële instellingen – met een belegd vermogen van 2.800 miljard euro – samenwerking zoeken met elkaar en met de overheid en toezichthouder voor het thema duurzaamheid. Die samenwerking is volgens Bos onontbeerlijk. Tot 2030 is wereldwijd elk jaar 5.000 tot 7.000 miljard dollar nodig om de duurzaamheidsdoelen te bereiken. Overheden kunnen dat nooit alleen betalen. En beleggers die bereid zijn deel te nemen doen dat alleen als het financiële risico niet te groot wordt.

Belemmeringen wegnemen

Dus pleit het rapport voor publiek-private samenwerking. Bestaande regels en wetten maken dat soort samenwerking soms lastig of zelfs onmogelijk.

Zo kan een overheid energie besparen door ouderwetse straatverlichting te vervangen door ledlampen. Maar voor de overheid is dat te duur, en voor institutionele beleggers is het lastig om geld mee te verdienen. Dus moeten er constructies worden bedacht die het voor beleggers aantrekkelijker maken – bijvoorbeeld doordat de overheid de verlichting leaset bij een bedrijf.

Een ander mooi voorbeeld is de isolatie van woningen. Dat vergroot de waarde van een huis, leidt dus tot een hogere WOZ-waarde en hogere gemeentebelastingen. Zo worden huiseigenaren indirect gestraft voor het verduurzamen van hun woning.

„De doelen zijn er, de potentiële projecten ook. Maar de vraag is: hoe financier je ze?” zegt Bos. „Er moeten financiële modellen komen die dit soort projecten mogelijk maken en belemmeringen wegnemen. Anders zijn de risico’s te hoog. Daarbij kan de overheid een rol spelen. Met een gemengde financiering kan het risico deels worden afgedekt.”

De investeerders hopen met hun pleidooi ook bij particuliere beleggers meer belangstelling te wekken voor duurzaam beleggen. Verder streven ze naar heldere standaarden voor duurzame investeringen. „Het is belangrijk dat de effecten en impact meetbaar worden”, zegt Bos. „Dan heb je data nodig en eenduidige definities, want anders gaat iedereen langs elkaar heen praten.”

Bos geeft een voorbeeld hoe PGGM dat probeert te doen. Een van de duurzame doelen waar de pensioenbeheerder veel aandacht voor heeft is schoon drinkwater. In het laatste rapport is becijferd dat ze met hun investeringen 170 miljoen kubieke meter schoon water hebben gerealiseerd.

Duurzame beleggingen gaan volgens Bos zowel over kansen als over bedreigingen. „Klimaatbeleid levert kansen voor investeringen – denk aan windenergie. Maar ook bedreigingen – bijvoorbeeld voor de fossielebrandstofindustrie”, zegt Bos. „Het risicoprofiel van oliemaatschappijen is veranderd. Bedrijven weten dat ze in een omgeving opereren die nooit stabiel is. Dat gold voor Kodak met zijn filmrolletjes. Dat geldt nu voor fossiele brandstoffen. Maar het geldt net zo goed voor de financiële sector.”