Dekker: geld voor zorgkind komt te vaak niet in de klas

Passend Onderwijs

Samenwerkingsverbanden verdelen geld voor kinderen met extra zorg onder hun scholen. Nu blijkt dat er miljoenen niet besteed zijn.

ANP

Niet al het geld voor passend onderwijs is de afgelopen anderhalf jaar uitgegeven. Circa 111 miljoen euro hebben samenwerkingsverbanden van scholen op de plank laten liggen. Dat schrijft staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs, VVD) dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer. Het geld had volgens hem in de klas terecht moeten komen.

Passend onderwijs moet er voor zorgen dat kinderen die extra zorg nodig hebben naar reguliere scholen gaan. Denk aan leerlingen met autisme, gedragsproblemen of lichamelijke handicaps. Voorheen kregen deze leerlingen een zogenoemd ‘rugzakje’, waarbij de school geld ontving voor het desbetreffende kind. Nu krijgen samenwerkingsverbanden, waar schoolbesturen onder vallen, het geld. Zij verdelen de miljoenen onder de scholen zodat die de kinderen extra kunnen ondersteunen.

Lang niet al het geld voor passend onderwijs is de afgelopen anderhalf jaar uitgegeven

In totaal ontvingen de samenwerkingsverbanden 1,16 miljard. Uit een analyse van de jaarverslagen van 2015 van de alle samenwerkingsverbanden blijkt nu dat niet al het geld is uitgegeven. Het is goed om reserves te hebben voor mogelijke tegenvallers, zegt staatssecretaris Dekker. En volgens hem zijn er veel samenwerkingsverbanden netjes met hun geld omgegaan. Maar er zijn ook uitschieters, waarbij samenwerkingsverbanden nog ruim een kwart van het budget niet besteed hebben. „Dat is niet uit te leggen. Met die miljoenen hadden we veel kinderen kunnen helpen. En hadden leraren het minder zwaar gehad in de klas.”

In het basisonderwijs hebben samenwerkingsverbanden gemiddeld 9 procent van het budget over, in het voortgezet onderwijs circa 10 procent. Niet alle samenwerkingsverbanden krijgen hetzelfde bedrag, dat wordt verdeeld naar het aantal leerlingen in de regio. Een woordvoerder van Dekker benadrukt dat men niet de conclusie mag en kan trekken dat samenwerkingsverbanden die geld over hebben het niet goed hebben gedaan. Ze mogen geld overhouden, maar dus niet te veel

De PO-Raad, de vereniging van basisschoolbesturen, zegt dat het belangrijk is voor samenwerkingsverbanden om een zekere financiële buffer te hebben, van circa 5 procent. Maar “daar waar samenwerkingsverbanden veel meer van hun budget overhouden, moeten zij worden aangesproken door hun eigen bestuur en toezichthouders”, schrijft de PO-Raad in een reactie. „Zij zijn nu aan zet en moeten hier scherp op toezien, zodat het geld goed wordt besteed.”

Passend onderwijs

In de brief van Dekker aan de Kamer staan ook cijfers over het aantal kinderen dat thuis zit en niet naar school gaat. Het blijkt dat het aantal kinderen dat korter dan drie maanden thuis zat, is gedaald. Het aantal kinderen dat langer dan drie maanden thuis was is echter gestegen – met 16 procent tot 2.592 kinderen. Er zijn ook kinderen die niet op scholen staan ingeschreven. En dat brengt het totale aantal kinderen dat langer dan drie maanden thuis zit op 4.200.

Er is altijd een hoop te doen om deze groep; het gaat om kinderen die recht hebben op onderwijs maar het (te lang) niet krijgen

Er is altijd een hoop te doen om deze groep; het gaat om kinderen die recht hebben op onderwijs maar het (te lang) niet krijgen. Passend onderwijs moet voor hen uitkomst bieden. Scholen hebben een zorgplicht en dienen een geschikte plek te vinden.

Maandag kwam de Onderwijsraad met een advies over passend onderwijs. De raad schreef dat nog niet alle leerlingen een goede plek hebben gevonden. Dekker ziet dat er regionale verschillen zijn; „Het gaat op de ene plek beter dan op de andere”.